Vader droomt

Menig vader zou zich een dochter wensen die 25 jaar na zijn dood een monument van beeld en geluid voor hem opricht....

Menig dochter zou zich een vader wensen voor wie ze vanwege zijn talent 25 jaar na diens dood een monument van beeld en geluid kán oprichten.

France Brel is 49 jaar, net zo oud als haar vader was, de Belgische zanger Jacques Brel, toen deze op 9 oktober 1978 in een Parijs ziekenhuis aan longkanker overleed. Haar ogen zijn die van haar vader, net als haar mimiek en haar welbespraaktheid. Ruim twee jaar werkte ze (in teamverband) aan de tentoonstelling Le droit de rêver - Het recht om te dromen, die in het hart van Brussel het hart van het Brel-jaar vormt.

Volgens dochter France is de zanger, dichter en acteur Jacques Brel niemands eigendom behalve die van zijn publiek. 'Iedereen heeft het recht zijn eigen Brel te dromen. Het doel is emoties los te maken, met mijn vader als gids.' Met andere woorden: de tentoonstelling is niet alleen opgezet voor Brel zelf, maar meer nog voor zijn fans die 25 jaar na de dood van de zanger nog steeds met veel vragen schijnen te zitten.

Te abrupt verdween Brel uit menig leven toen hij in 1966 het beroep van chansonnier inruilde voor dat van musical- en filmacteur. 'Het is wel komisch', vond hij destijds zelf, 'niemand wilde vijftien jaar terug dat ik debuteerde, en nu wil niemand dat ik stop.' Maar hij, de altijd rusteloze, was toe aan nieuwe avonturen. Hij voelde de dreiging van de sleur en vond het niet eerlijk ten opzichte van zijn publiek daaraan toe te geven.

Niemand behalve Le Grand Jacques heeft het woord in Le droit de rêver, een expositie die de bezoeker langs tientallen tv-schermen en videowanden loodst. Vertellend en zingend trekt Brel in dertien etappes door zijn leven, begeleid door filmbeelden van Brussel vóór 1940, van Parijs in de jaren vijftig, van het vlakke Vlaamse land dat van alle tijden is en waar 'de hemel zich aan de huizen lijkt te schuren'. Zo vertoeft de bezoeker tijdens het spetterende Bruxelles op place Sainte-Justine, een plein dat hij in Brussel zelf vergeefs zal zoeken. In tram 33 hoort hij Brel vertellen dat het in zijn jeugd altijd regende en dat alles naar tram rook, 'alles beeft alsof er een klok onder je voeten luidt'.

De jongenskamer - met een wereldkaart aan de muur en op het bureautje Vernes 20.000 Mijlen onder zee - haalt herinneringen boven aan ouders die 'een milde, gevestigde orde' nastreefden, die hem waarden bijbrachten 'die zij aanhingen, maar die mij niet interesseerden'. 'Ze deden veel moeite voor iets wat mij koud liet.' Zijn conclusie over die jaren is opmerkelijk: 'Ik ben blij dat ik een trieste, eenzame jeugd heb gehad. Na een gelukkige jeugd is het leven nadien zo hard.'

Hij ontvlucht de kartonfabriek van zijn vader ('ik weet niet of u ooit karton hebt verkocht, maar het is enorm saai') en is inmiddels met Miche (nu 76) getrouwd. Het belet hem niet naar Parijs uit te wijken. 'Ik wilde weg, allereerst om kippen te kweken en ten tweede om liedjes te schrijven. Voor het eerste had je geld nodig en dat had ik niet. Voor het tweede was een gitaar nodig en die had ik wel.' Zo simpel lag het.

Op een Parijs plein met beroemde cabarets als Chez Patachou en Les Trois Baudets zingt Brel Quand on n'a que l'amour. De doorbraak is daar, de weg naar de top is gevonden. In zijn Parijse appartement (met een foto van Liesbeth List aan de muur) is de creatieve Jacques Brel aan het werk, schavend aan Les bigottes. In het naburige theaterzaaltje werkt de zanger Jacques Brel zich in het zweet met Ne me quitte pas, en dezelfde passie en overgave kenmerken de musicalster Jacques Brel wanneer hij in de rol van De man van La Mancha kruipt.

In 1974 zoekt hij met zijn zeilboot de ruimte van de oceanen. 'Ik ging weg omdat ik bang was te vroeg dood te gaan, te snel oud te worden.' Maar hij kan de dood niet ontvluchten. Die achterhaalt hem op het Polynesische eiland Hiva Oa. 'Je moet elke dag beseffen dat je sterfelijk bent. De dood is niets triests, die is iets geweldig heilzaams.'

Voor geen van zijn minaressen is plaats op de expositie, dus ook niet voor Maddly Bamy, zijn gezellin tijdens zijn laatste jaren. France Brel onlangs in Het Laatste Nieuws: 'Dat was geen liefde. Zij was zijn verpleegster en heeft na zijn dood van zijn beroemdheid geprofiteerd.'

Het recht om te dromen is veel passie en emotie, het is ook de plek waar drie nooit eerder uitgegegeven chansons waaronder het wrange oorlogslied Mai 40 zijn te horen, het is een monument voor een man die geen grijze muis wilde zijn, voor een man die dacht dat hij maar in één ding kon slagen: dromen.

Het is geen toeval dat het metershoge affiche op de gevel alleen Brels ogen en neus laat zien en niet zijn mond. France Brel: 'In vaders ogen zie je het dromerige het best.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden