Vaccineren bij de vlaggetjes

De noodvaccinatiecampagne tegen meningokokken heeft wetenschappelijk gezien een wankele basis. Maar inenten stelt wel gerust...

'Dit soort beslissingen is niet gebaseerd op statistiek, sterker nog, elke statisticus zou er de kriebels van krijgen.' Arts Jim van Steenbergen van het bureau van de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektebestrijding (LCI) in Utrecht weet dat de beleidskeuze om in een bepaalde regio te vaccineren tegen meningokokken C gebaseerd is op statistisch drijfzand.

'Er worden op een kaart vlaggetjes gezet voor elk meningokokkengeval. We kijken daar vervolgens naar, en zien twee à drie vlaggetjes dicht bij elkaar staan. Dan besluiten we daar tot massale vaccinatie omdat we vermoeden dat er een verhoogde kans is op een derde of vierde geval. Statistisch is dat onzin. Het kan echter niet anders, het is de enig mogelijke benadering.'

De afgelopen dagen zijn in de Bommelerwaard, in Rosmalen en in Soerendonk bij Weert een kleine achtduizend kinderen onder de negentien jaar ingeënt, vooruitlopend op een landelijk vaccinatieprogramma waarbij 3,5 miljoen kinderen zijn betrokken. Omdat in die gebieden zich op een bepaald moment opvallend veel gevallen voordoen, is de argumentatie. Maar wat is opvallend, als het gaat om enkele gevallen?

Sinds twee jaar stijgt het aantal besmettingen met meningokokken C in Nederland: in 2000 hebben huisartsen en kinderartsen 105 gevallen gemeld, in 2001 was dat aantal bijna het drievoudige. En ook de eerste maanden van dit jaar geven een hoger aantal te zien ten opzichte van voorgaande jaren.

Waarom dat gebeurt, is niet duidelijk. De bacteriën komen via menselijk contact 'overwaaien' uit België, Frankrijk en met name uit Engeland, is een redenering. In Engeland deed zich vijf jaar geleden eveneens zo'n sterke stijging van de C-variant voor. Van Steenbergen van het LCI houdt het op de wispelturigheid van de natuur.

'Maar dan wel met een constant patroon, een opleving eens in de tien jaar', voegt dr. Loek van Alphen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in Bilthoven daar aan toe. 'In 1992 was er een sterke toename te zien, en nu weer. Het aantal infecties met de meningokokken B-bacterie daarentegen blijft door de jaren heen constant.'

Vaccinatie tegen die B-variant, die nog iets meer slachtoffers maakt dan de C-variant, is nog niet mogelijk. Sinds augustus is er echter wel een vaccin tegen meningokokken C beschikbaar dat langdurige bescherming biedt. Vandaar dat epidemiologen de recente beslissing van minister Borst toejuichen om in navolging van het advies van de Gezondheidsraad op korte termijn 3,5 miljoen kinderen onder negentien jaar te vaccineren.

Dat 170 miljoen gulden kostende inhaalprogramma voorkomt 228 sterfgevallen en 92 gevallen van ernstige neurologische aandoeningen en amputaties, rekende de Gezondheidsraad begin januari voor.

Deze massale inenting vereist een ferme logistieke voorbereiding. Bovendien hebben de twee Amerikaanse fabrikanten enkele maanden nodig om de vaccins te produceren. Ze hebben het druk want niet alleen Nederland wil vaccineren. Ook andere landen zoals België, Frankrijk en Portugal zijn inmiddels grootschalig bezig, of hebben plannen.

'De gezondheidsdiensten, de ggd's in het hele land treffen voorbereidingen voor die grote inentingscampagne', zegt Van Steenbergen van het LCI. 'Enkele ggd's twijfelen nog over de begindatum, maar in juli moet daar toch een begin mee gemaakt kunnen worden. De inhaalcampagne gaat een kleine twee maanden duren.'

In de tussentijd zal er in de gaten moeten worden gehouden of er ergens regionaal sprake is van een uitbraak die voortijdige vaccinatie ter plekke rechtvaardigt. Dat gebeurt dan volgens een methode die ook wel eens is omschreven als Texaans scherpschieten, zegt Van Steenbergen. 'Het in het wilde weg schieten op een schietschijf, om vervolgens rond de plaatsen waar er enkele kogelgaten zitten cirkeltjes te zetten. Dat zijn dan de regio's waar er moet worden gevaccineerd. Die benadering heeft niets te maken met statistiek.'

Het Outbreak Management Team van het LCI, dat de minister adviseert over noodvaccinaties, hanteert enkele basisregels. Bacteriën veranderen voortdurend iets van verschijningsvorm, en dus in gevaarlijkheid. Het moet bij alle ziektegevallen die bij een beoordeling worden meegewogen gaan om dezelfde C-stam, zegt Van Steenbergen. Laboratoriumanalyse moet dat uitwijzen.

'De bacterie komt bij veel mensen in de keel voor zonder dat dat tot een infectie leidt', voegt Van Alphen van het RIVM toe. 'Verspreiding gebeurt pas via intensief contact, via hoesten en zoenen bijvoorbeeld.'

Wordt een zelfde stam binnen enkele dagen bij twee leerlingen van bijvoorbeeld dezelfde school aangetroffen, dan is er een kans dat die daar nog steeds rondwaart en meer slachtoffers zal maken, zegt Van Steenbergen. Vaccinatie ligt dan voor de hand, ook al kan het nog steeds om een toevalligheid gaan. Die situatie heeft zich in Rosmalen voorgedaan.

Doen zich twee gevallen in een bepaalde regio voor dan is er nog geen sprake van een cluster. 'Bij drie nemen we het zekere voor het onzekere, uiteindelijk zullen de kinderen toch moeten worden ingeënt', stelt het hoofd van het LCI-bureau. 'Er zijn echter geen harde grenswaarden aan te geven. Bovendien is het ook nog de vraag hoe geografisch gezien de grenzen worden gedefinieerd. 'Nemen we alleen de gemeente Zeist, of horen Driebergen en Doorn daar ook bij?'

De definiëring van een cluster is moeilijk maar op dit moment benaderen de ggd's het probleem zeer zakelijk, vindt Van Steenbergen. De druk op hen is groot als er in hun regio een geval van meningokokken optreedt. Dat leidt tot lokale onrust, maar één incident is eigenlijk geen aanleiding tot een noodvaccinatie, vooruitlopend op het grote inhaalprogramma.

Dat er onrust ontstaat, is onvermijdelijk, zegt Van Steenbergen. 'Met het bekendmaken van het inhaalprogramma is een signaal afgegeven dat vaccinatie noodzakelijk is. Het grootschalige karakter vergt echter enige voorbereidingstijd. Ik kan me voorstellen dat ouders niet willen wachten omdat hun kinderen in die periode risico lopen.'

Maar wees niet te scheutig met die noodvaccinaties, waarschuwt kinderarts Hans Rümke van het vaccincentrum van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. 'Er komt per slot van rekening dat landelijk vaccinatieprogramma aan. Vaccinatie vereist niet alleen de beschikbaarheid en toediening van vaccins, maar ook het opzetten van een goed voorlichtingsprogramma, een inentingsadministratie en een adequate registratie van de eventuele bijwerkingen waar epidemiologen straks weer mee aan de gang kunnen. Regionale vaccinaties buiten het programma maken dat onnodig complex.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden