Opinie

Vaarwel allochtoon, hallo zelfverklaarde streepjes-Nederlander

Laat mensen zelf bepalen tot welke etnische groep ze behoren.

Beeld Aurelie Geurts

De toch nog plotse dood van het woord allochtoon stemt zowel opgelucht als weemoedig. Ik ben opgegroeid met dit stickertje, omdat mijn vader, die overigens op school leerde dat de Rijn bij Lobith zijn land binnenstroomde, in de jaren '60 het tropische deel van het Koninkrijk der Nederlanden verruilde voor het deel waar het ook weleens sneeuwde, maar vooral miezerde. Het gedroomde Moederland, zoals hij dacht.

Op onze middelbare school voelden wij, migrantenkinderen van diverse pluimage die onszelf toch vooral Mokums voelden omdat we in Amsterdam geboren en getogen waren, ons met het nagelnieuwe en onbegrijpelijke woord 'allochtoon' net wat meer op ons gemak dan met 'buitenlander'. Een buitenlander moest oppleuren naar zijn 'eigen land', terwijl wij stiekem hoopten dat we al in ons eigen land woonden. Sterker nog, voor mij gold dat ik nog nooit in mijn eigen land geweest was en ik was de enige niet.

Een 'allochtoon', een ambtelijk samenraapselbegrip voor de 'zullie' die wij nu eenmaal wisten dat wij waren, hoorde misschien net wat meer in Nederland dan een buitenlander. Het gaf mijn klasgenootjes, studiegenoten, vrienden en later collega's die Turkse, Marokkaanse, Molukse of Antilliaanse wortels hadden een 'in het zelfde schuitje' gevoel. Het woord allochtoon kleurde hoe wij ons Nederlandse burgerschap beleefden. Natuurlijk raakte het binnen de kortste keren beladen, maar het was soms ook een geuzennaam. En in de grote steden trokken 'we' ook met elkaar op en naar elkaar toe. Het FunX-gevoel avant la lettre.

Allochtone criminaliteit

Kritiek op het woord allochtoon was er al veel langer. De vergaarbakterm gooide ieders ellende op één hoop. 'Allochtone criminaliteit' bijvoorbeeld was te vaag en stigmatiseerde iedereen met het labeltje. Daarom, schreef Elsevier al in 2003 (ik verzin dit niet), was de term Kutmarokkaan 'ietsje beter dan allochtoon': Turken of Surinamers voelden zich dan niet aangesproken.

En integratie is een grillig iets. Nu afgelopen zomer Turks-Nederlandse jongeren uit veelal de derde generatie door Rutte geacht werden op te pleuren, bleek eens te meer dat het woordkoppel 'allochtoon/autochtoon' sleets geraakt was. De pro-Erdogandemonstrant op de Erasmusbrug wiens ouders met beiden een Turkse achtergrond in Nederland zijn geboren, is volgens de oude CBS definitie immers autochtoon. Ook als hij om zijn Turkse achternaam, die uiteraard ook een Nederlandse achternaam is, geen baan krijgt. Veel autochtone Nederlanders kunnen dankzij hun kleur, afkomst of geloof met discriminatie te maken krijgen. Of een heel andere identiteit ervaren te zijn dan 'autochtoon Nederlands'. Los van de vraag of dit niet op integratieproblemen duidt, is het duidelijk: in bovenstaand voorbeeld kun je beter van Turks-Nederlandse jongeren spreken dan van autochtonen.

Scheldwoord

We hebben het sinds deze week over mensen met of zonder migratieachtergrond. Misschien wat omslachtig, maar op het eerste gehoor prachtig neutraal. Toch moeten we in onze gepolariseerde tijden niet uitsluiten dat 'mens met een migratieachtergrond' over niet al te lange tijd weer een scheldwoord is. De WRR bepleit, als het van toepassing is, een 'zo specifiek mogelijke classificatie van groepen'. Dat betekent een eindeloze variatie met het verbindingsstreepje - Turks-Nederlands, Antilliaans-Nederlands, Pools-Nederlands, et cetera. Een realistische benadering.

Je zou geen onderscheid moeten maken, betogen sommigen. Iedereen is gewoon Nederlander. Dat doet denken aan de kleurenblinde Franse insteek: Liberté, egalité, fraternité en iedereen is Frans, klaar. Etnisch registreren is tegen de wet. Dat zwarte en migrantenjongeren grote achterstanden in het onderwijs en op de arbeidsmarkt hebben, is voor iedereen die een halve blik werpt op de ellende in de banlieues wel duidelijk. Maar effectief beleid kan niet worden gemaakt, omdat men weigert te meten. We kunnen hartstochtelijke discussies hebben over racisme en wit privilege, maar dankzij ouderwets turven weten we exact wat er speelt.

'Veel mensen die officieel onder de definitie 'allochtoon' vallen, stellen er om begrijpelijke redenen geen prijs op tot in lengte van jaren in een hokje te worden gepropt. Je komt als immigrant, na verloop van tijd word je Nederlander. En je kinderen al helemaal. Dan is het wel zo prettig als je eigen overheid je ook zo ziet', stelde het commentaar van de Volkskrant. Dat is niet helemaal de realiteit die ik waarneem. De identiteit blijft verweven met het land van herkomst. Dat mensen geen 'allochtoon' genoemd willen worden, is omdat het te vaag is, te negatief en de lading niet dekt. Ik ken weinig Turkse, Marokkaanse of Surinaamse Nederlanders die zich puur en alleen 'Nederlander' voelen. Een wezenlijk deel van hun culturele identiteit blijft dan onbesproken.

Etnische zuilen benoemen voelt niet altijd prettig. Maar inzicht in de gemeenschappen die nu eenmaal onze demografie bepalen, is wel van wezenlijk belang om beleid te maken in een superdiverse samenleving.

Nederland deelt de bevolking in op basis van objectieve criteria: etniciteit of herkomst wordt bepaald op basis van het geboorteland of dat van (één van) de ouders. Nu we zien dat culturele identiteit, zoals in de meeste immigratielanden, over meerdere generaties heen niet tot assimilatie maar vaker tot verzuiling leidt, lijkt het Angelsaksische meetmodel meer voor de hand te liggen, hoewel de WRR daar nog niet helemaal uit is. In Groot-Brittannië en de VS werkt men met zelfrapportage. Men mag dan zelf bepalen tot welke etnische groep men behoort. Die methode is subjectiever, maar geeft wel inzicht in de beleving van de identiteit, en zo u wilt de staat van de integratie. Migratie en een andere nationaliteit zeggen minder over etnische variatie dan de beleving van identiteit.

Verzuild

Uiteraard zijn alle mensen gelijk en is ras een construct. We zijn allen Nederlander is een mooi uitgangspunt, maar verdoezelt het feit dat we een sterk verzuild land zijn en een fors deel van de migranten, hun kinderen en kleinkinderen een doorleefde andere culturele identiteit hebben. En kleur, geloof en afkomst hebben allerlei effecten op iemands maatschappelijke positie. Segregatie in het onderwijs is een feit, achterstand op de arbeidsmarkt is een feit, op het gebied van zorg en volksgezondheid spelen etnische verschillen een rol. Je zult het in kaart moeten brengen als je doelmatig beleid wilt ontwikkelen dat dit soort problematiek aanpakt.

Daarom lijkt de streepjes-Nederlander die zelf verklaart wie hij of zij is het beste alternatief voor allochtoon. En als u zich zoals ik te hybride voelt om uw identiteit met slechts één streepje aan te duiden, dan vinkt u, net als in het Verenigd Koninkrijk, het hokje 'mixed' aan.

Harriet Duurvoortis publicist en columnist van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden