V.V.T.

Edward Albee's Zeezicht wordt de zwanenzang van het befaamde Rotterdamse theatergezelschap O.T.

Koen: 'Ik hou ervan me vast te bijten in een schrijver. Albee dus, daarvoor Ibsen, Tsjechov. Je verovert iets met je acteurs, en je wilt verder op avontuur. Zeezicht kende ik uit een workshop op de regieopleiding, ik wilde het dolgraag oppakken. Dat plan ontstond twee jaar geleden, voordat de ellende losbarstte. Bizar dat je nu kunt denken dat het over ons gaat.'


Het Onafhankelijk Toneel houdt per 1 januari op te bestaan. Een negatief subsidieadvies van de gemeente Rotterdam maakt na veertig jaar een eind aan het op een na oudste (na De Appel) gezelschap van het land, onder artistieke leiding van Mirjam Koen (64) en Gerrit Timmers (64). Zondag gaat Albee's Zeezicht in première, hun afscheidsvoorstelling, over een ouder echtpaar en veranderingen. Elke overeenkomst met hun eigen situatie berust op louter toeval.


'In het stuk stuit een intellectueel echtpaar op twee wereldvreemde wezens, die zich een heel aantal dingen - letterlijk - niet kunnen voorstellen. Voor mij gaat het over het in aanraking komen met het besef van angst, existentiële eenzaamheid, en ja: de absurditeit van het bestaan.'


Timmers: 'Absurd immers: tot de vorige cultuurplanperiode werden we heel goed beoordeeld, met 3 ton voor de opera erbij. En plotseling ben je voor Rotterdam helemaal niets meer waard.'


Koen: 'In de zomer van 2011 lag het al helemaal vast, is ons gebleken: wij zijn groot, dus als je moet bezuinigen schiet dat lekker op. Het was al besloten en er geldt geen wederhoor. Als dingen niet kloppen in het subsidierapport, pech gehad.'


Timmers: 'Ook de allianties lagen al vast.'


Koen: 'We wilden samenwerken, ons pand delen. Met Conny Janssen Danst, leuke gesprekken gehad, met MAX, de Rotterdamse Schouwburg. Maar iedereen trekt zich dan terug op zijn eigen vesting.'


Timmers: 'We wilden Eric de Vroedt in ons artistieke team. Enige rondvraag leerde hem dat het O.T. geen enkele kans maakte op subsidie. Steeds hoorden we alles via via.'


Koen: 'Laf. Er is geen enkel gesprek geweest op initiatief van de gemeente. Het persbericht van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur noemde onze opheffing niet eens. Alleen dat er een negatief advies lag voor instellingen die 'geen kwaliteit' leverden. Sodeflikker op! Te stupide voor woorden. We nemen het dan ook niet serieus.'


Timmers: 'Alleen, de gevolgen zijn wel extreem serieus. Er is geen toekomst voor ons. Ik vrees dat dat ook te maken heeft met onze leeftijd. Ervaring delen telt hier niet.'


Koen: 'Het is nu alsof je je eigen huis na je dood zelf moet leeghalen. Maar je doet het toch, anders verdwijnt alles in de shredder en dat is helemaal onverdraaglijk. Bovendien blijf je als bestuur nog zeven jaar verantwoordelijk.'


Timmers: 'We zitten nu midden in die afwikkeling, terwijl we nog bezig zijn met een voorstelling. En ja, de huur moet nog betaald, er zijn contracten die nog tot 2014 lopen. En wat gebeurt er met het pand, de decorstukken, rekwisieten...'


Koen: 'Verkopen, denk ik, veilen. Ik zou ze graag houden voor 'n doorstart, maar dat is niet aan de orde.'


Timmers: 'De echte klap moet nog komen. Net als bij het overlijden van een dierbare zijn er nog te veel dingen die eerst geregeld moeten. Daarna komt de rouw. Ik denk dat ik als ik over een jaar langs het pand loop tranen met tuiten huil.'


Koen: 'Ik kom er niet meer.'


Zeezicht, première zondag 18/11 in O.T. Theater Rotterdam; ot-rotterdam.nl


Het oorspronkelijke gebouw aan de St. Jobsweg in Rotterdam, vlak bij de Euromast en de Maastunnel, stond op de nominatie gesloopt te worden, toen O.T. erin slaagde het te kraken - en zo te redden. Inmiddels staat het markante bouwwerk op de nominatie voor de monumentenlijst.


In 2004 kwam er na tien jaar ijveren de nieuwbouw bij, een ontwerp van architect Franz Ziegler in nauwe samenwerking met Gerrit Timmers. Het glazen gebouw herbergt een houten constructie waarin het theater huist: het geeft zo het 'gevoel' van locatietheater, wat zo kenmerkend is voor het Onafhankelijk Toneel.


Artistiek leiders Mirjam Koen en Gerrit Timmers kunnen nog geen vrede hebben met het afscheid. Wat waren hun meest bijzondere voorstellingen?


Vrouwen van Ibsen


- 1998


Hout. Dat is het eerste wat boven komt als je aan de voorstellingen van het Onafhankelijk Toneel denkt. Hout in Ibsen, hout in Tsjechov, hout in Albee. Geen donkere lambrisering, maar licht hout. Een lichtheid die vaak ook perfect paste bij de voorstelling zelf. De houten decors, meestal gemaakt door Gerrit Timmers, werden gekscherend ook wel figuurzaagtheater genoemd. Maar ze onderstreepten wel degelijk de geheel eigen stijl van de groep. Er is in Rotterdam heel veel Ibsen gespeeld in licht houten decors, die zo mooi contrasteerden met de onheilszwangere donkere luchten die vaak boven diens Noorse fjordenlandschappen en in de hoofden van diens personages hangen. Maar het meest onderscheidend was toch wel de collagevoorstelling Vrouwen van Ibsen, waarin de Hedda's en Nora's en nog zo wat getroebleerde zieltjes werden samengevoegd, ontleed en vervolgens weer uit elkaar getrokken. Fragmentarisch? Zeker, maar ook zeer transparant en de onderlinge verbanden werden al te goed duidelijk. Mede dankzij actrices als José Kuijpers en Joke Tjalsma - een setje mooie Ibsen-vrouwen.


(Hein Janssen)


Man in haast


- 1998


In weerwil van de groepsnaam (Onafhankelijk Toneel) werden in het Rotterdamse theaterhuis ook veel opvallende dansvoorstellingen gemaakt, zoals Midnight Mail (1981), Marienbad (1984), De dansende man (1989) en Bach (1993). Allemaal (mede) ontsproten aan het speelse en beweeglijke brein van Ton Lutgerink, die tot aan zijn dood begin dit jaar deel uitmaakte van de artistieke kern van OT. Met zijn lange lichaam vol sliertige elegantie wist Lutgerink alledaagse motoriek te verheffen tot danspoëzie. Vaak liet hij zich inspireren door literatuur (Samuel Beckett, Margaret Atwood, Marguerite Duras, V.S. Naipaul, Armando), onderzocht de vertelkracht van beweging en bracht op toneel profs en amateurs en jong en oud samen. Van al deze kleurrijke projecten - ook wel De Rotterdamse School genoemd - zullen zijn dansfilms het langst in herinnering blijven: de verfilming van Man in haast (1998) en Privé-Story (1999). Lutgerink vertolkt hierin een onnavolgbaar en spannend soort eenzaamheid. Begluurd door omwonenden transformeert hij van gentleman in rockmuzikant en cowboy. Zonder een concreet verhaal te vertellen suggereert hij een even alledaagse alsook vreemde wereld vol dromen, geheimen en herinneringen. Met altijd dat vleugje spel en dat vleugje dans in dat lange lijf.


(Annette Embrechts)


De Woudduivel


- 1999


Is het nu een komedie of een tragedie? Dat is altijd de vraag die bij de opvoeringen van Tsjechovs klassieke toneelstukken wordt gesteld. In De Woudduivel maakte Mirjam Koen geen keuze: ze liet de tragiek en de humor een fantastische pas de deux dansen, een valse triste. Het stuk is een voorstudie van Oom Wanja en in die zin onaf, ongepolijst, vol rafelranden en losse draden. Juist daarin konden Koen en haar artistieke staf zich uitleven in een voorstelling vol lef en fantasie. Later werd De Woudduivel nog gecombineerd met die andere Tsjechov Ivanov, in een tweeluik dat lang duurde maar geen minuut te lang was. Het publiek stiefelde heen en weer tussen tribune en speelplek, kon de rekwisieten aanraken, de sfeer ruiken. Letterlijk: het rook er naar hout, want de speelvloer was een tapijt van houtsnippers. Bert Luppes en Ria Eimers speelden de hoofdrollen: in hun af en toe zelfs kolderieke spel zat de tragedie als het ware ingebakken.


(Hein Janssen)


Samson


-2003


Dat Opera O.T. graag de polsslag van de tijd voelde, viel in 1988 meteen al op te maken uit de eerste productie: Orpheus' Daughter, van de hedendaagse Brit Michael Nyman. Maar minstens zo eigentijds was de neus die men in Rotterdam ontwikkelde voor een muziektheatraal genre dat in de jaren negentig aarzelend op gang kwam: barokopera. Toegegeven, toen Opera O.T. in 1993 Monteverdi's L'incoronazione di Poppea op de planken zette - met als prijswinnend toneelbeeld de maquettes van het oude Rome - sukkelde men drie jaar achter op de eerste Monteverdi-opvoering bij De Nederlandse Opera in Amsterdam. Maar vervolgens haakten de Rotterdammers wel eerder aan bij de internationale Händel-hausse (Rodelinda, 1998) en Rameau-revival (Platée, 2002).


Hoogtepunt: Händels Samson (2003), volgens de Volkskrant-recensent indertijd een productie 'die in alle speelse tragiek, kleurige somberte en Midden-Oostenverdriet tot het ontroerendste hoort dat hier ooit 'qua Händel' op het podium is gezet.'


(Guido van Oorschot)


Wie is er bang voor Virginia Woolf?


- 2005


Luppes en Eimers ontmoetten elkaar later opnieuw in het O.T. Theater als George en Martha in Wie is er bang voor Virginia Woolf? van Edward Albee. In een decor waarin een huisje op palen stond, een baken van huiselijkheid, te midden van het slagveld waarop Martha en George drie uur lang hun gevecht om het behoud van de liefde moesten voeren. Zij speelden voornamelijk om dat huisje heen, alsof de geborgenheid opnieuw zwaar moest worden bevochten. Uiteindelijk was de weg vrij voor een nieuw en waarachtig bestaan. Waardig, vol overgave en intelligent. Zo was die voorstelling, en zo was vaak het theater van het O.T. zelf. Totdat de weg doodliep. Het houten decor kan worden afgebroken. Hopelijk gaat er niet de fik in, maar kan het worden hergebruikt. Ergens. Door wie dan ook.


(Hein Janssen)


Melanie Klein & Moeders/Zonen/Dochters


- 2006


Mirjam Koen wilde iets maken waarin de complexe relatie tussen moeders en kinderen centraal zou staan, en deed dat in tweevoud. Ze nam het bestaande Melanie Klein van Nicholas Wright, over een moeder en een dochter die beiden werkzaam zijn als psychotherapeut; en daarnaast een montagevoorstelling die ze met het O.T. zelf zou ontwikkelen - en waarin Koens en Timmers' dochter Lizzy meespeelde. Marlies Heuer (Melanie Klein), José Kuijpers en Romana Vrede zaten in beide stukken, het eerste indringend, het tweede speels, tezamen een onverwacht mooie combinatie.


(Karin Veraart)


Vrede & Oorlog


- 2007


Nog een tweeluik, en opnieuw een montagevoorstelling waarin Koen een relatief jonge ploeg spelers de vrije hand gaf in het ontwikkelen van hun eigen theatermateriaal rondom een bepaald thema. Anders dan de titel kan suggereren, begon dit muziektheaterproject met Oorlog. Over rouwverwerking - een soort proloog op Vrede, waarin in het naoorlogse Parijs de jongere generatie probeert haar weg te vinden binnen een veranderende wereldorde. Een en ander leidde tot een aantal verrassende, geestige en ontroerende scènes. Romana Vrede als de Amerikaanse artieste Nicky was de ster van de avond: ze danste, zong, speelde, stráálde.


(Karin Veraart)


Vallende Ster


- 2008


Het was een van de sterkste voorstellingen van het betreffende seizoen: een bewerking door Gerrit Timmers van de gelijknamige novelle van Bernlef. Timmers speelde zelf ook een bescheiden rol, maar liet de toneelvloer voor het grootste deel van de tijd aan René van 't Hof, die er een wondertje verrichtte. Op hartverscheurende wijze vertolkte hij de rol van Wim Witteman, acteur - dat wil zeggen, variété-artiest van origine, die pas later aan het 'grote toneel' raakte - die door een beroerte wordt getroffen. Van 't Hof werkt zijn rol tot in de kleinste details uit, gebruikmakend van schijnbaar iedere spier in zijn tengere lijf. Komisch, met allerlei verwijzingen naar het variétévak, en daarnaast ook zo tragisch dat er geen woorden voor waren. Hij won er de VSCD Mimeprijs mee.


(Karin Veraart)


Bijzondere voorstellingen van het Onafhankelijk Toneel


Het Onafhankelijk Toneel (O.T.) werd opgericht in 1972 in Amsterdam en is sinds 1973 gevestigd in Rotterdam. Het gezelschap zocht een nieuwe vorm van theatermaken, direct gericht tot het publiek, soms ook buiten het theater en met een grote rol voor beeldende kunst. Eind jaren zeventig introduceerde O.T. een mengvorm van dans en toneel, samen met Ton Lutgerink, die, tot zijn dood, met Gerrit Timmers en Mirjam Koen de artistieke kern vormde. Door de jaren heen wonnen O.T.-producties de Albert van Dalsumprijs, de Emmy van Leersumprijs, de Zilveren Dansprijs, de Zilveren Krekel, de Prijs van de Kritiek, de Prosceniumprijs, de Sonia Gaskellprijs en de Gouden Zwaan.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden