V.S. Naipaul: altijd een vreemde

VIDIADHAR Surajprasad Naipaul werd in 1932 op Trinidad geboren. Zijn ouders waren van Indiase komaf. In 1950 ging hij naar Engeland om te studeren....

Het ging maar door, bijna elk jaar verscheen er wel een nieuw boek van hem. De titels dringen zich, in een week als deze, nu hem volkomen terecht de Nobelprijs is toegekend, op aan de lezer, althans deze lezer: The Suffrage of Elvira, A House for Mr Biswas, An Area of Darkness, A Bend in the River, The Enigma of Arrival - stuk voor stuk boeken waaraan je de herinnering bewaart dat ze geschreven zijn door een man die over het uitzonderlijke vermogen beschikt om mensen en omstandigheden zo scherp te tekenen dat je ingewijde werd, terwijl de auteur zelf een vreemde bleef.

Het laatste is veelzeggend voor Naipaul én zijn werk. Altijd een vreemde. Het zal ongetwijfeld met zijn karakter en met zijn vader te maken hebben - zie de briefwisseling tussen beiden -, maar het is minstens zozeer een gevolg van de breuk in zijn leven die door zijn verhuizing van het zonnige Caribische eiland naar het grauwe en voor hem zeker in het begin - zie A House for Mr Biswas - zo armoedige Engeland teweeg werd gebracht.

Naipaul ging er niet aan onderdoor (wat makkelijk had gekund, als je ziet hoe vaak hij refereert aan de vernederingen die hem als Indiase buitenstaander in Engeland ten deel vielen). Hij wapende zich, om niet te zeggen: hij harnaste zich. Hij harnaste zich door onafgebroken te schrijven, maar ook door zijn verachting voor het Engelse gajes dat hem niet had zien staan, om te buigen tot een ongekende hooghartigheid, die het onmogelijke van hem eiste: hij moest roomser worden dan de paus, Engelser dan Margaret Thatcher. Een gewond mens.

Misschien moet je zeggen dat die houding niet eens louter psychologisch gefundeerd is, maar ook in zekere zin 'literair', want Naipaul heeft steeds een heel eigen, zeer hoge opvatting over het schrijverschap uitgedragen, dat in zijn ogen alleen voor de allerbesten, voor de allernieuwsgierigsten en de allerintelligentsten is weggelegd. Soms heb je het gevoel dat hij z'n leven lang bezig bleef zijn vader, die journalist was en ook boeken schreef, te overtreffen.

Maar terwijl zijn reputatie mét zijn oeuvre meegroeide, hij vaak zichzelf overtrof en nooit genoegen nam met een voorgeschreven rol van de schrijver - hij trok ook de wereld in om als een superieure verslaggever andere culturen te 'beschrijven' -, moest hij op zijn oude dag vaststellen - het werd vorige week ook door Michaël Zeeman in Cicero opgemerkt - dat zijn hoge opvatting over het schrijven in de door hem zo bewonderde Britse cultuur danig aan slijtage onderhevig was geraakt.

Dat heeft iets tragisch, iets waaraan een ándere Nobelprijswinnaar, Octavio Paz, die eveneens de afstand tussen zíjn cultuur en de superieure westerse in zijn werk tot onderwerp maakte, voorbij zag.

Het is, mutatis mutandis, de tragiek van het arbeiderskind dat zich met veel pijn en moeite de burgerlijke beschaving heeft eigen gemaakt om op een dag - in zijn kostbare bibliotheek! - te constateren dat in de kringen waarvan hij nu deel uitmaakt, niemand meer in die beschaving is geïnteresseerd.

Niet alleen altijd een vreemde, maar ook nog te laat.

Dan kan een Nobelprijs helpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden