V-raad is geen supermarkt

Nederland kan een veto tegen een nieuwe VN-resolutie inzake Irak niet negeren en meedoen aan oorlog. Dat ondermijnt de autoriteit van de V-raad, vindt André de Hoogh....

André de Hoogh

Nu de oorlogsdreiging toeneemt wordt het steeds belangrijker te weten waar de Nederlandse politici, politieke partijen en regering staan. Uit de twee meest recente Kamerdebatten (30 januari en 12 februari) bleek dat enkele partijen (GroenLinks en de SP) onder alle omstandigheden tegen een oorlog zijn, zelfs indien de V-raad daartoe een mandaat zou geven. Anderen huldigen de opvatting dat mogelijke militaire actie tegen Irak toegestaan moet worden indien de VN deze heeft gemandateerd (PvdA?, D66). In dit verband wordt door nog anderen gesteld dat een nieuwe resolutie van de V-raad wenselijk is (ChristenUnie), maar niet noodzakelijk (de regering, CDA, SGP en PvdA?, LPF?). Hierna volgt dan vaak het standpunt dat als een ontwerpresolutie door een 'onredelijk' veto wordt getroffen de mogelijkheid moet bestaan toch met militaire middelen in te grijpen. In vergelijkbare zin hebben twee partijen aangegeven (CDA, PvdA) dat Nederland een eigen afweging moet maken indien een veto wordt uitgesproken vanwege opportunistische redenen. Voor politici is dit het ideale standpunt: alle opties worden opengehouden.

Dit laatste standpunt lijkt redelijk, want Irak doet voortdurend pogingen om de opgelegde ontwapening (resolutie 687 van 1991) op chemisch, biologische en nucleaire gebied te ontlopen. En het heeft een leider die twee oorlogen (Irak-Iran, 1980-'88; Irak-Koeweit, 1990-'91) begon en de inzet van chemische wapens tegen Iran en de Koerdische bevolking niet heeft geschuwd. Verder negeert Irak al twaalf jaar met succes de VN-resoluties en is de V-raad niet in staat gebleken die te beëindigen. Een situatie die des te schrijnender lijkt na de terroristische aanslagen op de VS en door de mogelijkheid dat terroristische groepen in het bezit zouden komen van massavernietigingswapens.

Toch brengt zelfs dit zeer redelijke standpunt grote gevaren en bezwaren met zich mee. Allereerst gaat van Irak een dreiging uit, zij het dat vanuit militair oogpunt nieuwe agressie niet aan de orde is. De VS hebben een aanzienlijke militaire macht in de regio gelegerd (die nu is versterkt) en hebben na de bevrijding van Koeweit twee no-fly zones ingesteld boven Irak. Verder berust de constatering dat een oorlog tegen Irak noodzakelijk is omdat terroristische groeperingen in het bezit kunnen komen van massavernietigingswapens, niet op feiten. Hoewel oppervlakkige contacten met Iraakse gezagsdragers en Al Qa'ida zijn aangetoond, ontbreekt het bewijs dat Irak betrokken is geweest bij de aanslagen op 11 september.

Militaire actie tegen Irak komt daarom neer op het voeren van een preventieve oorlog. Gesteld dat een tweede resolutie van de Veiligheidsraad, gezien de genoemde omstandigheden, wordt getroffen door een veto: aan wie komt dan het oordeel toe dat er sprake is van een 'onredelijk' veto? Sterker nog, kan daar überhaupt wel van worden gesproken.

In het concept van een 'onredelijk' veto schuilt een groot gevaar. Het kan zeer gemakkelijk worden ingebracht en mogelijk zelfs worden misbruikt in situaties dat andere permanente leden dan China en Rusland bezwaren hebben tegen voorgestelde acties.

Neem het conflict in het Midden-Oosten. Ongetwijfeld vinden vele lidstaten de constante bescherming van Israël door de VS onredelijk. Tot dusverre heeft de Veiligheidsraad nog nooit een resolutie onder Hoofdstuk VII aangenomen waarbij bindend werd vastgelegd dat Israël zich van bepaalde acties zou moeten onthouden , laat staan dat ooit een resolutie is aangenomen waarbij Israël sancties werden opgelegd wegens schendingen van internationaal recht.

Een resolutie wordt in de Veiligheidsraad aangenomen indien negen van de vijftien leden voorstemmen, waarbij een tegenstem van een permanent lid geldt als veto. De ontwerpresolutie krijgt tien voorstemmen en zou zijn aangenomen, maar wordt met veto's van de VS, Groot-Brittannië en Frankrijk tegengehouden. Stel dat een ontwerpresolutie zou worden ingediend die in vergaande, wellicht militaire, actie tegen Israël voorziet. Zouden wij dan het risico willen lopen dat lidstaten dan het concept van het 'onredelijk' veto kunnen inroepen?

Een nog ernstiger bezwaar tegen de opvatting dat eenzijdige actie is toegestaan als de Veiligheidsraad 'verlamd' wordt door een onredelijk veto betreft de ondermijning van de autoriteit van de Veiligheidsraad en de uitholling van haar exclusieve bevoegdheden. De Veiligheidsraad is namelijk het orgaan van de VN dat onder hoofdstuk VII (artikel 39, 41 en 42 Handvest) de exclusieve bevoegdheid bezit om een bedreiging van de vrede vast te stellen, economische sancties af te kondigen en militaire actie te machtigen. Van deze bevoegdheden heeft de Veiligheidsraad veelvuldig gebruik gemaakt om de agressie van Irak tegen Koeweit ongedaan te maken en om Irak tot ontwapening te dwingen. De Veiligheidsraad heeft de toestand in de afgelopen twaalf jaar als bedreiging van de vrede aangemerkt en de sancties gehandhaafd (gematigd door het voedsel-voor-olie programma).

Wat zal het gevolg zijn voor de praktijk van de V-raad als lidstaten zich het recht voorbehouden uit te maken of bepaalde eisen van de Veiligheidsraad met militair geweld moeten worden afgedwongen? Het antwoord ligt voor de hand en is rampzalig: de Veiligheidsraad zal gemarginaliseerd worden en in toenemende mate nalaten actie te ondernemen. Steeds vaker zullen bijzonder ernstige situaties, met name in gevallen dat mensenrechten worden geschonden, niet als bedreiging van de vrede worden aangemerkt.

Steeds vaker zullen sancties slechts door individuele staten worden ingesteld en derhalve tot ineffectieviteit gedoemd zijn. En militaire acties zullen slechts door de machtigere lidstaten worden gevoerd zonder de steun van het door de internationale gemeenschap ingestelde bevoegde orgaan: de Veiligheidsraad. Zo wordt collectieve actie vervangen door eenzijdige actie en glijdt de wereld af naar een situatie waarbij eigenrichting de norm is.

Een ander bezwaar wordt tot nu toe door vrijwel alle betrokkenen genegeerd. Bij gebrek aan een resolutie van de V-raad die machtigt tot militair optreden is eenzijdige militaire actie tegen Irak in strijd met het geweldsverbod (artikel 2 lid 4 Handvest), kan niet worden gerechtvaardigd met een beroep op zelfverdediging tegen een gewapende aanval (artikel 51 van Hoofdstuk VII Handvest) en zou daarom een zeer ernstige schending van internationaal recht inhouden.

De Nederlandse regering, die volgens de Grondwet de opdracht heeft de ontwikkeling van de internationale rechtsorde te bevorderen (artikel 90), zou zich de juridische bezwaren tegen eenzijdige militaire acties meer mogen aantrekken. De regering zou zich op het standpunt moeten stellen dat een nieuwe resolutie niet slechts wenselijk is, maar een keiharde politieke en juridische voorwaarde voor Nederlandse steun aan militaire acties tegen Irak. Er is namelijk geen alternatief voor de V-raad: de enige die Veiligheidsraadresoluties militair mag afdwingen is de V-raad zelf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden