Uytdehaage met drieluik in eregalerij

In welk rijtje is zijn naam nog niet opgenomen? 'Ik zou het eigenlijk niet weten', zei Jochem Uytdehaage zelf, de schaatser voor wie in één winter vol magie en glorie de horizon een gouden kleur kreeg....

Hoewel de brille en vooral het gemak waarmee hij eerder de Europese titel en olympisch goud had veroverd was verdwenen, bleek Uytdehaage afgelopen weekeinde toch in staat ook de laatste parel aan zijn kroon toe te voegen. Nadat een matige 1500 meter hem zaterdag van de eerste naar de tweede plaats had doen zakken, zette hij gisteren op de tien kilometer stoïcijns en met een ijzingwekkende regelmaat het toernooi naar zijn hand. Een wereldrecord puntentotaal accentueerde Uytdehaage's suprematie.

De laatste hindernis van het seizoen, de WK, was hem niettemin zwaarder gevallen dan alle voorgaande klussen. In mentaal opzicht met name. Uytdehaage: 'Het heeft me moeite gekost mijzelf voor dit kampioenschap op scherp te zetten.' Donderdag nog had hij tegen coach Gerard Kemkers gezegd dat zijn voorbereiding niet optimaal verliep. Kemkers: 'Toen heb ik hem zijn mobiele telefoon en laptop afgenomen en vanaf dat moment was de rust en de focus er weer.'

Zodoende kon Uytdehaage een serie volbrengen die sinds de oorlog pas drie schaatsers hadden weten te realiseren. In navolging van de Noren Hjalmar Andersen en Fred Anton Maier en Ard Schenk won hij in een seizoen de Europese, olympische en wereldtitel. Op basis van zijn olympische dubbelslag op de vijf en tien kilometer waren al parallellen getrokken met legendarische stayers als Gontsjarenko, Johannesen, Gustafson en Koss. Een enkeling durfde Uytdehaage zelfs te vergelijken met Eric Heiden - de schaatser die alles kon en alles won.

Pas zondagavond begonnen bij Uytdehaage al die historische bespiegelingen enigszins te bezinken. Het maakte hem zowaar een tikkeltje beduusd. 'Het begint nu langzaam tot me door te dringen wat dit betekent, zeker als je bedenkt hoe schaatsen tegenwoordig in mekaar steekt. Er is vaak gezegd dat allrounders en specialisten aparte stromingen zijn geworden, maar ík blijk toch op beide terreinen te kunnen winnen. Ja, het klinkt wel uniek.'

Het vertelt tevens iets over de rol die hem in de komende jaren wacht. Als drievoudig kampioen zal Uytdehaage met ingang van volgend seizoen het aas zijn waarop het hele peloton jaagt - een psychische last die in het verleden de benen van menig kampioen verlamde. Vers in het geheugen ligt nog de zware crisis waaraan Gianni Romme ten prooi viel na zijn dubbele olympische triomf in 1998 in Nagano. Het jaar erop werd Romme vijftiende bij de EK allround.

Zelf wil Uytdehaage de overdosis succes niet als bedwelmend ervaren. 'Ik beschouw het als een luxe probleem. Ik heb altijd gezegd: je kunt pas verliezen als je wat gewonnen hebt. Ik accepteer dat ik straks ook een keer kan verliezen.' Coach Kemkers is bovendien waakzaam. 'Veel sporters maken de fout na een succesjaar het gehanteerde concept te kopiëren. Dat is gevaarlijk, juist dan slaap je in. Maar dat is niet mijn methode. Uytdehaage krijgt in juni van mij een nieuw en fris trainingsschema.'

Tussen die regels lag ook de belangrijkste uitdaging voor Uytdehaage opgesloten. Wil hij de vergelijking met alle legendarische namen daadwerkelijk waard zijn, dan moet hij, net als zij, gedurende een periode van vier à zes jaar zijn stempel op het ijs drukken. Hoewel niet in het bezit van olympisch goud heeft overigens geen schaatser zo lang de troon bezet als de zondag afgeloste Rintje Ritsma: tien jaar.

Ritsma uitgezonderd wonnen de legendes olympisch goud en meerdere wereldtitels. Andersen, Gontsjarenko, Schenk, Heiden en Koss werden allen drie keer wereldkampioen allround. Ritsma veroverde vier wereldtitels. In het winnen van olympisch goud op twee opeenvolgende Winterspelen kan Uytdehaage eveneens een prikkel vinden. Dat kunstje wisten sinds de oorlog slechts Jevgeni Grisjin, Knut Johannesen, Erhard Keller, Tomas Gustafson, Uwe-Jens Mey en Johann Koss op te voeren.

Als er een schaatser is die de psyche heeft om die uitdaging aan te kunnen is het Jochem Uytdehaage, meent Gerard Kemkers. 'Hij heeft dit seizoen laten zien dat hij op momenten van grote spanning, de stress-situaties, zijn prestatieniveau kan verleggen. Dat is een gave. Kijk naar dit toernooi. Hij was de dagen tevoren niet supergoed, maar op vrijdag stijgt hij op de 500 meter boven zichzelf uit en dat trekt hij dan het hele weekeinde door.'

Plezier, zegt Uytdehaage, dat staat bij hem voorop. 'Met een gekke bek heb ik al gezegd: ik kan maar beter stoppen. Maar dat nooit. Ik vind schaatsen veel te mooi. En Kemkers en ik weten dat er nog genoeg te verbeteren is, dus het kan zeker nog sneller.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden