Reportage

Uwe greep de hand van zijn schoonvader – maar die kon hem niet vasthouden

In het Ahrdal, epicentrum van menselijk lijden en materiële schade in de Duitse watersnoodramp, is de ontreddering nog steeds groot. Tegelijkertijd arriveren de hulptroepen van heinde en verre. ‘Ik wist niet meer dat mensen zo goed konden zijn.’

null Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant
Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

Uwes halve familie woont hier, in drie vakwerkhuizen in het dorp Walporzheim aan de rivier de Ahr. Vanaf de straat, waar het slib tot halverwege zijn laarzen komt, wijst de vijftiger met de trots van een pater familias in het rond: ‘Mijn ouders wonen hiernaast, daaronder de ouders van mijn ex, daaronder wij, daarboven mijn schoonouders – maar mijn schoonvader, die is er sinds donderdag niet meer, denken we. En daar beneden op de hoek woont nog een nicht.’

Spletsj! Daar kiept iemand een trog lobbige modder uit het raam van de woonkamer. Uwe corrigeert zichzelf. ‘We woonden hier. Ik denk niet dat deze huizen voorlopig bewoonbaar zijn. Kijk, daar zitten gaten in de muur. Geen stroom, geen water, gas. Geen idee waar we allemaal naartoe moeten.’

Dan herpakt de grote man met het strenge montuur zich in de rol van puinruimcoördinator, verwijst twee helpers die met een volgezogen matras aan komen zetten onverbiddelijk naar de vuilnishoop aan de overkant van de straat. Daar liggen ook al de vaatwasser, de halve salontafel en de magnetron. Een van Uwes zoons sleept een gehavende scooter door het water. ‘Zullen we die bewaren? Hij was helemaal dáár.’ Uwe schudt nee. Orde in de chaos, tenminste een heel klein beetje.

In het weekend nadat het water Duitsland verraste, het weekend dat CDU-lijsttrekker Armin Laschet van ‘de overstroming van de eeuw’ sprak en bondskanselier Merkel van ‘spookachtige beelden’, kun je twee lessen trekken in de dorpen langs de rivier de Ahr – wat materiële schade en menselijk lijden betreft het epicentrum van het grote Duitse overstromingsgebied.

null Beeld

Geen hoop meer

De eerste les gaat over over de onvoorstelbare, vernietigende kracht van water. Het is een kracht die huizen heeft weggevaagd, bruggen van meer dan twee eeuwen oud heeft meegesleurd, asfaltwegen heeft opgekruld als serpentines en overal massieve klompen samengebalde materie heeft achtergelaten, bestaande uit bomen, auto’s, lantaarnpalen en ondefinieerbare brokken puin. In de Sint Jozefkerk in Walporzheim heeft het water mikado gespeeld met de banken en hebben de heiligenbeelden moddervoeten, behalve Jezus zelf, die net iets hoger hangt.

Het water kostte tot nu toe aan minstens 156 mensen het leven, van wie 110 in de Ahr-regio. Er zijn nog honderden mensen vermist, eveneens vooral rond de Ahr, waar dit weekend nog steeds maar mondjesmaat telefoon- en internetverbinding is, wat het bijhouden van administratie bemoeilijkt. Regionale instanties geven grif toe elke vorm van overzicht te ontberen.

Een van die vermisten is Uwes schoonvader. Toen het riviertje woensdagavond in adembenemend tempo buiten zijn oevers trad, ging het echtpaar van tegen de tachtig in paniek de straat op, in de veronderstelling veiliger te zijn bij hun dochter en haar man in huis. Ze werden verrast door de stroming. ‘Onze huurder kon mijn schoonmoeder door het raam sleuren. Ik ben naar buiten geklommen en hing aan de vensterbank. Ik greep de hand van mijn schoonvader, maar hij kon me niet vasthouden.’ Uwe zag de oude man de straat uit spoelen, in de richting van de kerk.

Tien minuten later stond het water halverwege de eerste verdieping. Uwe zegt dat hij geen hoop meer heeft zijn schoonvader levend terug te zien. Zaterdagavond landen er steeds speciale vermisten-eenheden per helikopter in het gebied, bestaande uit een stuk of vijftien agenten gewapend met zaklampen en een soort lange vleespennen waarmee ze in de modderige chaos en ruïnes kunnen prikken.

Wie in het Ahrdal orde zoekt, kan alleen maar naar boven kijken, naar de ondanks de sterke regenval nauwelijks gehavende groene wijnbergen. Toch hebben die liefelijke heuvels met toppen van 400 tot 600 meter een rol in de verklaring van de extreme neerslag. Het lagedrukgebied hing, ingeklemd tussen twee hogedrukgebieden, boven het westen van Duitsland vast. De warme lucht, vol vocht uit de Atlantische Oceaan, steeg op tegen de groene hellingen, wat voor een meer dan tien uur aanhoudende slagregen zorgde.

Zelfgebakken taart

Georg Finke (67), een belezen man die zich bewust zegt te zijn van de gevaren van klimaatverandering, vertelt wat iedereen hier vertelt: hij heeft het gevaar onderschat. Nadat de politie woensdag door het dorp was gereden om te waarschuwen voor extreem weer, was hij met zijn vrouw rond 10 uur ’s avonds nog naar de brug gelopen. ‘We zagen het kolken en dachten: heftig, maar we hadden geen moment het idee dat we in gevaar waren. Nog geen twee uur later kwam er een vloedgolf door de achtertuin.’ Nu draagt Finke met zijn zoons en hun vrienden het meubilair naar buiten. Wat niet kapot is, is onbruikbaar door de rode waas en benzine-achtige stank van motorolie, waarop in dit gebied veel wordt gestookt.

De tweede les die je kunt leren in de kapotte dorpen aan de Ahr is opbeurender. Op zaterdagmorgen, de eerste dag van de zomervakantie in een aantal Duitse deelstaten, trekken de hulptroepen het gebied binnen, stapvoets rijdend, over de provinciale wegen die niet onbegaanbaar zijn door waterschade.

Tussen de colonnes officiële hulptroepen van brandweer, politie en Bundeswehr rijdt ook een informeel leger helpers, bestaande uit in de stad studerende kinderen of kleinkinderen van bewoners, vrienden, maar ook mensen zonder verbinding met het getroffen gebied. Zoals Norbert Schäfer, een restauranteigenaar uit Keulen die met zijn busje duizend worsten, een paar grillplaten en pallets drinkwater komt brengen, en een biologische boer uit Baden-Württemberg met brood en en zelfgebakken taart. Geen ramp te groot voor het geloof in de helende werking van zelfgebakken taart in dit land.

Een reservist uit Beieren, Markus, snapt niet dat hij niet is gemobiliseerd en komt in vol Bundeswehr-ornaat. Boeren uit de omgeving komen met tractoren, in sommige gevallen zitten de stickers van de laatste demonstratie – tegen de volgens hen te strenge klimaatmaatregelen – nog op het raam.

Niklas Franz van de vrijwillige brandweer in Celle, 400 kilometer naar het noorden in Nedersaksen, heeft met vrienden een paar generatoren en waterpompen geregeld. Hij houdt ‘kantoor’ op een besmeurde leren fauteuil in de dorpsstraat van de zwaar getroffen plaats Ahrweiler, en schrijft met een balpen op een A4-tje welke adressen er nog een pomp nodig hebben. ‘Ik ben de komende drie dagen volgeboekt.’

‘Ik wist niet meer dat mensen zo goed konden zijn’, zegt André, een beer van een man uit Ahrweiler, die zo goed en zo kwaad als het gaat zijn handen probeert af te spoelen met water uit een flesje. ‘Vooral na corona’, zegt buurvrouw Katrin. ‘We waren het een beetje verleerd.’ Wildvreemden hebben zojuist hun kelder leeggeschept.

Onbureaucratische hulpgelden

In normale toestand is Duitsland een traag land, vergeven van regeltjes en regeltjesvolgers. In crisistoestand is Duitsland een land dat verbluffend goed en snel kan organiseren – het bleek in de vluchtelingencrisis van 2015 en het blijkt nu weer. Sommige dorpen rond de Ahr klagen over een overschot aan hulpgoederen. De broodnodige officiële hulp moet grotendeels nog op gang komen. De regering in Berlijn belooft miljarden ‘onbureaucratische’ hulpgelden voor wederopbouw. Merkel benadrukte het zondag bij haar bezoek aan het zwaar getroffen dorp Schuld.

Katrin en André moeten het nog zien, die onbureaucratische hulp. ‘Meestal blijft dat bij grote woorden in het begin’, mompelt André. En Katrin, die het opeens te kwaad krijgt, zegt dat geld ook lang niet alle problemen kan oplossen. ‘Hoe moet ik mijn kind vertellen dat het hier in september niet naar school kan?’

Er zijn meer mensen die plots uit de rol van harde werker vallen en beginnen te huilen, zoals de vader van vijf die vertwijfeld naar de vochtvlekken op zijn buitenmuur kijkt. ‘Verzekerd? , vraagt de Volkskrant-fotograaf voorzichtig. Hij schudt snikkend hun hoofd. ‘Vijftien jaar kluswerk. We kunnen helemaal opnieuw beginnen, maar ik weet niet of ik dat kàn.’

Een oudere vrouw begint te stampvoeten als een kleuter, als een familielid een la zompige ordners presenteert en vraagt of die weg kan. ‘Hou op, ik kan niet meer!’ Ze wordt op een stoel gezet die iemand net schoon heeft gespoten, een buurman brengt een bekertje koffie.

Certificaat

Door de straten die nog niet zijn drooggelegd, drijven triviale voorwerpen die in de context van een mensenleven ooit iets hebben betekend: kerstballen, een blokfluit, fonduebestek. Jana staat voor haar zojuist leeggepompte huis te roken naast een modderige olifantenpoot. ‘Dit is een echte’, zegt ze. ‘Het is nu verboden, maar dit is een erfstuk. Ik heb er een certificaat voor’, alsof er elk moment een controlerende instantie kan opdoemen uit de modder.

De soms manshoge bergen van tot vuilnis verworden huisraad geven een indruk van hoelang het nog zal duren voor er hier weer normaal, dagelijks leven mogelijk is. Maanden tot jaren. Een perspectief dat de meeste mensen in het Ahrdal nog niet kunnen bevatten.

In een huis met ‘Anno omstreeks 1600’ op de gevel staat een nette vrouw uit Bonn porselein af te wassen met mineraalwater uit een fles. Ze is een nicht van de bejaarde, geëvacueerde bewoonster. Hoe het kan dat het servies nog heel is begrijpt ze niet, en of haar tante ooit nog terug kan naar het huis waar ze haar hele leven al woont, weet ze niet. Ze weet alleen dat het het porselein schoon moet. Bij elk wit kopje dat ze in het krat zet, slaakt ze een zucht van verlichting.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden