Uw pensioen is voortaan onzeker

De wispelturige beurs en de stijgende levensverwachting ondermijnen het pensioenstelsel. Een structurele oplossing is onvermijdelijk.

Dick Sluimers, bestuursvoorzitter van 's lands grootste pensioenuitvoerder APG, legt zaken het liefst uit aan de hand van een paar grote getallen. 'Pensioenfondsen hebben zo'n 700 miljard euro aan verplichtingen. Als de levensverwachting stijgt met 5 procent, nemen de verplichtingen ruwweg met datzelfde percentage toe. Dat betekent een vermogenstekort van 35 miljard. Wie gaat dat betalen?'


Werknemers en werkgevers kunnen dat enorme bedrag onmogelijk opbrengen. Zij storten op dit moment samen jaarlijks ruim 25 miljard aan premies voor nieuwe pensioenaanspraken. Noch werkgevers noch werknemers moeten denken aan een lastenverhoging. Dat betekent dat de oplossing moet worden gezocht in een vorm van versobering: lagere pensioenen en/of langer doorwerken.


Sluimers, die bij APG voor onder meer het overheidspensioenfonds ABP en het fonds voor de bouw eenderde van de Nederlandse pensioenpot beheert, is een van de ruim twintig pensioendeskundigen en -bestuurders die volgende week woensdag moeten opdraven bij een hoorzitting in de Tweede Kamer. Directe aanleiding is de dreigende korting van de pensioenen bij veertien pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank (DNB) en minister Donner, toen nog van Sociale Zaken, riepen in augustus de pers speciaal bijeen om deze waarschuwing kracht bij te zetten.


Het metaalfonds PME, het grootste fonds op de DNB-lijst, en enkele kleinere fondsen zijn de dans dit keer ontsprongen. Ze hoeven niet te korten. Dat geldt niet voor het pensioenfonds van sleepbedrijf Smit. Dit fonds maakte deze week bekend de pensioenen van werknemers en gepensioneerden volgend jaar mogelijk met ruim 13 procent te willen verlagen. Het kan de vooraankondiging zijn van de pensioenverlaging die andere fondsen de komende jaren moeten doorvoeren.


Het rumoer over 'afstempeling' van de pensioenen leidde tot onrust bij gepensioneerden: niet eerder was gemorreld aan het opgebouwde pensioen. Tot nu toe hadden pensioenfondsen zich beperkt tot het schrappen van de indexatie, de verhoging van de pensioenen in lijn met de inflatie.


De mogelijke korting bevestigde een geluid dat de afgelopen jaren steeds luider is gaan klinken: pensioen is een onzeker bezit. 'Dat staat haaks op de gedachte dat pensioen een recht is', zegt Casper van Ewijk, hoogleraar economie en onderdirecteur van het Centraal Planbureau. 'Het is nooit een recht geweest, maar daar is nooit de nadruk op gelegd.'


Het was tot enkele jaren geleden ook nooit nodig de verwachtingen van werkenden te temperen. De spectaculaire beleggingsopbrengsten verdoezelden in de jaren negentig alle problemen. Pensioenfondsen konden zonder blikken of blozen de stijging van de levensverwachting in hun cijfers verwerken. Ook de afschaffing van prepensioenregelingen kon vrijwel geruisloos worden opgevangen door regelingen aan te passen.


De gebruikelijke maatregelen om tegenvallers op te vangen, zoals premieverhoging en het bevriezen van de pensioenen, zijn niet meer voldoende om het pensioenstelsel door deze moeilijke tijden heen te loodsen. Zo luidde hoogleraar Kees Goudswaard, die de regering adviseerde over een schokbestendig pensioenstelsel, begin dit jaar de noodklok. Als er niets werd ondernomen, stegen de premies de komende decennia met 50 procent als gevolg van de stijgende levensverwachting.


Dat was nog voor dit jaar. Uit nieuwe CBS-gegevens bleek dat de levensverwachting sneller stijgt dan eerder ingeschat. Deze bijstelling kost fondsen al gauw 5 procent dekkingsgraad (de verhouding tussen het vermogen en alle toekomstige verplichtingen, die 105 procent moet bedragen).


Hoe komt het dat het bejubelde pensioensysteem zo diep gezonken is? De verwevenheid met de financiële markten is de voornaamste oorzaak. Pensioenfondsen zijn zowel via hun beleggingen als via hun verplichtingen met handen en voeten gebonden aan onvoorspelbare aandelenbeurzen, obligatiemarkten en andere financiële marktplaatsen.


Het Nederlandse pensioenspaarvarken is een speelbal geworden van de grillige kapitaalmarkten, blijkt bijvoorbeeld uit het volgende sommetje. Als fondsen 1 procent meer rendement behalen, levert dat 7 miljard euro op. Dat staat gelijk aan een kwart van de jaarlijkse premie-inkomsten. Een rendement van 6 tot 7 procent is een absolute voorwaarde voor pensioen dat jaarlijks mee groeit met de de inflatie.


De scherpe koersdalingen in 2002 sloegen de eerste deuk in het vertrouwen in een voorspelbaar rendement. De koersval als gevolg van het uiteenspatten van de internetzeepbel schudde pensioenbestuurders ruw wakker. Koerswinsten konden blijkbaar van de ene dag op de andere zijn verdampt.


Deze crisis kon nog worden bestreden met conventionele middelen. Pensioenfondsen verhoogden de premies, bevroren de pensioenen en versoberden de regelingen. Belangrijkste versobering was de overstap van een eindloon naar een middelloonregeling. Bij de laatste regeling is de hoogte van het pensioen afhankelijk van het gemiddelde salaris gedurende de gehele loopbaan. Dit maakte de verplichtingen van het fonds voorspelbaarder. Een promotie vlak voor de pensionering was niet langer de snelle route naar een goudgerand pensioen.


De crisis uit 2002-2003 was ook snel vergeten omdat de aandelenbeurzen zich daarna weer snel herstelden. De dekkingsgraden van pensioenfondsen stegen weer naar riante hoogten.


Begin 2008 stond de dekkingsgraad van veel fondsen tussen de 130 en 140 procent. Ze hadden voldoende in kas om de pensioenen plus indexatie, de jaarlijkse aanpassing aan de inflatie, te betalen. Die indexatie maakt pensioenfondsen uniek. Andere financiële aanbieders zullen niet snel beloven de inflatie jaar op jaar bij te houden.


De krach van eind 2008 en begin 2009 maakte ongekend snel een eind aan de rooskleurige vooruitzichten. De meeste pensioenfondsen duikelden naar een dekkingsgraad onder de 100 procent. Opeens hadden ze minder in kas dan de waarde van hun verplichtingen. Indexatie konden gepensioneerden al helemaal vergeten.


Bij deze laatste crisis zakte de dekkingsgraad niet alleen door de val van de aandelenkoersen maar later ook door de daling van de rente. Pensioenfondsen moeten bij het waarderen van hun verplichtingen de rente op staatsleningen gebruiken. Hoe lager die rente, hoe hoger hun verplichtingen in de boeken komen te staan. De rente op staatsleningen is dit jaar gedaald naar een relatief laag niveau.


Pensioenfondsen hebben de lastige taak om de kostenstijging door de stijgende levensverwachting en de wispelturigheid van de beurzen op te vangen. Het bevriezen van pensioenen en het verhogen van premies en zelfs het voorzichtig verlagen van uitkeringen zijn niet afdoende.


Werkgevers en vakbonden zijn zich bewust van de ernst van de situatie. In het AOW-pensioenakkoord dat ze in juni sloten, hebben ze afgesproken dat ze de problemen snel zullen aanpakken.


Over de behandeling van nieuwe toezeggingen bestaat wel consensus. Door de pensioenleeftijd op de een of andere manier te koppelen aan de levensverwachting wordt dit risico geneutraliseerd. Althans, voor de nog op te bouwen pensioenen. Daarvan wordt de ingangsdatum immers afhankelijk van de levensverwachting tegen de pensioendatum.


De grootste uitdaging blijven de reeds opgebouwde pensioenen die goed zijn voor een schuld van 700 miljard euro. Aanpassingen van die pensioenen raken niet alleen gepensioneerden, maar ook miljoenen werknemers. Een veertiger heeft bijvoorbeeld al zo'n vijftien jaar pensioen opgebouwd.


Elke aanpassing - hogere ingangsleeftijd, lager of onzekerder pensioen - komt volgens Leon Mooijman, pensioendeskundige bij werkgeversorganisatie AWVN, op hetzelfde neer. 'Het is niet mogelijk de oude beloften waar te maken. De premie plus het rendement zijn niet toereikend.'


Het anders behandelen van nieuwe en oude pensioenen heeft een groot nadeel. 'We moeten voorkomen dat er een knip komt tussen oude en nieuwe rechten. Dat maakt het pensioen nog onbegrijpelijker. Straks krijg je een pensioenoverzicht met twee verschillende pensioenen', zegt Mooijman.


De beste oplossing is volgens Mooijman de ingangsdatum gelijk te trekken. Dat valt volgens hem goed uit te leggen. 'We leven langer, de AOW gaat naar 66 jaar en dus het pensioen ook.'


Bonden zouden het liefst de oude toezeggingen omzetten in nieuwe contracten met minder harde garanties. De achterliggende gedachte is dat een fonds minder buffers hoeft aan te houden als bijvoorbeeld van 90 procent van de pensioentoezegging hard is. In een gunstig scenario kan een fonds dan eerder indexeren.


Oude contracten kunnen alleen worden gewijzigd als de deelnemers daarmee instemmen. 'We moeten werknemers verleiden over te stappen naar een nieuwe regeling', zegt Willem Noordman, pensioenspecialist en bestuurder bij FNV Bondgenoten. Bij het omkatten van de bestaande toezeggingen en bij nieuwe regelingen wil de bond werknemers met een klein pensioen en degenen die vroeg begonnen zijn met werken op de een of andere manier ontzien.


De bonden staan voor een hondsmoeilijke opgave. Ze moeten deelnemers uitleggen dat hun pensioen onzekerder wordt en toch beter. Dat is een lastige boodschap. Uit onderzoek blijkt dat het gros van de deelnemers van pensioenfondsen risico en beleggen maar eng vinden. De problemen bij pensioenfondsen wijten ze vaak aan roekeloos beleggen.


'Wij zitten nu met de gebakken peren'

Herman Wendel (80) en zijn vrouw Paul Wendel-Toneman (73) wonen in Bolsward. Het echtpaar ontvangt samen 3.200 euro netto per maand aan AOW en pensioen. Het pensioen van zo'n 2.000 euro komt van het ABP. Herman heeft vrijwel zijn gehele werkzame leven in het onderwijs gezeten.


'Ik ben op mijn 59ste met de VUT gegaan. Dat werd toen van je verwacht en ik heb daar nooit spijt van gehad', zegt Herman Wendel. Over het niveau van het pensioen is het echtpaar tevreden. 'Het was iets lager dan mijn salaris, maar omdat de drie kinderen uit huis gingen, hadden we ook minder kosten.' Het echtpaar kan van het pensioen nog steeds met vakantie gaan. 'We komen net terug uit Sicilië. Maar een nieuwe auto zit er niet in.'


Dat de pensioenen dreigen te worden verlaagd, daar is Wendel niet blij mee. 'Je rekent toch op een bepaald bedrag, maar dat wordt sluipenderwijs minder. Eerst beweerden ze dat het pensioen waardevast was. Dat bleek niet zo te zijn. De laatste jaren is het slechts deels geïndexeerd.'


Wendel kan niet bepalen of het ABP goed heeft belegd. 'Ze geven de rente de schuld, maar ik geloof dat ze eerder zelf om deze rente hebben gevraagd. Maar wij zitten nu met de gebakken peren.'


'Ik ben niet zo bezig met geld en pensioen'

Ellen Grotendorst (25) werkt zeven jaar als kapster bij Kinki Kappers in Amsterdam. Sinds een jaar is zij assistent-manager. Grotendorst woont met haar man in Amsterdam. Samen hebben ze een netto inkomen van 3.600 euro. Interpolis regelt haar pensioen.


Grotendorst ging als kapster aan de slag omdat ze alleen maar leuke, vernieuwende en creatieve dingen dacht te gaan doen. 'Dat is natuurlijk niet zo.' Voor het geld doet Grotendorst het echter niet. 'Daar ben ik nooit zo mee bezig.'


Ze ziet zichzelf niet veertig jaar dit werk doen. 'Dat houd ik echt niet vol. Het is een lichamelijk zwaar beroep. Je moet goed op je houding letten en wat nou als je op latere leeftijd een allergie krijgt?'


Over de mogelijkheid dat ze er na haar pensioen financieel flink op achteruit gaat - pensioenfondsen in de kappersbranche hebben momenteel een zeer lage dekkingsgraad - denkt Grotendorst nog niet na. 'Het zou heel naar zijn, maar mensen van mijn leeftijd zijn daar gewoon niet mee bezig.'


Haar vader van 56 heeft na veertig jaar in vaste dienst bij Xerox zijn pensioen helemaal op orde. Met het oog op haar eigen onzekere toekomst spaart Grotendorst voor de zekerheid elke maand een klein bedrag. 'Het hangt er vanaf, maar meestal rond de 100 euro.'


'Mijn zekerheid blijkt een zeepbel te zijn'

Patrick Fruneaux (49) werkt tien jaar in de detachering, eerst in de ict, nu als finance professional. Gemiddeld duren zijn projecten een maand of zeven. Via personeelsbemiddelaar Vitae ontvangt hij een vast maandsalaris van 1.700 euro netto. Fruneaux woont met zijn vriendin en dochter in Abcoude. Hun netto inkomen bedraagt 3.500 euro.


Zijn pensioen is ondergebracht bij Nationale Nederlanden. Als Fruneaux met pensioen gaat, kan hij met AOW rekenen op 1.100 euro per maand. Patrick denkt daarvan rond te kunnen komen. 'Mijn huis is dan bijna afbetaald, dus de vaste lasten worden ook lager.'


Hoe de pensioenen er over vijftien jaar voor staan, daar denkt Fruneaux niet te veel over na. 'Ik heb lang in zekerheid geleefd, maar dat blijkt nu een zeepbel te zijn.' Hij accepteert dat alles verandert, maar baalt wel dat hij sommige investeringen zag verdampen. 'Simpelweg sparen is nog het zinvolst, al is het 50 euro per maand.'


De pensioenfondsen staan op losse schroeven, maar Fruneaux blijft kalm. 'Er wordt heus wel iets bedacht zodat mensen niet doodgaan van de honger.' Dat Fruneaux langer door moet werken voor zijn oude dag, is geen ramp. 'Ik heb geen zwaar beroep en helemaal stoppen lijkt me niets.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden