Utrechtse methode voor herintreding op arbeidsmarkt blijkt vrij succesvol; Persoonlijke aanpak helpt bijstandsvrouwen

'Ik weet nog wel dat ik me rot schrok toen ik die brief van de sociale dienst op de mat trof....

Van onze verslaggeefster

UTRECHT

Gescheiden huisvrouw Klein, met twee dochters, zat op dat moment al tien jaar in de bijstand. Plannen om te gaan werken had ze helemaal nog niet. Inmiddels kan ze zich vrolijk maken over haar toenmalige angst: ze werkt alweer drie jaar in deeltijd.

Die schrik, woede en weerstand kwamen we destijds bij talloze vrouwen tegen, zegt J. Vaillant, directeur van het Utrechtse centrum BOA voor beroepsondersteuning en advisering van meisjes en vrouwen. Deze zomer presenteerde BOA de resultaten van een driejarige proef om bijstandsvrouwen aan werk of scholing te helpen.

Zeker 2500 vrouwen werden aangeschreven; enkele honderden leren of werken nu. Het lijkt op het eerste oog niet veel, maar het is toch een respectabel aantal, omdat het vrouwen zijn die vaak weinig scholing hebben en alleen de kinderen verzorgen. Daar komt bij dat geschikte (deeltijd-)banen niet voor het oprapen liggen.

De Utrechtse aanpak wordt in andere gemeenten overgenomen. Buiten de stad zijn dat de meeste gemeenten in de regio Midden-Nederland, maar ook Almere en Gouda hebben zich gemeld. De landelijke veranderorganisatie (LVO), die een cultuuromslag bij sociale diensten moet bewerkstelligen, heeft de methode in haar dienstenpakket opgenomen.

Tot voor kort liep Utrecht met het activeren van uitkeringsgerechtigden bepaald niet voorop. Vrouwen met kinderen onder de achttien hoefden zich bijvoorbeeld nog niet te melden voor de arbeidsmarkt, waar andere gemeenten al een leeftijdsgrens van twaalf jaar hanteerden.

Klein: 'Ik heb nooit last gehad van de sociale dienst, ik hoefde niks, maar ik hoorde wel dat andere steden veel strenger waren.' Vaillant: 'Begin jaren negentig was er een cultuuromslag gaande. De uitkeringsfabriek moest stoppen, tegenover een uitkering mocht wel iets staan van de cliënten. Werk werd belangrijker dan inkomen, want een uitkering alleen leidt meestal tot verdergaande armoede en sociaal isolement. Bovendien kwam de vernieuwde bijstandswet (nABW) er aan, die vrouwen met kinderen boven de vijf jaar vanaf 1994 verplichtte zich beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt.'

Vaillant is voormalig staatssecretaris Ter Veld van Sociale Zaken nog altijd dankbaar dat zij in de politiek de aandacht heeft gevestigd op de groep bijstandsvrouwen met kinderen.Tot dan leek die groep niet te bestaan, of was ze onzichtbaar. Dat was ook een probleem voor de gemeente Utrecht en het uit de vrouwenvakwinkel voortgekomen BOA: wie zijn de bijstandsvrouwen, hoeveel zijn het er, waar zitten ze ze, hoe kunnen ze aan een baan of scholing worden geholpen? Het merendeel van de bijstandsvrouwen was niet ingeschreven bij de arbeidsvoorziening, omdat ze niet hoefden te werken.

De vragen en de wens en plicht om deze groep vrouwen te activeren leidde begin 1993 tot het driejarige proefproject Kans of Dwang. Jaarlijks werden 650 vrouwen aangeschreven. Bij Klein kwam de oproep toen haar jongste dochter dertien was. Ze moest er aanvankelijk op zes bijeenkomsten bij BOA achter zien te komen wat voor werk of scholing ze zou willen doen.

'Ik had tot de tweede werd geboren altijd op de administratie gewerkt. Dat wilde ik wel weer gaan doen. Het belangrijkste probleem voor mij was dat ik de computer had gemist.' Met een opfriscursus Nederlands, boekhouden, een computercursus en verdere loopbaanbegeleiding lukte het Klein om begin 1994 weer aan de slag te gaan.

Vaillant rekent gemiddeld twee jaar om de vrouwen op weg te helpen. De knop is niet zomaar omge zet als de wet zegt dat je je moet melden op de arbeidsmarkt, aldus Vaillant. Geestelijk en emotioneel is het voor velen een heel proces om zich op de arbeidsmarkt te richten en de kinderen uit te besteden. Meestal hebben bijstandsvrouwen zich helemaal vastgeklampt aan de kinderen. Die zijn hun levensdoel.

De persoonlijke aanpak van BOA werkt. Vaillant: 'Al eerder was uit een enquête gebleken dat vrouwen, tegen de publieke opinie in, wel degelijk willen werken. Het punt is alleen dat de meeste vrouwen heel onzeker zijn, er komen allemaal vragen op ze af, ze twijfelen aan hun kennis, ervaring, ze weten niet hoe het met de kinderen moet, en ga zo maar door. Maar geef je ze een steuntje in de rug, laat je ze eerst zelf vertellen hoe hun situatie is en wat ze zouden willen, dan kan er veel meer dan ze eerst dachten.'

Niet iedereen hoeft van BOA acuut te gaan werken. 'Vrouwen die net gescheiden zijn, geven we de tijd om de zaken op een rij te zetten', zegt Vaillant. 'Sommige vrouwen hebben eerst psychische of medische hulp nodig, of hun kinderen verdienen speciale aandacht. En er blijven mensen aangewezen op de bijstand. Maar nu op individuele gronden, niet meer omdat ze tot een bepaalde categorie behoren.'

Als een vrouw eenmaal werk heeft, is het nog niet in alle gevallen definitief geregeld. Administratief medewerkster Klein werkt zestien uur in een kleine onderneming en is nog steeds aangewezen op de bijstand. Aanvankelijk was haar toegezegd dat haar baan zou uitgroeien tot 32 uur, maar dat kan haar baas niet betalen. Het liefst werkte ze fulltime. 'Straks wordt mijn jongste achttien jaar, en dan ben ik voor de bijstand een alleenstaande. Dat kost me honderden guldens per maand.' Ze zal dus opnieuw moeten solliciteren. 'Ik voel me wel zekerder, want nu solliciteer ik vanuit een werksituatie. Maar je schrikt toch weer van de eisen die aan kandidaten worden gesteld. Leuk is het niet, anderen denken op mijn leeftijd aan afbouwen, ik moet weer opnieuw beginnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.