NieuwsAfghanistan

Uruzgan tien jaar later: asfaltwegen zijn intact, maar wel in handen van de Taliban

Tien jaar nadat de laatste Nederlandse militair de Afghaanse provincie Uruzgan verliet, blijken veel Nederlandse wederopbouwprojecten daar nog goed te functioneren. 

Schoenmakers op de bazaar van Tarin Kowt, de hoofdstad van Uruzgan.Beeld Noël van Bemmel

Dat concludeert het Afghaanse onderzoeksbureau The Liaison Office (TLO) na veldonderzoek in opdracht van de Nederlandse hulporganisatie Cordaid.

De belangrijkste Nederlandse ontwikkelingsprojecten zijn de 42 kilometer lange asfaltweg van Tarin Kowt naar Chora (18,3 miljoen euro), de technische vakschool voor jongens uit de hele provincie (8 miljoen euro) en de vliegveldterminal met raketbestendig dak (18,2 miljoen euro). De weg is weliswaar geblokkeerd op de frontlinie, maar niet beschadigd. De projecten hebben de jarenlange oorlog tussen de Taliban en de regeringstroepen overleefd.

Nederland gaf 187 miljoen euro uit aan ontwikkelingsprojecten in Uruzgan, nadat de Tweede Kamer had geëist dat de NAVO-missie ook een opbouwmissie moest worden. De militaire kosten bedroegen bijna twee miljard euro, 21 Nederlandse soldaten sneuvelden in Uruzgan.

Vermoorde politiecommandant

Na het vertrek van de Nederlandse militairen in 2010 en de Australische in 2014 bleef de veiligheidssituatie stabiel in Uruzgan, zo staat in het onderzoeksrapport. Dat veranderde toen de provinciale politiecommandant Matiullah Khan in 2015 werd vermoord. Een jaar later rukten talibanstrijders voor het eerst op tot de bazaar van provinciehoofdstad Tarin Kowt.

Het Afghaanse leger zette met de Amerikaanse luchtmacht weliswaar een tegenaanval in, maar op dit moment controleren de Taliban 80 tot 90 procent van de provincie. Ze doen dat met vijfduizend strijders en 600 tot 700 administratieve medewerkers, stelt het TLO-rapport. Die laatste groep is nieuw en duidt er volgens de onderzoekers op dat de Taliban de kwaliteit van het bestuur in hun districten serieuzer nemen.

Rond Tarin Kowt, de stad waar tussen 2006 en 2010 duizenden Nederlandse militairen waren gelegerd in Kamp Holland, vechten Afghaanse soldaten en agenten dagelijks met de Taliban. In de districten controleert de overheid louter de omgeving van legerposten die per helikopter moeten worden bevoorraad. De provinciale wegen, doorgaans betaald door Nederland of Australië, zijn afgesloten met checkpoints en mijnen. Inwoners die naar het ziekenhuis moeten, of boeren die hun oogst willen verkopen, moeten uren omrijden door de bergen. Circa 1.500 families zijn gevlucht naar Tarin Kowt of naar Kandahar Stad in de naastgelegen provincie.

Meer leerlingen en klinieken

De onderzoekers melden ook positief nieuws. Zo verdubbelde het aantal klinieken en medische hulpposten sinds het vertrek van de Nederlanders. Ook het aantal verpleegkundigen, artsen en vroedvrouwen steeg. Het aantal scholen bleef min of meer gelijk, het aantal leerlingen steeg (inclusief meisjes).

In eerste instantie, melden bewoners aan TLO, werden scholen gesloten en leraren geslagen door de Taliban.  Maar sinds een paar maanden, nu de Taliban onderhandelen met de Afghaanse regering over vrede, gaan veel jongensscholen weer open. In sommige districten mogen zelfs meisjes jonger dan 9 jaar weer naar school. Nog een opmerkelijke ontwikkeling: de Taliban blokkeren niet langer alle opbouwprojecten, mits die gezondheidszorg, jongensonderwijs of infrastructuur betreffen.

Cordaid was tot 2019 actief in Uruzgan, waar ze veel klinieken en medische trainingen heeft opgezet. De hulporganisatie wil met het onderzoek bijdragen aan een maatschappelijke discussie over nut en noodzaak van ontwikkelingswerk in conflictgebieden.

TLO publiceerde vergelijkbare rapporten over de provincie Uruzgan in 2006 en 2010 (in opdracht van het ministerie van Buitenlandse Zaken). In hun conclusie schrijven de onderzoekers: ‘Er heerst verdriet en frustratie omdat het volledige potentieel van alle inspanningen niet is gerealiseerd vanwege de onveiligheid’.

Lees verder

Wat is er over van de Nederlandse miljoenen in Uruzgan?
Na tien jaar keert oud-diplomaat Marten de Boer terug naar Uruzgan, waar hij miljoenen euro’s aan Nederlands hulpgeld uitgaf om scholen, wegen en bruggen te bouwen. Wat is er van zijn werk geworden, nu de provincie weer bijna volledig in handen is van de Taliban?

‘Ik heb geen boerka en die ga ik ook niet kopen!’ Terug in Kabul, dat snakt naar modernisering
Er zal democratie zijn en meisjes mogen naar school, beloven de Taliban in historische onderhandelingen met de Afghaanse regering. In hoofdstad Kabul snakt men naar vrede, maar heerst ook argwaan. ‘Als het hier weer net zo wordt als in de jaren negentig, vluchten we naar Europa.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden