Uruzgan dwingt leger tot zuinig oefenen

Voordat een Nederlandse infanterist de poort uitgaat in Uruzgan, steekt hij onder meer een dozijn volle patroonhouders in zijn tactische vest, evenals een paar scherfhandgranaten, een luchtdrukgranaat, een nachtzichtkijker en een headset om contact te houden met zijn groep....

Maar een militair die in Nederland uit zijn voertuig springt om te oefenen, mag al blij zijn dat er überhaupt wordt geoefend. Want om de ISAF-missie te kunnen voortzetten, meldde Defensie aan de Tweede Kamer, ‘worden beperkingen aangebracht op de materiële gereedheid, personele gereedheid en geoefendheid van de niet voor inzet aangewezen eenheden’.

In de praktijk zijn vrijwel alle inspanningen van de landmacht gericht op de missie in Uruzgan. Alleen eenheden die worden ‘opgewerkt’ voor Uruzgan krijgen een half jaar voor vertrek de juiste spullen en kunnen serieus oefenen.

Desondanks verzekert minister Van Middelkoop van Defensie dat de operationele capaciteit van de krijgsmacht niet wordt aangetast.

Op kazernes en op oefenterreinen is men daar minder gerust op, leert een rondgang. Daar merken officieren en onderofficieren dat allerlei militaire vaardigheden niet meer worden geoefend door gebrek aan munitie, materieel of oefenbudget. Op termijn kan dit tot problemen leiden, stellen zij, omdat militairen die zich opwerken voor Uruzgan minder basisniveau hebben en de werving van rekruten eronder gaat lijden.

Als voorbeeld noemt een officier het voorschrift dat een militair jaarlijks moet oefenen met het gooien van een handgranaat. Maar dit jaar kregen 360 leden van een herstelcompagnie slechts negentig granaten toegestuurd. ‘En die kun je maar één keer gooien.’ Een onderofficier signaleert dat met het nieuwe antitankwapen Gill niet meer wordt geschoten, behalve ter voorbereiding van Uruzgan.

Defensie erkent dat de missie in Afghanistan leidt tot ‘het verschuiven van accenten binnen het oefen- en opwerkschema van de krijgsmacht’. Een verschraling, blijkt in de praktijk. Zo zijn er alleen nog schietoefeningen tot en met pelotonsniveau (tien voertuigen, 40 - 50 man). Dat is een niveau lager dan voorheen. Ook het manoeuvreren met hele brigades (3.000 man) gebeurt niet.

De in 2008 geplande oefening Joint African Lion in Senegal is uitgesteld. De bijdrage in dat jaar van de landstrijdkrachten aan de snelle interventiemacht van de NAVO, is verminderd.

Het roept de vraag op hoe het kan dat een organisatie met 62 duizend werknemers zoveel moeite heeft om 2.000 man te velde te houden. Een grove berekening leert dat de helft van het personeel, militair of burger, een ondersteunende taak heeft. Volgens een schatting zijn voor iedere man in het veld, zes tot zeven collega’s elders binnen defensie bezig.

In militair jargon: de punt van de speer is maar een fractie van het wapen. Daar komt bij dat Uruzgan vooral een klus is voor de zeven infanteriebataljons van de landmacht. Voor ieder bataljon te velde (700 man), zijn in de praktijk twee, drie bataljons in touw om zich voor te bereiden en is één aan het bijkomen. Aan het eind van de missie in 2010 zal een kwart van het personeel van de krijgsmacht zijn ingezet in Afghanistan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden