Urkers passen zich graag aan, waarom doen anderen dat niet?

Achter nieuwe oude zeeheldenstraten schuilt gemis aan wederkerigheid.

Beeld de Volkskrant

Jan Koffeman (66) heeft acht traditioneel Urker kostuums, die hij op zondag in de kerk draagt, en tijdens raadsvergaderingen, waar hij zit namens Hart voor Urk. 'Urker Jan', noemen ze hem hier. Maar als ik hem spreek, draagt hij moderne kleren. We zitten op de werkkamer van zijn partijgenoot, wethouder Gerrit Post (44). Die is eveneens Oud Gereformeerd, en een beetje een heethoofd.

Post zal een paar keer schreeuwen. Bijvoorbeeld als hij kwijt wil dat 30 duizend mensen zoals hij in Amsterdam demonstreerden 'tegen ongeborenen die worden vermoord in de moederschoot'. En daar gebeurt niets mee. Maar als 'een hand vol activisten' van Zwarte Piet en koloniale helden af wil, dan gebeurt dat wél. 'MAAR WAT IS ERGER? NOU?'

'Windt hij zich altijd zo op?', vraag ik aan Jan Koffeman.

'Ja', zegt Jan. Gerrit Post knikt wat berustend met hem mee.

Tijdens ons gesprek pakt Jan Koffeman soms zijn mobiele telefoon en dan noemt hij de beller een getal: het is vrijdag, de vis wordt geveild. Koffeman werd met alleen lagere school de grootste tongverkoper van de visafslag: vorig jaar kocht hij voor acht miljoen in, zijn totale omzet bedroeg twintig miljoen.

Maar goed. Jan Koffeman dus, diende vorige week de motie in om de straten van de nieuwe wijk Schokkerhoek in Urk te noemen naar Nederlandse 'helden' uit het koloniale verleden. Nu die ter discussie staan, van Coentunnel tot de buste van Johan Maurits. De raad nam het voorstel unaniem aan.

Urkers passen zich graag aan elkaar aan. Ze werken bijna allemaal hard (geen twee procent werkloosheid, het laagste van Nederland). Ze zijn bijna allemaal christelijk (veertien kerken). Ze geven bijna allemaal veel aan goede doelen en krijgen liefst veel kinderen (hoogste geboortecijfer van Nederland).

Wethouder Gerrit Post (links) en Jan Koffeman

Tussen één en twee uur 's middags stipt eten ze allemaal thuis. Warm. Dit is belangrijk, iedereen vertelt dit heel precies. Van één tot twee: warm. Ook al kost het je een kwartier file het dorp in. Vooral als net de brug open gaat voor een plezierbootje van buiten. Die brug wordt automatisch bediend vanuit Lelystad: ook buiten. De Urkers vroegen al vaak of de brug even dicht mag blijven tussen één en twee. Want dan moeten ze eten. Warm. Maar buiten past niemand zich aan hún gewoonten aan.

De gemeenteraad debatteerde een knus half uurtje over de zeeheldenstraten. Eerst Urker Jan, plechtstatig over de zee, en over 'die geweldige man, Michiel Adriaenszoon de Ruyter'. Daarna Anja Keuter van de Unie Gemeentebelangen, die alles wat 'de activisten' dwarsboomt 'van harte' steunt. Toen Albert Woord van de ChristenUnie.

Anja Keuter bij een van haar schepen.

Albert Woord zei als enige hardop dat Zwarte Piet niet eens zo heel lang geleden nog gewoon zondig was, bij zijn reformatorische gezindte. Zoals ook een kerstboom in zijn jeugd voor heidens doorging. 'En nu? Straks pleiten we hier nog voor de paashaas!' Ook, zei Woord, klopt het niet dat zeehelden al worden weggemoffeld. Albert was zelf naar het graf van Michiel de Ruyter gaan kijken, in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. En die lag er daar dus schit-te-rend bij. Werd respectvol naar geluisterd. 'Ik wilde even relativeren', zegt Albert Woord later bij hem thuis. Maar verder lijken de nieuwe oude straatnamen hem ook 'gewoon prachtig'.

Urks voorspoed begon toen het dorp zich wilde openen. Dat was in de jaren zeventig, toen ze de vis die ze er vingen voortaan ook zelf gingen verwerken en verhandelen. Die visverwerking beslaat nu een industrieterrein buiten het dorp, waar Syriërs en Polen naast Urker vrouwen staan: geen punt. Een paar bedrijven zijn in handen van Marokkanen: ook prima. Je wordt in Urk maar om één reden gediscrimineerd, zeggen ze hier: als je niet hard werkt.

Albert Woord: 'Straks pleiten we hier nog voor de paashaas.'

Nog nooit had Urk een straat naar een zeeheld genoemd. Ze hebben er zelfs nooit aan gedacht. Albert Woord zegt dat, thuis. Jan Koffeman zegt het. Anja Keuter zegt het, in haar woning aan de haven van Urk. Haar man Bertus is op de Noordzee, ze hebben drie kotters en een internationale vishandel, bestierd door Anja. Anja denkt allang over grenzen heen: deze maand alleen bezoekt ze visbeurzen en klanten in Amerika, in Denemarken en in Duitsland: 'Die helden van weleer, nee, daar stonden we niet meer zo bij stil.'

Waar het ze dan om gaat? Om wederkerigheid. Om de ongeborenen van de wethouder. Om de onbenullen op het ministerie, waar een telefonist aan Anja vroeg: 'Een kotter, zegt u? Wat is dat?'

Waar het om gaat is hoe Anja zich op al haar reizen probleemloos aanpast, maar tot haar woede nu ook Engels moet praten als ze in háár Amsterdam een ijsje voor haar kinderen wil kopen. Waar het om gaat is dat alles zo snel gaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden