Universiteiten racen om studenten uit China

De aanwas van Chinese studenten en wetenschappers bij Nederlandse Universiteiten is sterk gestegen, tot ruim drieduizend dit studiejaar. Vooral de Erasmus Universiteit Rotterdam en de Technische Universiteiten van Delft en Eindhoven hebben veel Chinezen. De TU Delft staat op het punt een dependance in Peking te openen.

© anp

Dat blijkt uit een enquête van de Volkskrant onder de vijftien Nederlandse universiteiten over hun contacten met China.

Promovendi
Koploper is de Erasmus Universiteit (EUR) met 744 studenten, een stijging van 26 procent in vijf jaar. Bij de TU Delft nam het aantal studenten in die periode met 47 procent toe tot 362. Delft heeft ook de meeste Chinese wetenschappers en promovendi in dienst, ruim 400. In totaal zijn er bijna duizend Chinese wetenschappers en promovendi in Nederland.

Vooral technische en economische studies zijn populair, maar er is ook een stijging bij politieke en sociale wetenschappen en bij talen. Omgekeerd gaan er jaarlijks slechts enkele tientallen Nederlandse studenten naar China. Wel sluiten universiteiten tientallen samenwerkingsverbanden en sturen ze aan de lopende band delegaties.

Delft gaat het verst door als eerste Nederlandse universiteit een dependance te openen. 'Met die fysieke aanwezigheid vergroot je je kansen op structurele samenwerking', aldus bestuursvoorzitter Dirk-Jan van den Berg, oud-ambassadeur in China. De dependance, opgezet met de Chinese Academie voor Wetenschap, legt zich toe op innovaties rond LED-technologie, de verlichting 'waar in China grote belangstelling en een grote markt voor bestaat'.

Groei
De universiteiten willen graag goede contacten met China vanwege de economische en technologische groei. Universiteitskoepel VSNU noemt samenwerking met 'van essentieel belang'. VSNU-beleidsadviseur Olivier Morot: 'Alles draait om internationale samenwerking. Dan kun je niet wegblijven uit zo'n groot land. In westerse landen zie je een zekere verzadiging.' Ook in andere EU-landen stijgen de aantallen Chinese studenten. In Groot-Brittannië zijn het er al 53 duizend.

Een kanttekening komt van Peter Ho, hoogleraar Chinese economie en ontwikkeling aan de Universiteit Leiden. 'Het is een hype. Het gevoel is: als we niet gaan, dan leggen we wel het loodje. Maar je moet afvragen waar je mee komt. Als je er een enkele vertegenwoordiger stuurt, dan leg je het af tegen de universiteit van Chicago. Die zet er een gebouw van 1.600 vierkante meter neer.'

Zonder grondig voorwerk je diensten aanbieden, is zinloos. Ho: 'Chinese universiteiten worden heel veel benaderd. Ze zijn zelfbewust en zeggen: trek maar nummertje 100 en sluit achteraan in de rij. We doen eerst zaken met Harvard en Yale.'

Onderspit
Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie voor Wetenschappen (KNAW) erkent dat Nederland vaak het onderspit delft. 'Maar buitenlandse studenten zien ons als een belangrijke opstap voor een wetenschappelijke carrière. We hebben een groot internationaal netwerk. Die contacten komen van pas voor wie wil doorstromen naar topuniversiteiten.' Dijkgraaf is groot voorstander van meer samenwerking. Hij betreurt het dat Nederland 'toptalent misloopt', omdat het beurzensysteem voor buitenlandse studenten karig is. Ook vreest hij dat er minder Chinese promovendi komen door de bezuinigingen.

In het buitenland is debat over de risico's van wetenschappelijke samenwerking met China. De Britse topwetenschapper en uitvinder Sir James Dyson, adviseur van de Britse regering, stelde dat de Britse universiteiten bezig zijn 'de concurrentie op te leiden'. Ook betichtte hij sommige studenten van spionage.

In Nederland plaatste China-kenner Henk Schulte Nordholt vraagtekens bij het enthousiasme. Hij vreest dat te gemakkelijk technologische kennis wordt overgedragen. 'Universiteiten delen graag hun kennis met de Chinezen. Daar zitten risico's aan, ook bij zuiver wetenschappelijke samenwerking.'

Innovatierace

VSNU-adviseur Morot meent dat die risico's overal bestaan: 'Je moet erop vertrouwen dat je zaken kunt doen. Je kunt je als Nederland ook niet afsluiten, want dan loop je de hele innovatierace mis.' Ook Dijkgraaf is niet onder de indruk van de kritiek. Tegenover de angst van Dyson voor een braindrain, het wegvloeien van kennis naar China, plaatst hij het concept van de 'braincirculation', de in- en uitvoer van kennis die volgens hem kenmerkend is voor het Nederlands wetenschappelijk klimaat. Hij pleit voor nog veel verdergaande internationalisering. 'Goede onderzoeksinstituten hebben bijna evenveel nationaliteiten als mensen. Dat lijkt me een mooi streven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.