analyseDiversiteitsbeleid

Universiteiten beloofden dekolonisatie. Is er al iets bereikt, of zijn de effecten vooral ongewenst?

Veel faculteiten trokken vorig jaar het boetekleed aan over kolonialisme en discriminatie op de universiteit. Hoe staat het er nu voor?

null Beeld Rhonald Blommestijn
Beeld Rhonald Blommestijn

Het straatrumoer klotste een jaar geleden in alle hevigheid de collegebanken in. De universiteiten voelden zich geroepen om zich óók uit te spreken, net als hun studenten die in de zomer de barricades op gingen voor Black Lives Matter. Vele afdelingen en faculteiten publiceerden in juni 2020 ernstige statements en schuldverklaringen.

‘Het instituut van de universiteit was en is nog steeds een structurele component van anti-zwart-racisme, witte superioriteit en kolonialisme’, schreven de coördinatoren van de master Engaging Public Issues (EPI) van de Erasmus Universiteit in juni. Ze beloofden zich te beteren op tal van punten: de lesstof, de colleges, werving, gastsprekers.

‘We hebben gefaald’, schreef de afdeling politicologie van de UvA in een open brief, ondertekend door ruim honderd medewerkers. ‘Meer concreet: wij hebben ons in ons onderzoek niet voldoende gefocust op kwesties van ras als sociaal systeem en de manier waarop ras samenhangt met andere sociale stratificaties.’

Zo toonde vrijwel elke universiteit in Nederland zich nederig en bereid tot verbetering. Eensgezind gingen de diversity officers, die toen op de meeste universiteiten al een paar jaar waakten over het diversiteitsbeleid, aan de slag om onrechtvaardigheid en discriminatie nog meer uit het academische systeem te weren. Hoe staat het thema er een jaar later voor?

‘Betuttelracisme’

De wind lijkt inmiddels iets uit de zeilen, mild uitgedrukt. In de Tweede Kamer werd het Nationaal actieplan voor meer diversiteit op de universiteiten van minister Ingrid van Engelshoven (D66, Onderwijs) neergesabeld en ‘betuttelracisme’ genoemd. Eind april trokken vijf universiteiten zich terug uit het project Barometer Culturele Diversiteit van het Centraal Bureau voor de Statistiek, waarmee de achtergrond van wetenschappelijk personeel moest worden vastgelegd. Duizenden academici wilden hun persoonskenmerken niet opgeven aan het CBS.

Er lijkt sprake van een kentering, of in elk geval een pas op de plaats. In de media verschijnen voortdurend columns over de schadelijke invloed van de woke-cultuur. Oftewel het geheel van de nieuwste politiek correcte etiquette en progressieve ideologie, bestaande uit identiteitspolitiek en de zogenaamde dekolonisatie van het curriculum. ‘Plato, Kant of Einstein? Weg ermee!’, schreef historicus Geerten Waling onlangs sarcastisch in Elsevier Weekblad. Hij vergeleek de academici die deze ideologie verspreiden met een ‘sprinkhanenplaag’.

Zelfs de doorgaans gematigde Robbert Dijkgraaf, directeur van het Institute for Advanced Study in Princeton, waarschuwde vorige week in zijn column in NRC voor de nieuwe ‘hokjesgeest’. ‘Binnen de academie worden de tenen steeds langer, vrijdenken staat onder druk en de gedachtenpolitie waart rond.’ Terwijl de culturele diversiteit moet groeien, zou de diversiteit aan opvattingen slinken, en zo ook de tolerantie voor afwijkende geluiden.

Controversiële sprekers

Eerder waren er relletjes over controversiële sprekers, zoals toen de conservatieve denker Jordan Peterson in 2018 naar de UvA kwam. Een bijeenkomst van het kunstkritiekplatform Keeping It Real Art Critics (Kirac), die in 2018 op de Gerrit Rietveld Academie zou plaatsvinden, werd geannuleerd na klachten van studenten. In Groningen ontstond in maart 2019 ophef onder docenten en studenten toen Paul Cliteur, hoogleraar rechtsfilosofie en senator voor FvD, kwam spreken op een filosofie-avond.

Ondanks de strubbelingen is eigenlijk iedereen het eens over de doelen van het diversiteitsbeleid. Vrijwel niemand op de universiteit ontkent het nut van een goede vertegenwoordiging van minderheden onder studenten en de wetenschappelijke staf. Het belang van gelijke kansen voor iedereen. Maar hoe kom je daar? En wat is een goede afspiegeling? Wat is rechtvaardig? Zodra je daar dieper op ingaat, lopen de meningen uiteen.

Tot een jaar geleden spitste het diversiteitsbeleid van de universiteiten zich vooral toe op één aspect: het bevorderen van het aantal vrouwelijke wetenschappers. En met redelijk succes. Het aandeel vrouwen met een wetenschappelijke functie aan de universiteit is toegenomen van 22 procent in 1998 tot 40 procent in 2019. Voor ongelijkheid op grond van ras of etniciteit was nog weinig aandacht, en voor klassenongelijkheid nog steeds nauwelijks.

‘Het beleid staat nog erg in de steigers’, zegt Saskia Bonjour, politicoloog aan de UvA. Met twee collega’s onderzocht zij het diversiteitsbeleid van twaalf universiteiten. Hun conclusie is dat concrete doelen meestal ontbreken en dat er niet goed wordt duidelijk gemaakt ‘wie wat wanneer moet doen’. Misschien is er in de tussentijd wel wat meer diversiteit bewerkstelligd onder het personeel, maar niemand die het zeker weet, want het wordt niet bijgehouden.

Ethische kwesties

Anderzijds: waar beleid wél concreet is, ontstaan knelpunten. Het tellen van mannen en vrouwen is betrekkelijk makkelijk en leidt meestal niet tot lastige ethische kwesties. Bij andere categorieën kom je al snel op glibberig terrein. ‘Sommigen vinden het risicovol om mensen in die categorieën te vangen’, zegt Bonjour. ‘Daarmee bevestig je de hokjes waar je van af wil. Dat is een breed gedragen zorg. Vervolgens is er de kwestie: wat doe je er precies mee?’

‘Mogen wij uw diversiteitsinformatie opslaan?’ Die vraag kreeg auteur en jurist Maxim Februari, die afgelopen jaar gastschrijver was aan de VU, onlangs van een instantie. ‘Kom we gaan registreren, is de conclusie. Maar die stap is te snel en ondoordacht. Je slaat zelf verschrikkelijk aan het stigmatiseren. Zulke kenmerken zeggen niet alles over een persoon.’

Zelfs als je het eens bent met registratie van persoonlijke kenmerken, wat meet je dan precies? Bonjour: ‘Het geboorteland van je ouders, een kenmerk dat het CBS hanteert, is ook niet altijd nuttig. Stel dat je uit Noord-Amerika komt. Dat geeft geen uitsluitsel over huidskleur. Al jaren is er bovendien discussie over het onderscheid westerse en niet-westerse migratieachtergrond. Dat is ook maar een construct, Indonesië en Japan vallen bijvoorbeeld onder westers. Het CBS heeft nu toegezegd dat onderscheid op te heffen, maar er is nog geen goed alternatief.’

Zelfrapportage

Een alternatief zou volgens Bonjour kunnen zijn: zelfrapportage. ‘Dat je mensen vraagt om zichzelf te categoriseren in termen waarvoor je een aantal mogelijkheden aandraagt. Al brengt dat ook weer complicaties met zich mee.’

Iets dergelijks wordt overwogen op haar afdeling. Bij politicologie op de UvA werd het afgelopen jaar een voorstel ingediend voor gegevensregistratie. Medewerkers zouden vrijwillig en anoniem hun ras, etniciteit, gender, religie en seksuele oriëntatie in een enquête vermelden. Ook kunnen ze de sociaaleconomische status van ouders, de eigen functieomschrijving en het type dienstverband opgeven.

In een groot stuk in universiteitsblad Folia bleek hoe lastig de invoering was, hoewel een meerderheid voor was. ‘Ik vind het zorgwekkend dat mensen in toenemende mate worden gereduceerd tot hun gender, ras, huidskleur of geaardheid’, zei promovendus Esmé Bosma. ‘Ook de frequentie en de vanzelfsprekendheid waarmee hier tegenwoordig naar wordt verwezen vind ik zorgwekkend.’ De ondernemingsraad zette ook kanttekeningen. Mag een werkgever dat soort kenmerken wel vragen van een werknemer?

Josse de Voogd, zelfstandig onderzoeker en electoraal geograaf, is al langer kritisch op het diversiteitsbeleid van de universiteiten. In een artikel voor vakblad Science Guide somde hij de vele fouten met de cijfers op. Zoals bij de UvA, waar het aandeel studenten met een niet-westerse migratieachtergrond, 13 procent, werd afgezet tegen datzelfde aandeel in de bevolking van Amsterdam, dat veel hoger ligt. De universiteit zou te wit zijn. Maar aangezien de studenten uit een veel breder gebied dan de stad komen geeft zo’n vergelijking een vertekend beeld.

Functiebeperkingen

‘Het lijkt erop dat veel academici dit soort gerommel met cijfers voor lief nemen’, zegt De Voogd. ‘Omdat ze het toch wel in grote lijnen eens zijn met de doelen en omdat de materie erg gevoelig ligt. Zo ontstaat een zwijgcultuur. Soms volgt wel wat tegenstand, maar pas als een kwestie mensen zélf raakt. Of als men de hand lijkt te overspelen, zoals met etnische registratie. Daar word ik cynisch van.’

Er is volgens De Voogd in het debat over kansengelijkheid en diversiteit te veel nadruk op gender en afkomst en te weinig oog voor klasse en functiebeperkingen. Hij beschouwt zichzelf ook als benadeelde van dit denken, omdat hij een chronische vermoeidheidsziekte heeft. ‘De boodschap is ‘minder witte mannen’, ongeacht de andere kenmerken.’

De negatieve gevolgen van het beleid worden afgewenteld op een kwetsbare klasse, zegt De Voogd. ‘Bijvoorbeeld de studenten uit de arbeidersklasse die niet de juiste diversiteitshokjes aanvinken. Daarom erger ik me ook aan zo’n antiracisme-statement vanuit de afdeling politicologie. Ze zeggen: we moeten meer mensen van kleur aannemen. Maar ze zeggen niet: wij maken plaats. Met een open brief kopen ze hun schuld af. Het raakt hen verder niet.’

De mensen die dit debat in goede banen moeten leiden zijn de diversity officers. Door critici soms afgeschilderd als een soort totalitaire figuren. ‘Geheel in de geest van George Orwell moeten de Diversity Officers erop toezien dat alle politieke diversiteit uit de universiteiten verdwijnt’, schreef emeritus hoogleraar Meindert Fennema op Joop.nl. Als voorbeeld noemde hij een tentamenvraag die op last van de diversity officer aangepast moest worden − een kwartier voor aanvang.

Diversity officers

Dat diversity officers zo’n dwingende rol spelen is baarlijke nonsens, zegt Bonjour. ‘Ze hebben meestal weinig autoriteit en slagkracht. Ze werken vaak in deeltijd of doen het naast een andere wetenschappelijke functie.’ Daarnaast functioneren de diversity offices als adviesorganen die genegeerd kunnen worden door de mensen met de echte macht: die anderen aannemen, de lesstof bepalen en de budgetten bepalen.

Volgens Ruard Ganzevoort, hoogleraar theologie en Chief Diversity Officer aan de VU, is het juist goed dat zijn functie niet al te veel macht heeft en vooral geschikt is om bewustwording te kweken. ‘We observeren dingen en gaan in gesprek daarover. We proberen faculteiten te helpen. Bijvoorbeeld als studenten zeggen: we krijgen te weinig perspectieven uit de rest van de wereld en we zien alleen maar witte docenten.’

De VU is een relatief diverse universiteit. Van de Nederlandse studenten hebben er 14,5 procent een niet-westerse migratieachtergrond. Wat vergelijkbaar is met het landelijke aandeel, zelfs iets bovengemiddeld. Maar in de wetenschappelijke staf is dat percentage slechts 1,4. ‘Een ondervertegenwoordiging heeft niet per definitie met racisme te maken’, zegt Ganzevoort. ‘Maar je moet jezelf wel de vraag stellen: waar komt die matige doorstroom door? Zijn er elementen waar we iets aan kunnen doen?’

Selectiecommissies

Uit gesprekken met studenten distilleerde Ganzevoort meerdere oorzaken. ‘Een deel stroomt niet door omdat ze geen rolmodel hebben. Maar het is ook goed denkbaar dat selectiecommissies nog vooral letten op criteria die goed passen bij hun eigen culturele achtergrond. En dat vacatures zo worden geformuleerd dat ze vooral een bepaald type aanspreken. Het zou ook kunnen meespelen dat studenten uit bepaalde groepen van huis uit meekrijgen een goed betaalde vaste baan te moeten zoeken. Een academische carrière brengt veel onzekerheid met zich mee.’

Bij zijn aanstelling in 2019 beloofde Ganzevoort aandacht voor de dekolonisatie van het curriculum, waarbij opleidingen kritisch kijken naar de lesstof om te achterhalen of er niet een te smalle eurocentrische blik heerst. ‘Mensen kunnen van de term dekolonisatie op tilt raken, weet ik nu. Het is natuurlijk onzin dat Plato wordt afgeschaft. Dat zou onverstandig zijn. Maar het tegenovergestelde is ook onzin: dat alle belangwekkende filosofie uit Europa komt.’

Uit het onderzoek van Bonjour blijkt dat alleen de VU en de UvA vanuit een diversiteitsblik het curriculum aanpassen, maar dat het beleid nog in de kinderschoenen staat. ‘Het is ook wel logisch dat je het niet kunt afdwingen, want de autonomie van docenten is een groot goed. Maar de studenten vragen er vaak zelf om. Niet alleen als ze kijken naar de auteurs van lesstof maar ook naar de thema’s zelf. Ze vragen bijvoorbeeld: waarom gaat het bij economische vakken niet meer over het kolonialisme als aanjager van het kapitalisme?’

Het dilemma van meer perspectieven toevoegen aan het curriculum: dan moet er ook wat af. ‘Het herzien van de canon is inderdaad niet frictieloos’, zegt Bonjour. ‘Nee, Plato wordt niet gecanceld. Maar dat is wel in brede zin wat op het spel staat.’ Ganzevoort: ‘Het gaat telkens om de balans. In de westerse filosofie krijgen studenten nu veel nuance en variëteit mee. Terwijl oosterse filosofie slechts een keuzevak is. Is dat een goede balans?’

Ganzevoort betreurt het dat diversiteitsbeleid ‘steeds meer verdacht’ wordt gemaakt. ‘Dat is kwalijk. In de discussie over diversiteit worden er voortdurend karikaturen geschetst. Alsof wij als moderne inquisiteurs rond zouden gaan, verboden boeken zouden opsporen op literatuurlijsten en kijken of iedereen wel politiek correct genoeg is. Dat helpt allemaal niet. Het stomme is: iedereen is het er over eens dat elk individu gelijke kansen moet krijgen. Kun je dat bewerkstelligen door naar groepskenmerken te kijken? Ik vind dat ook een dilemma. Elke weg vooruit zal wrijving opleveren.’

De Volkskrant blijft de raakvlakken tussen diversiteit, identiteitspolitiek en academische vrijheid de komende tijd volgen. Heeft u ervaringen die u wilt delen? Mail tips@volkskrant.nl. Een tip doorgeven kan ook anoniem via publeaks.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden