Universiteit op klompen

De Miljoenennota belooft weinig goeds voor de universiteiten, maar er is één universiteit waar men dit anders ziet. Vorige week zei de voorzitter van het College van Bestuur van Wageningen dat hij geen sympathie had voor klachten van de universiteiten dat ze financieel zo gekort worden: 'Universiteiten moeten niet klagen...

Ronald Plasterk

Nog nooit waren de Nederlandse universiteiten zo eensgezind in hun klachten over het regeringsbeleid. Dat is vooral opvallend omdat onder de klagenden een aantal prominente leden zijn van de partijen die nu de regering vormen. Neem bijvoorbeeld CDA-voorvrouw Yvonne van Rooy, die over het beleid van de regering Balkenende onder meer zei: 'De ondergrens is niet bereikt, daar zijn we al lang doorheen gezakt'. En de Utrechtse voorzitter Jan Veldhuis, ook prominent CDA-lid, kenschetste het beleid van zijn partijgenoten Balkenende en Van der Hoeven als 'misleidend en beledigend'. Amsterdam zei: 'onbegrijpelijk', en Twente zei: 'navrant'.

Die felle reacties zijn niet verwonderlijk. De zittende coalitie is aan de macht gekomen door de vorige regering te verwijten dat ze een puinhoop had gemaakt van onderwijs en openbare orde, en vervolgens kiest ze ervoor om het beetje geld dat er is te bestemmen voor huiseigenaren (verlaging OZB) en die automobilisten die de meeste kilometers maken. Op onderwijs wordt bezuinigd, en de minister van Onderwijs Maria van der Hoeven adds insult to injury door te zeggen dat de universiteiten die bezuinigingen zouden kunnen realiseren door wat minder bureaucratisch te zijn. Wie zich verdiept in de kostenstructuur van de universiteiten weet dat zulke bezuinigingen alleen gehaald kunnen worden door te korten op onderwijs en op onderzoek. Dat kan, maar doe niet alsof het geen schade zou opleveren.

En dan komt er een boer uit Wageningen en die zegt dat de universiteiten niet moeten zeuren. Zij moeten doen zoals Wageningen, zegt prof. Aalt Dijkhuizen: 'Wij leveren kwaliteit, en zijn bereid verantwoording af te leggen over de maatschappelijke relevantie van ons werk'.

Het is pas enige jaren geleden dat de Landbouwhogeschool Wageningen zich universiteit mocht gaan noemen. Dat was voor hen plezierig, want ze hebben leerlingen die zich graag student noemen, en docenten die liever professor heten, en ze willen in september liever niet het schooljaar openen maar het Academisch Jaar. Afijn, het zij ze gegund. Strikt genomen is het natuurlijk geen universiteit, want dat woord verwijst naar de universitas, de algemene vorming, en je kunt in Wageningen voornamelijk landbouw en veeteelt leren. Je kunt er ook vakken studeren waar de Nederlandse boer niets aan heeft, zoals tropische landbouw (ontwikkelingshulp), en milieukunde (de studie van Volkert van der G.), maar geen talen, geen rechten, geen economie, geschiedenis, natuurkunde, sterrenkunde of geneeskunde. Het is daarmee in feite geen universiteit maar een hogeschool (en aspirant-studenten met academische interesse moeten daar bij hun keuze van universiteit wel rekening mee houden). Wetenschappelijk doen ze het in Wageningen overigens niet slecht; tussen grotendeels toegepast onderzoek zit hier en daar goed fundamenteel werk, en in mijn eigen instituut in Utrecht werken verschillende in Wageningen opgeleide biologen waar niets mis mee is. Kortom, Wageningen levert een nuttige bijdrage aan onderwijs en onderzoek. Veel geld heeft de Universiteit Wageningen niet nodig, want de studentenaantallen zijn er erg teruggelopen, en het onderzoek heeft men ondergebracht in allerlei instituten die grotendeels door de 'gebruikers' van de kennis wordt betaald (zaadveredelaars en veefokkers). Prima dus.

Maar dan is het wel wat onbehouwen dat deze hogere beroepsopleiding nu de echte universiteiten de les gaat lezen. Eerst hebben Amsterdam, Utrecht, en anderen het goed gevonden dat de Wageningers gingen meedraaien alsof het ook een universiteit was, en nu roept de nieuwkomer dat de rest maar moet draaien alsof het ook een hogeschool is. Dat kun je mooi roepen als je zelf voor de markt werkt, maar probeer eens drie minuten na te denken over de vraag waar ze in Leiden het Sanskriet dan moeten verkopen en in Utrecht de theoretische natuurkunde. Het is alsof je je achterneefje eens royaal te eten uitnodigt, die zet netjes zijn klompen bij de deur, maar na het eten is het tafelzilver weg. Misschien kunnen ze die Dijkuizen terug in zijn stal sturen.

Overigens zouden de boerse uitlatingen van de Wageningse voorzitter minder zorgelijk zijn als er niet een regering zat die ook zo denkt. De nieuwe staatsecretaris Anette Nijs (Shell) zei deze week over de nieuwe master-studie: 'We moeten succesfactoren formuleren. Een van de criteria van een topmaster kan zijn: heeft het bedrijfsleven er wat aan? Als dat niet het geval is kun je misschien het bedrijfsleven inhoudelijk erbij betrekken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden