Universiteit moet eigenwijs worden

Ondernemers vinden dat universiteiten het kanonnenvlees voor het bedrijfsleven moeten leveren en staatssecretaris Ybema is het daar mee eens. Sander van Walsum wenst dat de universiteiten uit eigenbelang afstand zullen nemen van deze waan van de dag....

Sander van Walsum

ONLANGS toog staatssecretaris Ybema van Economische Zaken naar Groningen om de universiteit aan haar grootste gemis te herinneren. Wellicht ten overvloede, want het is al bij talloze gelegenheden betoogd: de academische opleiding sluit onvoldoende aan bij de beroepspraktijk in het bedrijfsleven. De bewindsman onderbouwde zijn stelling met een enquête die zijn departement onder 300 academisch geschoolde ondernemers had afgenomen. En die wisten het uit ondervinding: de universiteit leidt geen accountmanagers op. Zes van de tien ondervraagden zagen dat als een tekortkoming.

Ybema was het daar kennelijk mee eens. Getuige de meewarigheid waarmee hij op gezag van de enquêteurs meldde dat 85 procent van de studenten tijdens de opleiding nooit een ondernemer ziet. 'Dan creëer je natuurlijk een sfeer waarin een ondernemer in de ogen van studenten een soort marsmannetje wordt', wierp hij zijn toehoorders voor. Het zou van zelfrespect hebben getuigd als zijn gastheer, de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), hem zijn flesje wijn zou hebben onthouden. Want Ybema treedt niet alleen in de voetsporen van ondernemers die menen dat de universiteiten kanonnenvlees voor het bedrijfsleven produceren, hij trekt de legitimiteit van een andere taakopvatting ook nog eens in twijfel.

'Een universiteit behoort middenin de samenleving te staan en zich bezig te houden met álle zaken die voor onze samenleving en onze arbeidsmarkt van belang zijn', betoogde hij. 'Een ondernemende houding en nieuw ondernemerschap horen daarbij.' Met andere woorden: maatschappelijke verantwoordelijkheid wordt verengd tot ondernemerschap, en wie zich daaraan onttrekt, ondermijnt zijn eigen bestaansrecht.

Deze opvatting wordt door de universiteiten niet weersproken. Integendeel. Ze laten zich geregeld de les lezen door de apostelen van het ondernemerschap, beloven hun leven te beteren, benoemen als blijk van goede wil Roel Pieper tot gewoon hoogleraar, en introduceren vormen van werkend leren. Op kleine schaal weliswaar, en op experimentele basis, maar toch: de opmars van het praktijkonderwijs gaat niet aan de universiteit voorbij. Het fenomeen manifesteert zich overal. In de BVE-sector (beroeps- en volwasseneneducatie) wordt de aloude stage gecompleteerd met allerlei levensechte kennismakingen met de beroepspraktijk. De hogescholen hebben hun eigen variaties op het thema 'duaal leren' ontwikkeld. Bij één daarvan, het zogenoemde gilde-hbo, verhoudt de studielast zich tot de arbeidspraktijk als 3:2. Niet alleen tijdens de laatste fase van de opleiding, maar al vanaf de propedeuse.

Theorie en praktijk houden elkaar al bijna in evenwicht. Maar is dat verenigbaar met het karakter van een hogere beroepsopleiding? Verschillende visitatiecommissies menen van niet. Zij vrezen dat het gilde-hbo zich overlevert aan de markt, en feitelijk afstand doet van zijn zeggenschap over het opleidingsdeel dat de student bij een bedrijf doorbrengt. Soortgelijke bezwaren kunnen worden ingebracht tegen de suggestie van staatssecretaris Adelmund om de leeftijdsgrens voor werkend leren in het vmbo te verlagen van zestien naar veertien jaar. Deze, nogal omstreden, gedachte is symptomatisch voor het terreinverlies van het theoretisch onderwijs.

Wat Ybema betreft, moeten de universiteiten er ook aan geloven. Althans: nog meer dan nu al het geval is. Veel academische opleidingen - zoals Geneeskunde en Rechtsgeleerdheid - zijn immers al sterk beroepsgericht. Maar is verdere penetratie van de arbeidsmarkt wenselijk? De universiteiten hebben hun éigen legitimatie, en hebben nooit wel gevaren bij de waan van de dag - waarvan de ondernemer de hedendaagse verschijningsvorm is.

In zijn studie Na de val van de Muur stelt de bestuurskundige A. in 't Groen vast dat niet zozeer het aanpassingsvermogen van de universiteit aan veranderende omstandigheden haar kracht bepaalt, maar juist haar positionering buiten de invloedsfeer van de machthebbers van de dag. 'Universiteiten hebben decennialang de dictatuur overleefd, zonder dat dit de essentie van deze eeuwenoude vrijzinnige, maatschappelijk-culturele instelling heeft vernietigd of blijvend heeft beschadigd.' De universiteit is er altijd in geslaagd afstand te bewaren. Niet uit behoudzucht of uit nijd, maar uit welbegrepen eigenbelang. Als manifestatie van haar intellectuele soevereiniteit.

Die houding zou ze ook aan de dag moeten leggen tegenover de iconen van deze tijd. Het verwijt van Ybema dat het merendeel der studenten nooit een ondernemer van dichtbij heeft gezien, zou ze - gesteld dat deze waarneming juist is - als een compliment kunnen opvatten: niet iederéén neemt deel aan de eredienst voor het ondernemerschap. Dat vereist een zelfbewustzijn waaraan het de universiteit volstrekt lijkt te ontbreken.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden