Universiteit kan talent straks de ruimte geven

Het hoger onderwijs is als een menukaart bij een slechte Chinees, zei Frits van Oostrom enkele jaren geleden. Dat vindt ook staatssecretaris Zijlstra: er moet een eind komen aan de wildgroei aan opleidingen. Rector magnificus Dymph van den Boom van de UvA zei onlangs in haar diëstoespraak het aanbod van universitaire opleidingen in de Randstad te hebben geteld: ze kwam aan 323 bacheloropleidingen en 742 masters.


Daarom is profilering nodig, meent de staatssecretaris, want dat betekent dat hogescholen en universiteiten 'Kunnen uitgroeien tot een topinstelling op een bepaald gebied. In de toekomst moet duidelijk zijn dat je voor een studie Oude Talen zeker in Leiden moet zijn, terwijl Groningen zich profileert met topopleidingen economie.' Zijlstra: 'Een aantal instellingen zal zich dan ook internationaal kunnen profileren.' Harvard in de polder dus.


Maar profilering betekent ook: bepaalde richtingen niet meer doen. 'Dat is een probleem', zegt Jo Ritzen, oud-minister van Onderwijs en net afgetreden als bestuursvoorzitter van de Universiteit Maastricht. 'Geen enkele universiteit zegt: onze economiefaculteit is niet zo goed, dus daar stoppen we maar mee. Ik weet uit de praktijk dat in de gezamenlijke overleggen bij de VSNU elke universiteit zijn eigen winkel verdedigt.' Zijlstra geeft in zijn brief geen duidelijk antwoord op de vraag wie straks bepaalt welke instelling welk profiel krijgt. Ritzen: 'Je moet het in elk geval niet de instellingen zelf laten bepalen, dan wordt het niks. Stel een commissie van externe deskundigen samen, zonder eigenbelang, die zich daarover uitspreekt.'


Universiteiten en hogescholen krijgen meer mogelijkheid om studenten te selecteren aan de poort. Niet elke hbo'er of mbo'er krijgt automatisch toegang tot een opleiding aan universiteit of hogeschool. Kwalificatie en motivatie gaan een rol spelen. Wel benadrukt de staatssecretaris dat selectie op stelselniveau geen studenten mag uitsluiten.


De Universiteit Utrecht selecteert studenten al jaren bij een aantal opleidingen. 'Daar hebben we goede ervaringen mee', zegt Yvonne van Rooy, collegevoorzitter van de Universiteit Utrecht. 'De uitval onder eerstejaars is verminderd, de rendementen zijn verbeterd en het studieklimaat ook: studenten zijn meer betrokken en gemotiveerd.'


Volgens Van Rooy moet je niet bij elke opleiding willen selecteren. Er moeten meer aanmeldingen dan plaatsen zijn en de opleiding moet een bijzonder karakter hebben. Zoals de University College, de Law College of de academische pabo: ze zijn specialistisch of gericht op excellente studenten. 'Cijfers alleen zijn in Utrecht niet doorslaggevend, juist motivatie is belangrijk.' Selectie gebeurt via motivatiebrieven, gesprekken, toetsen of een combinatie daarvan.


Rector magnificus Sebastiaan Kortmann van de Radboud Universiteit in Nijmegen vraagt zich af of universiteiten ook mogelijkheden krijgen om wanpresterende studenten weg te sturen. 'Er wordt ons nu verweten dat er zoveel langstudeerders zijn, maar geef ons dan ook de mogelijkheid om een student na zijn tweede of derde jaar weg te sturen.'


Het bestraffen van langstuderen vindt Kortmann overigens een slechte zaak. 'Ik geloof veel meer in belonen. Waarom zijn er niet meer incentives voor excellent of heel snel studeren?'


De studentenorganisaties ISO en LSVb staan niet te juichen bij de selectieplannen van het kabinet. Zij vrezen voor een inperking van de keuzemogelijkheden van studenten.


Helemaal niets, als het aan de staatssecretaris ligt. Er gaat op de korte termijn alleen maar geld af in het hoger onderwijs. En daar zit precies het spanningsveld.


Investeren is strikt noodzakelijk, zei oud-minister van Landbouw en voormalig bestuursvoorzitter van Wageningen Universiteit Veerman vorig jaar. Zonder investeringen worden de plannen gereduceerd tot mooie luchtkastelen. Of zoals Veerman het zelf formuleerde: je kunt niet twee ruggen uit één varken snijden.


Sijbolt Noorda, voorzitter van de universitaire koepelorganisatie VSNU, begrijpt niet dat het kabinet enerzijds ambitieuze plannen omarmt en tegelijkertijd bezuinigt. 'Alsof je besluit het voetbalveld te ploegen vlak voordat de wedstrijd begint.' Studentenorganisatie LSVb ziet het omhelzen van de plannen van Veerman door het kabinet daarom als een 'loos gebaar'.


Frits van Oostrom vergelijkt de brief van de staatssecretaris met een groot drumstel, 'een ingewikkeld verhaal met veel klanken'. 'Hij borduurt voort op de visie van Veerman zonder ergens het 'hoe' toe te lichten. Wij zijn in Nederland heel goed in plannen maken, maar niet zo goed in het implementeren ervan.'


Het probleem is bovendien dat scholen nu nog worden betaald per student. Dus is het lucratief om bijvoorbeeld een drukbevolkte, relatief goedkope rechtenfaculteit in de lucht te houden om een duur natuurkundelab te financieren.


'Universiteiten worden zo niet aangemoedigd zich te profileren', zegt Jo Ritzen. Alle goede bedoelingen ten spijt, zonder een deugdelijk financieringssysteem is het volgens Ritzen 'een prachtig schip met een lek op de bodem'.


Mbo'ers, havisten en vwo'ers komen in het huidige hbo-systeem veelvuldig bij elkaar in de klas. In de praktijk verschillen zij nogal in niveau. Staatssecretaris Zijlstra vindt daarom dat er veel meer variëteit in het aanbod van het hbo moet komen. Zo wordt op korte termijn de Associate Degree ingevoerd voor mbo'ers: een tweejarige opleiding op hbo-niveau. Daarnaast moet er een specifiek aanbod komen voor vwo'ers die een beroepsgerichte opleiding willen doen. Dat adviseerde ook de commissie-Veerman, die een kritisch rapport uitbracht over de toekomst van het hoger onderwijs. 'Te snel wordt gedacht: ik heb vwo gedaan, dus ik ga naar de universiteit. De keuze voor het hbo moet niet als een mindere worden gezien. Ik snap het wel: nu is de universiteit korter en je krijgt een hogere titel. Wie wil er dan nog naar het hbo? Terwijl het bedrijfsleven zit te springen om praktisch ingestelde hoger opgeleiden.'


Ritzen ziet in het hbo voor vwo'ers vooral een oplossing voor al die studenten psychologie, rechten en communicatie die uit een soort vanzelfsprekendheid naar de universiteit zijn gekomen, maar vaak al in het eerste jaar afhaken. Een vwo-diploma betekent in zijn visie niet automatisch dat iemand geschikt is voor het wetenschappelijk onderwijs.


Het verlangen naar een groter hbo wordt overigens niet door iedereen gedeeld. 'Internationaal gezien is het hoger beroepsonderwijs vrijwel nergens zo drukbevolkt als in Nederland', zegt hoogleraar bestuurskunde Roel in 't Veld, die ook onderzoek deed op onderwijsgebied. 'Ik zou niet weten welk maatschappelijk belang gediend is bij het verkleinen van het aantal universitair geschoolden en het vergroten van de hbo-populatie.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden