'Universiteit is geen school'

Studenten zien de Bacheloropleiding vaak als een volgende school, een voorgezet vwo: vwo 7, 8 en 9. 'In het taalgebruik komt dat terug, zoals spreken over naar school gaan, leraren, klassen, en lessen', dat schrijft Ruud van den Bos, lid van de U-raad Universiteit Utrecht.

OPINIE - Ruud van den Bos
Studenten van de Universiteit van Amsterdam. © ANP Beeld
Studenten van de Universiteit van Amsterdam. © ANP

Een belangrijk element in de strategische agenda van OCW is het verhogen van de rendementen van opleidingen, dat wil zeggen verhoging van het aantal studenten dat binnen 4 jaar het Bachelor diploma behaalt. Een manier om dit te doen is selectiever te worden bij de toelating van studenten. Selectie en matching zijn instrumenten waarmee dat bereikt kan worden: de juiste persoon op de juiste plek.

Selectie gebeurt nu al bij opleidingen met een numerus fixus (op basis van de cijferlijst) en bij opleidingen, zoals het University College Utrecht, waar een motivatiebrief, een gesprek en cijfers op de eindlijst onderdeel vormen van de toelating. Matching gaat vooral om snel en effectief kunnen vaststellen of een student past bij de opleiding die hij of zij heeft gekozen. Dit kan in een gesprek voorafgaande aan of vroeg in de studie, zodat de student tijdig naar een andere studie kan overstappen of stoppen en eventueel pas later gaan studeren. Dit laatste lijkt soms onvoldoende als mogelijkheid overwogen te worden. Ook niet in het voortraject op de middelbare school.

Vwo 7, 8, 9
Ik zie nu vaak de neiging 'vwo-diploma dus studeren', en niet zozeer 'vwo-diploma en dan...', waarbij een aantal mogelijkheden wordt overwogen, waaronder studeren. Het is mijn ervaring dat studenten de Bacheloropleiding vaak zien als een vanzelfsprekende, volgende, school, een voorgezet vwo: vwo 7, 8 en 9. In het taalgebruik komt dat terug, zoals spreken over naar school gaan, leraren, klassen, en lessen.

Toen dienstplicht nog bestond, was er een ogenblik waarop die vraag van studeren tegen andere zaken werd afgezet, zoals het vervullen van dienstplicht. Als 18-jarige jongen werd je opgeroepen en je moest bewust uitstel aanvragen. Vrienden van mij wisten niet wat ze wilden gaan doen en vervulden eerst hun dienstplicht, voordat ze begonnen aan vervolgopleidingen, uitstel dus van een keuze. Vanuit die gedachte is sociale dienstplicht nog niet eens een slechte optie. Het kan helpen een keuze uit te stellen of een andere keuze dan studeren te maken. Waarom is dat belangrijk?

Succesvol
In mijn ogen zijn drie zaken belangrijk bij het succesvol doorlopen van een studie: een goed kennisniveau (onder andere uitgedrukt in de cijfers van de eindlijst), hoge motivatie (een duidelijke wil om te investeren in de toekomst) en de juiste persoonlijkheid (kan iemand zich in deze levensfase academische vorming optimaal eigen maken). De laatste twee zouden via brieven en gesprekken duidelijk kunnen worden. Universiteiten kunnen dat zelf doen, maar het is mijn stelling dat middelbare scholen hier ook een rol in kunnen, en zelfs moeten, spelen. Het is een gezamenlijke inspanning.

Immers, de laatste drie jaar van het vwo zijn een voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs door het kiezen van profielen, de drie bachelor jaren aan de universiteit het volwassen worden in het wetenschappelijke onderwijs. Voorbeelden voor een verbinding van verschillende lagen binnen het onderwijs zijn er al.

Bij de overgang van de lagere school naar de middelbare school wordt er uitgebreid via CITO scores en schooloordelen bekeken waar leerlingen het best op hun plek zijn. In gesprekken met ouders vertellen leerkrachten of ze denken dat iemand zal slagen op dit of dat schooltype en waarom. Een goede leraar kent zijn pappenheimers. Middelbare scholen maken gebruik van deze informatie.

Gericht advies
Ik denk dat middelbare scholen zich niet alleen moeten richten op het bezoeken van voorlichtingsdagen van universiteiten, maar in vwo 4, 5 en 6 gaandeweg moeten vaststellen in hoeverre een leerling er aan toe is om na zijn eindexamen direct te gaan studeren. Dus een leerling gaat dan niet alleen van school af met een cijferlijst, maar ook met een gericht advies van de middelbare school. In dat advies kan staan, dat het nú niet verstandig is te gaan studeren en dat het beter is eerst eens rond te kijken, bijvoorbeeld door te gaan werken, ervaring op te doen in de richting waaraan een leerling denkt, of te gaan reizen, voordat een keuze voor een studie wordt gemaakt.

Uiteraard is dat advies niet bindend en moet het goed zijn onderbouwd, het liefst door een combinatie van oordelen van verschillende leerkrachten. Misschien moeten hier zelfs nieuwe instrumenten voor worden ontwikkeld.

Het lijkt me dat in een gezamenlijke inspanning van middelbare scholen en universiteiten hiermee de rendementen als logisch gevolg van ieders inspanning zullen verhogen. Immers, door gericht advies van de middelbare school en nadere selectie en matching op de universiteit, zal de oogst vanzelf groter worden. Bovendien wordt hiermee het automatisme om te gaan studeren doorbroken en zal een universitaire opleiding daadwerkelijk weer als iets anders dan een volgende school worden ervaren.

Dr. Ruud van den Bos is lid van de U-raad Universiteit Utrecht

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden