InterviewBert Kleine Schaars

Unifil-veteraan: er is altijd hoop op een betere toekomst, laat die nu beginnen voor Libanon

Kleine Schaars is een van de duizenden Nederlanders militairen die in de jaren tachtig deelnamen aan de VN-vredesmissie in Libanon.Beeld Reuters

Met zijn maten die ook in Libanon hebben gediend, heeft Bert Kleine Schaars samen met Containers of Love zoveel geld bijeengebracht dat er zes containers met hulpgoederen klaarstaan om naar Beiroet te worden verscheept.

‘Toen ik die explosie zag, had ik meteen een déjà vu’, zegt Unifil-veteraan Bert Kleine Schaars (59). ‘Veertig jaar geleden keek ik vanuit het vliegtuig op Beiroet, naar een stad die volledig was plat geschoten.’

Kleine Schaars is een van de duizenden Nederlanders militairen die in de jaren tachtig deelnamen aan de VN-vredesmissie in Libanon. Door de uitzending voelen velen van hen een ‘band voor het leven’ met het land. ‘Je denkt meteen: laat het land alsjeblieft niet terug naar af gaan.’ 

Dus toen Schaars begin deze maand bij andere Libanongangers opperde om hulp te bieden voor de getroffen Libanese hoofdstad, was het animo direct groot. In samenwerking met het veteraneninstituut en Libanese Nederlanders begon hij een inzamelingsactie. Inmiddels staan zes containers met hulpgoederen klaar om naar Beiroet te worden verscheept.

Bert Kleine SchaarsBeeld Privéarchief

Hoe verklaart u de betrokkenheid?

‘Libanon gaat in je hart zitten, en wat in je hart zit, gaat niet weg. We zijn op vrij jonge leeftijd uitgezonden, zo’n conflictsituatie maakt dan indruk. Tussen de strijdende partijen (het Israëlische leger en de PLO, red.) vonden veel beschietingen plaats. Tijdens de schotenwisselingen zat je al snel in de bunkers. Een klein aantal van ons werd kortstondig gegijzeld. Als zoiets gebeurt, sta je als militair op scherp. 

‘Door de communicatiemiddelen van toen waren we vaak zoekende naar wat er precies aan de hand was. Vaak kwam de bevestiging van incidenten nadat deze waren afgewikkeld. Voor velen heeft de ervaring erin gehakt. Eenmaal terug in Nederland was je klaar. Punt uit. Niemand zat op je verhaal te wachten, er was weinig interesse voor de missie. De tijdgeest was anti-leger in combinatie met grote anti-kernwapendemonstraties.

‘Naarmate we ouder worden, kijken we steeds meer terug op het verleden. Tijdens bijeenkomsten van de Nederlandse Unifil-vereniging (1.500 leden) zoeken veteranen elkaar op met de vraag: was de missie nuttig?

Hoe kijkt u terug op de missie?

‘Ik heb ruim zes maanden in Libanon gezeten, van juli 1980 tot februari 1981. Wij hebben onze stinkende best gedaan om de strijdende partijen uit elkaar te houden. De bevolking was toe aan rust en stabiliteit. Wij waren relatief licht bewapend en hadden best oude voertuigen.

‘Ik kijk positief terug op de missie, omdat we hebben bijgedragen aan de vrede in het zuiden van Libanon. Vanuit die idealistische gedachte heb ik bij de vervulling van de dienstplicht gekozen voor een uitzending naar het buitenland: als je toch het leger in moet, dan voor een bijdrage aan vrede.

‘Negatieve berichtgeving over de missie vind ik jammer, je leest veel onzin en cowboyverhalen. Mijn devies is: vertel eerlijk wat je hebt meegemaakt en maak het niet spannender dan het was. De werkelijkheid was al bijzonder genoeg. De meeste veteranen kijken met trots terug op de missie.’

Bent u na de missie nog teruggekeerd naar Libanon?

‘Afgelopen maart zijn we met negentien veteranen teruggegaan. We konden toen niet om de slechte situatie van het land heen. De economie stond er al slecht voor en corona begon de kop op te steken. Maar ons idee dat we tijdens de missie een bijdrage hebben geleverd, werd bevestigd door de gastvrijheid van mensen. Een vrouw van 94 vertelde hoe dankbaar men destijds was voor de rust en stabiliteit die we brachten. Dan kun je een grote vent zijn, maar dan begin je wel te janken.

‘Als je ziet hoe ver het land is gekomen, een jonge democratie in het Midden-Oosten… dan voel je je nog meer verbonden. Het woord ‘Libanon’ hoeft maar te vallen op radio of tv en ik raak getriggerd. Het is zo’n verschrikkelijk mooi land.’

En is er dan de emotie bij het zien van die beelden: dit land mag niet terugvallen in chaos?

‘Ja. Hoe erg het ook is, laat dit dan het begin zijn van iets moois. Er is altijd hoop op een betere toekomst. Laat die dan nu beginnen.’

Wat gaat er met het opgehaalde geld gebeuren?

‘Op dit moment ben ik aan het uitzoeken of we medicijnen kunnen sturen, want die behoefte bestaat. We kunnen ook steun bieden aan lokale ngo’s die ter plekke kapotte huizen repareren. Veel mensen doneren niet snel aan grote acties, omdat men weinig zicht heeft op wat er met het geld gebeurt. Dit sentiment wil ik pareren door het werk rechtstreeks met kleine en lokale stichtingen op te pakken. Ik wil tot de laatste cent kunnen verantwoorden wat er met het geld gebeurt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden