UITGELICHT

Unieke jachtfoto's van prins Bernhard op safari

Bernhards plezierjacht

De foto's dateren waarschijnlijk uit 1953, gemaakt in Tanganyika, het tegenwoordige Tanzania. Prins Bernhard op safari, poserend met de slagtanden van een olifant, de horens van een antilope en de kop van een luipaard. De negatieven lagen jarenlang in een magazijn van het Academisch Ziekenhuis Utrecht.

Prins Bernhard op safari in Oost-Afrika. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer

'Ik kijk altijd naar je foto's in de krant om te weten hoe het echt met je gaat.' Jarenlang was juffrouw Tellegen directeur van het Kabinet der Koningin. Ze was bevriend met Juliana en Bernhard, ze mocht tutoyeren. 'Je mond gaat iets strakker dicht en je ogen lachen minder', schreef ze in een brief aan prins Bernhard in de zomer van 1963. 'Ik houd wel niet van die tandpasta-reclames, maar word je van binnen niet te strak ingesponnen? Ga dan maar vooral weer naar Tanganjika of naar het Olifantenhuis en gooi van je af wat je hindert.'

Op een geelbruine vlakte, bij het Manyanameer, poel van natron en modder, hadden Bernhard en enkele vrienden begin jaren vijftig 'een stuk wildernis' verworven, zoals zijn biograaf en vriend Alden Hatch noteerde. Ongeveer duizend hectare groot was het. Dor land, met een bakstenen huis bij een plantage in ontwikkeling. Alles kwam er langs: olifanten, neushoorns, buffels, antilopen. Het gebied bood romantiek en avontuur.

Zijn belangstelling voor Oost-Afrika had hij van zijn vader, Berni zur Lippe, majoor in Pruisische dienst, telg van de lagere Duitse landadel. Annejet van der Zijl voert hem op in haar biografie over de jonge Bernhard. Het was 'een jarenlang gekoesterde wens' van vader Berni die in 1903 in vervulling ging: 'Een safari naar het donkere continent.'

Op de voorgrond Prins Bernhard, hij scheert zijn baard. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer

Zoveel mogelijk wild

Onder de Duitse adel was een rage ontstaan om 'zo veel mogelijk wild te schieten en beladen met jachttrofeeën en bloedstollende verhalen over 'bestiaalse wilden' weer huiswaarts te gaan'. Van der Zijl onthulde dat Berni voor zijn geliefde Armgard, die in 1911 de moeder van Bernhard zou worden, een keer een negerjongetje meebracht uit Oost-Afrika. Het ventje werd in een keurig rood livrei gestoken. Later werd deze Toto Hamsi geweerdrager en persoonlijk bediende van Berni zur Lippe.

Prins Bernhard ging in 1953 voor het eerst op safari naar Tanganyika, het tegenwoordige Tanzania. Zijn vriend en lijfarts prof. dr. Jan Nuboer maakte deel uit van het gezelschap. Er waren twintig dragers. De enorme kampeeruitrusting ging op Engelse Bedfords. De reis werd verzorgd door Russell Bowker-Douglass, een Brit die een reisorganisatie had in Tanganyika en die met zijn kakihemd en hoed met rand van luipaardvel eruitzag als een Ernest Hemingway. Biograaf Alden Hatch noteerde: 'Iedere ochtend was Bernhard bij het eerste licht op en zodra de zon de wolken rood kleurde om de top van de Kilimanjaro, trok hij eropuit.'

Hatch hield van kleurrijk: de prins liep per dag wel 30 tot 50 kilometer. Hij kon acht uur lopen zonder te drinken. Ooit dronk hij bij gebrek aan water olifantenurine. Eens schoot hij op een afstand van minder dan tien meter een neushoorn. Olifanten spaarde hij. 'Hij heeft er in zijn leven maar drie geschoten.'

Wat zocht de prins in Afrika? Hij ontvluchtte de druilerigheid van Nederland, het zal een motief zijn geweest. Van cherchez les femmes is nooit sprake geweest, het was een mannengezelschap dat op reis was. De foto's van Nuboer laten een vermetele vent zien, vaak met ontbloot bovenlijf, stoer poserend met zijn prooi. Maar het beeld van een Nimrod, machtig jager uit het boek Genesis, lijkt toch enige relativering te kunnen gebruiken.

Prins Bernhard bij een gazelle. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Het mannengezelschap wast de benen in een poel. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Een zebra. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer

Vijftig operaties

De prins was op reis vaak ziek. Hij had wilskracht, hij was sportief, maar zijn gezondheid liet hem dikwijls in de steek. Er is het verhaal dat Juliana en Nuboer hem in 1960 halsoverkop zijn gaan ophalen in Zwitserland, in Luzern. Bernhard was er na omzwervingen aangekomen voor een Bilderbergconferentie waarvan hij voorzitter was. Maar hij verkeerde in een staat van uitputting, leed aan verkoudheid die zich snel ontwikkelde tot longontsteking. Aan de telefoon zei hij tegen Juliana dat er niks mis was, maar zij bestelde op zaterdagavond nog een militair toestel, Nuboer ging mee. De huisvriend, tevens hoogleraar heelkunde: 'Ik heb hem gekidnapt, ik heb hem letterlijk gekidnapt. We brachten hem rechtstreeks naar het ziekenhuis in Utrecht. Hij is daar verscheidene weken gebleven.'

Prins Bernhard is wel vijftig keer geopereerd. Borst en buik boden een tafereel van krassen en diepe voren, woest als een schilderij van Pollock. Hij mocht bij gelegenheid graag zijn turtle trui van fijne wollen stof omhoog trekken om de bezoeker te imponeren met zo veel relikwieën van een stoer leven.

Deelname aan een safari was niet erg comfortabel in de jaren vijftig. Het waren lange tochten over geaccidenteerd terrein, per jeep en veelal ook te voet. De prins zat niet als een pasja in een draagstoel.

Na zijn eerste safari in 1953 is Bernhard bijna ieder jaar teruggekeerd naar Afrika, meestal naar Tanganyika. Maar hij hoefde niet meer beladen met jachttrofeeën thuis te komen. Tegen zijn biograaf Hatch zei hij: 'Op den duur voel je je tevreden als je de dieren maar om je heen ziet. Het prettigst is het leven daar; 's morgens om vijf uur opstaan. Vroeg naar bed gaan, slapen in een tent of heel vaak ook zo maar in de open lucht, teruggaan naar de allereenvoudigste, elementaire dingen.'

Schedels en slagtanden van onder andere buffels en olifanten. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Prins Bernhard op safari in Oost-Afrika. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer

Drijfjacht

Hij poseerde in de jaren vijftig voor de camera van Nuboer met de slagtanden van een olifant, de horens van een antilope en de kop van een luipaard. Nadien kwam de inkeer. In 1962 werd de prins president van het internationale Wereld Natuur Fonds. Hij bleef dat tot 1976, toen hij moest terugtreden vanwege het Lockheedschandaal. Hij bleef voorzitter van de Nederlandse tak. De prins heeft er nooit veel woorden aan vuil gemaakt, aan de spanning tussen jager en dierenbeschermer. Hij zag geen tegenstelling. De Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging noemde de prins bij diens overlijden 'de verpersoonlijking van de stelling dat jacht en natuurbeheer in elkaars verlengde liggen'.

Bij het Wereld Natuur Fonds-Nederland is nog een machtig mooi, dik boek te krijgen, Operatie Natuur, dat in 2006 is gepubliceerd als eerbetoon aan prins Bernhard en zijn 'enorme bijdrage aan de instandhouding van de natuur op aarde'. Over het discutabele karakter van de drijfjacht die de prins tot op hoge leeftijd is blijven beoefenen, over de plezierjacht op Afrikaanse dieren geen woord. Ted Reilly was directeur van het Mkhayapark in Swaziland. Bernhard is er vaak genoeg geweest om bevriend te raken met de man. 'Voor hem', aldus Reilly, 'was jagen vooral een manier om in de natuur te zijn.'

Prins Bernard poseert bij twee slagtanden. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Een stoet met dode dieren gebonden aan stokken, gedragen door ongeveer 20 man. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Prins Bernhard op safari in Oost-Afrika. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer
Prins Bernhard op safari in Oost-Afrika. Beeld Prof. dr. J.F. Nuboer

Lijfarts en vriend prof. dr. J.F. Nuboer

De foto's van prins Bernhard op safari in Afrika zijn gemaakt door prof. dr. J.F. Nuboer. De negatieven hebben jarenlang in een ­magazijn gelegen van het Academisch Ziekenhuis van de universiteit van Utrecht. Ze waren daar ­beland na de verhuizing van het ziekenhuis uit de binnenstad naar de Uithof, in 1986. In 2001 kwamen ze in handen van een arts die hielp bij het opruimen van oude troep. Recentelijk zijn de foto's aangeboden aan de Volkskrant.

Nuboer was hoogleraar heelkunde aan het Academisch Ziekenhuis in Utrecht. De prins en hij kenden elkaar goed; Bernhard had een leven lang kwalen waarvoor hij dikwijls Nuboer consulteerde. De arts werd huisvriend op Soestdijk; het vleide hem zeer. Hij was lid van de Dassenclub, een netwerk van invloedrijke lui die Bernhard om zich heen had verzameld.

Nuboer gold in de Utrechtse academische wereld als een conservatieve houwdegen. Bij zijn overlijden in 1979 schreef professor I.A. Diepenhorst, oud-minister en voormalig voorzitter van het bestuur van het Academisch Ziekenhuis een vlijmscherp in memoriam. Enkele citaten: 'Wie met ­Nuboer botste, voelde het tot in zijn botten; hij heeft, naar ik meen, carrières gebroken. (...) ­Eerlijk gezegd bevond Nuboer zich een enkele maal op de rand van zelfoverschatting.' Maar ook: 'Dat hij zo hard kon zijn, was mede omdat hij de verantwoordelijkheid die gedragen werd, diep besefte.'

Nuboer had de prins in 1952 voor altijd aan zich verplicht. Van artsen in het gerenommeerde Walter Reed Ziekenhuis in Washington had Bernhard te horen gekregen dat hij vanwege een blijvende vergroeiing in zijn nek op z'n best nog acht jaar te leven had. De prins was 41 toen, Leiden was in last. Bij thuiskomst werd onmiddellijk Nuboer ontboden. 'Die Amerikanen zijn gek', zei Nuboer, 'jij wordt zeker 80.'

De arts was een verwoed fotograaf én jager. Hij ging vaak mee op drijfjachten in de bossen en de zandverstuivingen van de Veluwe en op verschillende landgoederen in het land. In de jaren vijftig behoorde Nuboer tot het gezelschap dat met Bernhard op safari was in Tanganyika, nu Tanzania. De ­foto's, vermoedelijk uit 1953 getuigen ervan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.