Reportage homorechten Tunesië

Unicum in Arabische wereld: hoop voor homorechten in homofoob Tunesië

Een afterparty tijdens het Mawjoudin Queer Film Festival in Tunis. Beeld Noa Avishag Schnall/The New York Times

De Tunesische verkiezingen ademen een liberale geest die in het homofobe land misschien zelfs gaat leiden tot legitimatie van homoseksualiteit. Maar echte vrijheid voor lhbt’ers is nog altijd ver weg.

De verkiezingen in Tunesië kunnen een opmerkelijk resultaat hebben: legaliseren van homoseksualiteit. Daarmee zou het Noord-Afrikaanse land, waar zondag een nieuw parlement wordt gekozen en een week later een president, opnieuw een unicum zijn in de Arabische wereld. Eerder al ontpopte Tunesië zich als het enige land waar de Arabische lente tot democratie leidde.

Ruim een jaar geleden presenteerde een presidentiële commissie een pakket vergaande wettelijke hervormingen. Naast gelijkheid voor man en vrouw in het erfrecht en afschaffen van de doodstraf bepleit de commissie het schrappen van artikel 230 van het Wetboek van Strafrecht, dat homoseksualiteit verbiedt.

‘Als het parlement een progressieve meerderheid krijgt, zal het voorstel worden uitgevoerd’, zegt Mounir Baatour, voorzitter van lhbt-organisatie Shams. ‘De kans daarop is zeer wel aanwezig.’

Diverse partijen, zegt de 45-jarige advocaat, hebben hun steun toegezegd. In het bijzonder rekent hij op Qalb Tounes, de nieuwe partij van mediatycoon/weldoener Nabil Karoui. Deze ‘Tunesische Berlusconi’ debuteerde met 15 procent van de stemmen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen, drie weken geleden.

Karoui gaat dus door naar de tweede ronde en zijn partij wordt mogelijk de grootste in het parlement. Vooruitstrevend Tunesië heeft heel wat bedenkingen tegen de ietwat maffiose zakenman, maar op sociaal en ethisch gebied koestert hij vrijzinnige opvattingen. Anders dan zijn tegenkandidaat, de conservatieve jurist Kaïs Saïed, die in interviews heeft gezegd homoseksualiteit te zien als een buitenlands complot.

Maar wetten worden in Tunesië gemaakt door regering en parlement, niet door het staatshoofd. Bovendien heeft Saïed geen eigen partij. Ook als hij straks het presidentschap wint, kan de Tunesische homobeweging dankzij een goedwillende meerderheid in de volksvertegenwoordiging een grote stap voorwaarts zetten.

Het had trouwens weinig gescheeld of er had een homo meegedaan aan de presidentsverkiezingen. Shams-voorzitter Baatour had zich kandidaat gesteld namens de Tunesische Liberale Partij (PLT). Door een stomme vormfout (verkeerd formulier gebruikt) werd zijn aanvraag door de kiesraad afgewezen. Hij zou geen serieuze kans hebben gemaakt, maar zijn deelname zou in de islamitische wereld een ‘voor het eerst’ zijn geweest.

Lhbt-activist Mounir Baatour houdt de regenboogvlag omhoog bij zijn (mislukte) kandidaatstelling voor de presidentiële verkiezingen. Beeld AP

Geen oase van tolerantie

Dit wekt allemaal misschien de indruk dat het in Tunesië behoorlijk goed gaat met de homorechten. Dat valt nogal tegen. Tunesië is verre van een oase van tolerantie.

Wel ontstond na de omwenteling van 2011 meer openheid. Homo’s, lesbiennes en transgenders traden naar buiten en verenigden zich. Shams, met zo’n drieduizend leden verreweg de grootste organisatie, werd in 2015 officieel erkend. Daarnaast bestaat het kleinere Mawjoudin (250 leden), dat jaarlijks een Queer Filmfestival organiseert. Shams heeft sinds twee jaar zelfs een eigen radiozender, Shams Rad, via het internet te horen in de hele regio.

Toch is Tunis geen Beiroet, waar lhbt-organisaties de regenboogvlag aan hun kantoor kunnen hangen en waar menig café openlijk een gay clientèle ontvangt. ‘Wij geven ons adres alleen aan mensen die we vertrouwen’, zegt Hana Jenli (22), kantoormanager van Mawjoudin. Haatberichten op sociale media zijn legio.

Een van de schaarse gelegenheden in het centrum van Tunis die als lhbt-vriendelijk bekendstaan, de Frida Bar, is van buiten niet eens als café herkenbaar, met zijn met grijs papier dichtgeplakte ramen. Verder treffen lhbt’ers elkaar in enkele nachtclubs en restaurants in Gammarth, een chique wijk nabij het strand. ‘We zijn net begonnen met een cursus voor eigenaren en personeel’, zegt Jenli. ‘Na afloop krijgen de clubs ons label gay friendly.’

Jenli en Baatour schilderen een samenleving die diep doordrenkt is van homofobe sentimenten. Jongeren kunnen moeilijk uit de kast komen en de grotere openheid sinds 2011 heeft vijandige en niet zelden gewelddadige tegenreacties opgeroepen.

‘Mijn ouders zijn ruimdenkend, feministisch zelfs’, zegt Jenli, ‘én homofoob. Ik vertel ze niet dat ik lesbisch ben. Misschien vermoeden ze iets, maar zolang ik er niets over zeg, zwijgen zij ook. Waarom zou ik uit de kast komen als het zoveel problemen geeft?’

Ernstiger gevallen worden gedocumenteerd door mensenrechtenorganisaties. Zo schrijft Human Rights Watch in een rapport uit 2018 over K.S., die thuis bij een in het café opgepikte date in de val wordt gelokt. Twee mannen slaan hem beurs en steken tot bloedens toe een stok in zijn achterwerk. Het ziekenhuis weigert hem te behandelen zonder fiat van de politie, maar die onderwerpt hem, op verdenking van overtreding van de anti-homowet, aan een anaal onderzoek.

De vernederende anale onderzoeken zijn berucht. De Tunesische politie gebruikt ze volop om homoseksueel contact te bewijzen. ‘Maar niet alleen dat’, zegt Baatour, advocaat bij het hooggerechtshof en raadsman van menig vervolgde homo. ‘Telefoon- en internetverkeer wordt nagegaan. De politie zet valstrikken op Grindr. Soms worden mensen gemarteld voor een bekentenis.’

Bijna wekelijks staan mensen terecht op grond van artikel 230, dat een maximumstraf kent van drie jaar cel. Vorig jaar werden 127 mensen (allen mannen, bij vrouwen is het moeilijker te bewijzen) veroordeeld tot straffen van zes maanden tot drie jaar. ‘Maar in de praktijk zitten velen langer’, zegt Baatour. ‘Ze komen vrij en worden spoedig weer opgepakt.’

De politie en de rechterlijke macht in Tunesië zijn volgens de Shams-voorzitter grotendeels homofoob. ‘De politie is geïnfecteerd door de islamisten, in de jaren na 2011 dat ze de regering leidden’, zegt hij. Ook veel rechters zijn in die tijd benoemd. Volgens de advocaat hebben zij de neiging artikel 230 zo ruim te interpreteren, dat de seksuele geaardheid op zich al strafbaar is.

Aantijging van pedofilie

En dan nog iets. Er zit een vlekje op het blazoen van de Tunesische lhbt-beweging. Vorig jaar lieten Mawjoudin, de mensenrechtenorganisatie Damj en het feministische Chouf in een gezamenlijke verklaring weten niet langer te willen samenwerken met Shams, en in het bijzonder met voorzitter Baatour.

Daarvoor zijn drie redenen: Shams doet aan ‘outing’, het zonder hun instemming openbaren van mensen als lhbt’er; de voorzitter had zich, als leider van de partij PLT, uitgesproken voor normalisering van de betrekkingen met Israël; en de derde: Baatour zou diverse malen minderjarigen seksueel hebben lastig gevallen.

Baatour werd in 2013 in het Sheratonhotel in Tunis betrapt met een jongen van naar verluidt 17 jaar. Hij werd veroordeeld tot drie maanden cel, echter niet wegens seks met een minderjarige, maar wegens ‘sodomie’.

Mawjoudin, Chouf en Damj kwamen in augustus dit jaar opnieuw met een verklaring tegen Baatour, ditmaal omdat hij wilde meedoen aan de presidentsverkiezingen. Zijn kandidatuur, zo stelden ze, was schadelijk voor de lhbt-beweging.

De Shams-voorzitter haalt er de schouders over op. ‘Het is weer hetzelfde verhaal. Al ze ook maar het geringste bewijs hebben, moeten ze naar de politie gaan. Pedofilie is een zwaar vergrijp.’

De beschuldigingen komen voort uit kinnesinne, meent Baatour. ‘Iedereen in Tunesië kent Shams’, zegt hij. ‘Niemand kent die clubjes. Ze hebben maar een paar honderd leden. Wij hebben er drieduizend, met 500 duizend likes op Facebook.’

Hoe het ook zij, de kwestie toont aan hoe kwetsbaar de Tunesische lhbt-beweging nog is. De regering deed het afgelopen jaar pogingen de vergunning van Shams weer in te trekken. Niet álle rechters in Tunesië zijn kennelijk homofoob: in mei werd de claim van de regering door het Hof van Beroep afgewezen.

Hoe staat het er nu voor met Tunesië?

‘Voor de liberale middenklasse in Tunesië is het kiezen tussen de pest en de cholera’
Tunesië heeft bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen voor twee totale buitenstaanders gekozen: een mediatycoon die in de gevangenis zit en een academicus die niets van homo’s moet hebben. De tweede ronde volgt over enkele weken. Volgens verslaggever Rob Vreeken valt er niets te voorspellen.

Tunesië rekent af met politieke klasse: strijd gaat tussen mediatycoon in hechtenis en conservatieve hoogleraar
De zittende politieke klasse in Tunesië is door de kiezers genadeloos afgestraft. De presidentsverkiezingen zondag zijn gewonnen door twee buitenstaanders, de anti-systeemkandidaten Kaïs Saïed en Nabil Karoui. In de tweede ronde volgende maand wordt bepaald wie van hen de nieuwe president van het Noord-Afrikaanse land wordt.

Het is nu aan de Tunesische kiezers waar het debat over gelijkheid van man en vrouw heen gaat
Zondag presidentsverkiezingen in Tunesië. Die worden gehouden omdat president Béji Caïd Essebsi op 25 juli overleed, op 92-jarige leeftijd. Zijn dood is om minstens één ­reden te betreuren: het was slecht nieuws voor de homo’s en lesbiennes in Tunesië, en misschien wel voor álle vrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden