Unicef onderschat ernst besnijdenis in Iran

Ook Iraanse vrouwen worden genitaal verminkt

Iraanse meisjes en vrouwen worden blootgesteld aan genitale verminking. De regering wilde haar vingers niet branden aan dit onderwerp, net zo min als VN-organisatie Unicef.

Dansende Koerdische vrouwen in het westen van Iran. Besnijdenis komt in dat land op grotere schaal voor dan gedacht.

Besnijdenis van meisjes en vrouwen komt in Iran op veel grotere schaal voor dan gedacht. De Iraanse regering ging ervan uit dat de praktijk in het land niet bestaat. Ook in de statistieken van Unicef over genitale verminking (FGM) wordt Iran niet genoemd. Ten onrechte, zo stelt de Brits/Iraanse antropoloog Kameel Ahmady vast na tien jaar onderzoek.

In vier van de dertig Iraanse provincies worden meisjes besneden, ontdekte Ahmady. In delen van de zuidelijke provincie Hormozgan is mogelijk 60 procent van de vrouwen besneden. In drie westelijke provincies (Kermanshah, Koerdistan en West-Azerbeidzjan) beloopt hun aantal tot 20 procent. Overigens is de praktijk in alle gebieden op de terugtocht. Onder tieners zijn de percentages veel lager dan onder oudere vrouwen.

Besnijdenis wordt in Iran voornamelijk toegepast door moslims van de Shafi'i, een van de vier scholen in de soennitische islam. Volgens de Shafi'i-school is besnijdenis van meisjes 'aanbevolen' dan wel (afhankelijk van de interpretatie) 'verplicht'.

De autoriteiten werkten niet echt tegen, maar meewerken deden ze zeker ook niet. De sjiitische Iraanse regering ziet genitale verminking als een brandbaar onderwerp, waar ze zich liever niet mee bemoeit en dat alleen de minderheid van soennitische Koerden aangaat.

Dat laatste bleek niet te kloppen. In de provincies Koerdistan, Kermanshah en West-Azerbeidzjan komt FGM inderdaad vooral voor onder Koerden, maar op kleine schaal ook onder andere bevolkingsgroepen, onder wie sjiieten. In de zuidelijke provincie Hormozgan, waar het verschijnsel het meest voorkomt, wonen zelfs helemaal geen Koerden. Daar betreft het vooral soennitische Perzen.

Besnijdenis bestaat vooral in de meest achtergebleven gebieden van Iran, daar waar ook kindhuwelijken, polygamie en eerwraak voorkomen. De gestage afname van FGM is het gevolg van beter onderwijs, verstedelijking en economische ontwikkeling.

Foto de Volkskrant

Unicef

Het onderzoek naar besnijdenis in Iran vormt nieuw bewijs dat genitale verminking van meisjes en vrouwen wordt toegepast in veel meer landen dan de 29 die voorkomen in de VN-statistieken. De VN-kinderorganisatie Unicef geeft toe dat de schattingen te laag zijn en gaat binnenkort haar data over FGM aanpassen.

Genitale verminking werd lang beschouwd als een 'Afrikaans probleem'. Daarbuiten zou de praktijk alleen in Jemen bestaan. Dat dit beeld kantelt, is mede te danken aan de Duits-Koerdische ontwikkelingsorganisatie Wadi. Die ontdekte tien jaar geleden bij toeval dat besnijdenis grootschalig was onder Koerden in Noord-Irak.

Een campagne van Wadi leidde ertoe dat de Iraaks-Koerdische autoriteiten de praktijk gingen bestrijden. Ook nam Unicef Irak op in de lijst landen waar meisjes genitaal worden verminkt.

Er bestaat echter groeiend bewijs dat daarmee de kous niet af is. Uit andere landen in het Midden-Oosten, vooral in het Golfgebied, komen steeds meer meldingen van genitale verminking. Samen met het Nederlandse Hivos begon Wadi de campagne 'Stop FGM in the Middle East'.

De Verenigde Naties 'laten het volstrekt afweten' in de landen buiten de lijst van 29, zegt Thomas von der Osten-Sacken, directeur van Wadi. 'Onderzoekers als Ahmady krijgen van Unicef geen enkele steun. Maar het is aan zulke moedige mensen te danken dat er überhaupt iets bekend wordt over besnijdenis. Zonder hen wist niemand ervan af.'

Volgens Von der Osten-Sacken ging het in Noord-Irak net zo: pas met veel hangen en wurgen was Unicef te bewegen de feiten onder ogen te zien. 'Iran is een goed voorbeeld van hoe het werkt. Zonder mensen in het veld die op eigen houtje onderzoek doen en erover publiceren, gebeurt er niets.'

Ook in islamitische regio's in Zuid-Azië komt FGM voor op een schaal waarvan de buitenwereld nauwelijks afweet. Lokale vrouwenorganisaties en academici schatten de praktijk in delen van Indonesië en Maleisië op 80 procent. In de rapportages van Unicef over beide landen wordt besnijdenis van meisjes echter niet genoemd.

Dit komt doordat de VN-organisatie nauw met regeringen samenwerkt. Genitale verminking komt alleen op de agenda van Unicef als de autoriteiten het bestaan van het probleem erkennen. Indonesië en Maleisië deden echter - net als veel landen in het Midden-Oosten - nooit onderzoek naar FGM. Bij gebrek aan officiële data zwijgt ook Unicef.

Als gevolg daarvan is wereldwijd het aantal genitaal verminkte meisjes en vrouwen waarschijnlijk tientallen miljoenen hoger dan de 'ruim 130 miljoen' die Unicef noemt. Indonesië alleen al telt 250 miljoen inwoners.

Unicef heeft besloten haar cijfers te herzien. De gezondheidsautoriteiten in Indonesië hebben voor het eerst onderzoek gedaan naar FGM. Daaruit blijkt dat minstens de helft van alle meisjes boven de 12 jaar is besneden. Meestal betreft het een 'lichte' vorm van FGM.

Familie-onderzoek

De Brits/Iraanse antropoloog Kameel Ahmady besloot tot zijn onderzoek toen hij in Afrika kennismaakte met FGM. 'Door vage herinneringen uit mijn jeugd besefte ik dat het ook moet zijn voorgekomen in mijn geboortestreek, Iraans Koerdistan', zegt de in Engeland opgeleide Ahmady. Beelden kwamen boven van huilende meisjes en vrouwelijke familieleden die bedekte toespelingen maakten.

Het speurwerk begon in 2005 in zijn familie. 'Ik was geschokt te ontdekken dat mijn grootmoeders, moeder en zuster allemaal besneden waren.' Het toont hoezeer besnijdenis alleen besmuikt wordt besproken (en toegepast) door vrouwen onder elkaar.

Het onderzoek leverde hem de nodige tegenwerking en 'vernederingen' op in familiekring. Het was 'niet mannelijk', zo was de reactie. Familieleden schamperden: 'Wat voor man ben jij? Kom je helemaal uit Europa om te praten over de genitaliën van vrouwen?'

In de loop van tien jaar werden, met de hulp van (veelal vrouwelijke) studenten, in vier Iraanse provincies ongeveer vierduizend mensen geïnterviewd, van wie een kwart mannen. Ook bereisde hij de rest van het land om te zien of FGM ook daar voorkomt. Dat bleek niet het geval te zijn.

Pas onlangs kwam de antropoloog met zijn rapport naar buiten. Binnenkort komt het uit in boekvorm. Eind juni lichtte hij de Mensenrechtenraad van de VN in.

Meer over