Umberto Eco's eindeloze lijstjes

Reportage..

Parijs Lang geleden, toen zijn zoontje 2 jaar werd, vond Umberto Eco dat hij eens wat militair speelgoed moest krijgen. Wilde hij een granaatwerper, een tank, een blijde, een goedendag, een kromzwaard, het pistool van Long John Silver, een Masai-speer, toneelwapens van Peter Brook, de knots van de hertog van Beaufort enzoverder.

‘Ik vond dat hij moest opgroeien als een echte pacifist. Wie met Lego speelt, wordt misschien Auschwitz-beul of een tweede Mengele’, voegt de schrijver/filosoof er ter verduidelijking aan toe.

Umberto Eco is 77 jaar en alles aan de manier waarop hij zijn gastconservatorschap in het Louvre presenteert, wijst erop dat hij hartstochtelijk begonnen is aan het rechte stuk naar de 100. De lijst met wapentuig hierboven neemt in werkelijkheid enkele minuten in beslag, hun namen worden door Eco op bezwerende toon uitgesproken. ‘Lijsten zijn als mantra’s of litanieën’, zegt hij. Op die toon dienen ze ook te worden voorgedragen.’

De Lijst, de Duizeling van de Lijst zelfs – dat is het thema van het programma dat hij voor het Louvre bedacht. Na Robert Badinter, Toni Morrison, Anselm Kiefer en Pierre Boulez is hij de vijfde die als gastconservator van buiten de museumwereld ‘een nieuw licht op de collectie laat schijnen’, zoals directeur Henri Loyrette het uitdrukt. En net als zijn voorgangers bestaat de bijdrage van Eco niet zozeer uit een expositie, als wel uit een stortvloed aan evenementen, concerten, lezingen en filmvertoningen.

In zijn openingscollege legt de Italiaanse auteur – met lichtbeelden – uit wat hem bezielt om de Lijst als uitgangspunt te nemen. De Middeleeuwse mirabilia, de Wunderkammer, Bosch, Breughel, Magritte – het zijn voor Eco allemaal Lijstmakers. ‘Wat je binnen het kader van het schilderij ziet is niet alles. Een goede Lijst eindigt met et cetera. Die gaat buiten het kader verder.’

Eindeloos zijn de voorbeelden die hij aan de literatuur ontleent; de lijst van zeilschepen bij Homerus, de muziekinstrumenten in Faust van Thomas Mann, een zeker honderd pagina’s omvattende keukeninventaris in Ulysses van Joyce, 424 kruiden – sommige echt, andere verzonnen – in Gargantua van Rabelais. Er zijn lijsten bij Pablo Neruda, Victor Hugo, Italo Calvino. Aan Borges danken we de fameuze lijst van Chinese dieren, die zichzelf in de staart bijt omdat een van de categorieën luidt: alle dieren die op deze lijst voorkomen. Georges Perec maakte een vele pagina’s durende schakellijst waarbij de laatste lettergreep van het laatste woord de eerste van het volgende moest vormen: ‘Rosenthal, talons plats, plat pays, Pays-Bas, Banespa, Spadassan, Saint-Vincent, sans répit’

Ook buiten de kunsten wemelt het van de lijsten, zegt Eco die onderscheid maakt tussen praktische en poëtische varianten. Tot de eerste categorie behoren telefoonboeken, maar ook etalages, kermissen, passages (beschreven door Walter Benjamin) en warenhuizen (Emile Zola).

De kleine expositie die bij zijn gastconservatorschap hoort, is ondergebracht in een uithoek van het museum. Je moet langs de Italiaanse 18de eeuw en de Spaanse en Engelse meesters naar de punt van de Denon-vleugel, waar in zaal 33 wat grafiek en bibliofilia bij elkaar is gebracht. Daar hangt een eindeloos herhaald Je t’aime van Louise Bourgeois tegenover de strafregels van John Baldessari: I will not make any more boring art.

De Nederlandse inbreng is opvallend groot. Die loopt van een middeleeuwse inventaris van Hendric Spierinc uit Zwijndrecht tot aan de Eschenauer sutra van Hendrik de Vries, die schier eindeloos en in verschillende kleuren Identic herhaalt, maar aan de expositie ook een zeer gedetailleerd plantaardig overzicht bijdraagt.

Charmant is de lijst met honderd onmogelijke kunstwerken, opgesteld door Dora Garcia: Andermans leven leven, Niet meer bewegen, De naam van een grote stad veranderen, Goud zweten, Meerdere keren sterven.

Op de terugweg door de lange Louvre-gangen valt het oog op twee grote doeken van Giovanni Paolo Pannini, uit 1758 en 1759. Het ene toont een museumvleugel met talloze gezichten op het Rome van zijn tijd, op het andere zijn eindeloos veel schilderijen en standbeelden van het antieke Rome te zien. Ook dat zijn Lijsten, in de betekenis die Eco aan het woord geeft. Een lijst biedt geen ontwikkeling, geen drama, geen hiërarchie. Maar, zoals hij het in zijn college zei: ‘Lijsten spreken over het oneindige dat ons nog steeds ontsnapt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden