Uitwijkmanoeuvres van Ger van Elk

Ger van Elk, beelden van 1969 tot 1996, t/m 11 augustus in het Kröller-Müller Museum, Otterlo, En: 'Vier standpunten van het Kinselmeer' t/m 29 juni, in Galerie de Expeditie, Leliegracht 47, Amsterdam, open: wo-zo 14-17 uur....

WILMA SUTO

Ger van Elk (1941) is geen beeldhouwer; hij is een barbier. Met een forse kwast zeept hij een cactus in en vervolgens scheert hij de stekels van het kleine, maar weerbarstige bolletje, zoals te zien valt in één van zijn latere videofilmpjes in Museum Kröller-Müller. Hoewel Van Elk onlangs de prestigieuze J.C. van Lanschotprijs voor de Beeldhouwkunst ontving, is hij nooit beeldhouwer geweest. Schilder of fotograaf al evenmin. Van Elk is alledrie tegelijk en eigenlijk ook dat niet. De kunstenaar onderneemt voortdurend ontsnappingspogingen.

Dat is precies wat hem te prijzen staat, vindt ook de jury, al formuleert zij zijn 'hoofdthema' in andere bewoordingen, als 'de ondervraging van de conventies van de kunstgeschiedenis'. Van Elk scheert niet alleen de stekels van een cactus; hij ontdoet al zijn materialen van hun veronderstelde specificiteit. Wanneer hij een portret maakt van zichzelf, verdwijnt zijn gezicht. Museum Kröller-Müller toont nu een beknopt overzicht van zijn werk, dat begint met deze voor hem exemplarische uitwijkmanoeuvre.

Het enorme vierkante doek (Zonder Titel, 1981) toont de kunstenaar van de zijkant bezien, levensgroot en ten voeten uit, maar slechts voor de helft. Het schilderij wordt in tweeën gedeeld door links een witte en rechts een zwarte rechthoek. Tegen de verticale scheiding zette Van Elk een zwartwit foto van zichzelf. Het lijkt erop dat het zwart geverfde deel van het doek traag over hem heen komt schuiven. Zijn profiel is al verdwenen, we zien nog net een oortje. De schilderkunstige illusie wint het hier van het fotografische realisme, dat bij Van Elk vaker flinterdun is.

It's me twice as flat as I can be heet zijn gymnastische verdwijntruc uit 1973: een transparant soort turntoestel van bamboestaken en bretels waar het gezicht van de kunstenaar aan hangt, en profile en en face, maar dan wel ondersteboven en beide keren met gesloten ogen. De ruimtelijke dimensie van deze sculptuur is nauwelijks meer dan een suggestie: Van Elk is platter dan kleren aan een hanger, zo plat als het fotopapier dat zijn uitgeknipte portret bevat. Zijn wapperharen geven het beeld de dynamiek van een momentopname, waarin de 'turner' te voorschijn schiet langs de laagste legger van zijn toestel.

Deze legger zou tevens de horizon kunnen zijn, want Van Elk herziet en vermengt alle traditioneel schilderkunstige genres: met het portret ook het stilleven en het landschap. Heel mooi is de sculpturale horizon Het Soortelijk Gewicht van de Kunstzinnige Verbeelding I uit 1972, waarin een houten lat, een even lange bamboestaak en een touw samengaan met hun fotografische equivalent in één slappe bundeling van tegen de muur liggende en ervan afhangende lijnen: terzelfdertijd een relativering van de banale werkelijkheid en de hogere waarden van de kunst.

Dan is Honda Gothic (1986-'94) flauwer en moralistischer. Van Elk verschijnt erin als de Maagd Maria en haar Zoon, twee keer stralend in een halo die wordt gevormd door het voor- en achterwiel van een motor of brommer van het in de titel genoemde merk. Er tegenover hangt zijn Lam Gods I (1986), de beschilderde foto van een wit geitje met roze sik, gevat in één van de voor Van Elk kenmerkende ruimtelijke lijsten: een driehoekig kastje dat naar de Heilige Drieëenheid verwijst. Het is een intiem, maar tegelijk vrijblijvend beeld. Of Van Elk met het geitje ons dan wel het Lam Gods zelf in twijfel trekt valt er niet aan af te zien.

Is de dubbelzinnigheid van Van Elks 'religieuze symboliek' in het geval van zijn Lam Gods bijna oppervlakkig zo onbevredigend, aan zijn laatste fotografische schilderijen, schilderkunstige sculpturen of sculpturale foto's van het Noord-Amsterdamse Kinselmeer verleent hij met de door hem opgeroepen meerduidige atmosfeer juist een sublieme, romantische allure. Het in tweeën gedeelde waterlandschap baadt in een goud en zilverachtig licht, schitterend onheilspellend.

Bij Galerie De Expeditie in Amsterdam hangen nu vier verschillende uitzichten op het Kinselmeer; Museum Kröller-Müller toont de versie Kinselmeer 'Stompe Toren-Winter' (1996). De horizon in dit uit twee liggende delen bestaande diptiek wordt gevormd door de naad tussenbeide. Op de onderste helft golft het water in een bijkans abstracte stroom van grauw- en goudgrijze nerven in close-up; op de bovenste helft verschijnen in de verte de contouren van de stompe kerktoren en de bebouwing eromheen als wolken vuil uitbrakende industriële architectuur.

Eerder dan romantische gevoelens van nietigheid ontlokt Van Elk met zijn versie van het Kinselmeer bij de kijker associaties aan de menselijke suprematie over de natuur, die, hoe kwalijk zij ook zijn kan, er toch allerprachtigst uit kan zien. Het hoogglanzende fotowerk weerspiegelt en ontstijgt de vertrouwde schilderkunstige traditie, waar Van Elk al sinds decennia consequent zijn eigen manipulatieve wendingen aan geeft.

Wilma Sütö

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden