Uitvinder van techniek seksebepaling ontloopt serieuze tests

Mogen ouders zèlf bepalen of ze een jongen dan wel een meisje willen? Waarom niet, schreef Gerbrand Feenstra vorige week....

C. A. M. JANSEN

RECENT is veel deining ontstaan over de opening van de 'gender'-kliniek in Utrecht. Door middel van een bepaalde techniek zou zaad dat een y-chromosoom draagt, worden gescheiden van dat met een x-chromosoom. Het aldus gescheiden zaad kan voor inseminatie worden gebruikt - met een kans op een kind van het gewenste geslacht.

Helaas kwamen de feiten over de sperma-scheidingstechniek niet echt aan bod in de discussie. In twee artikelen in de Volkskrant is wel ingegaan op de mogelijke waarde van de techniek. Het eerste was dat van Gerbrand Feenstra (Forum, 17 juni), het tweede betreft een interview met R.J. Ericsson, de uitvinder van de techniek. Beide artikelen nopen tot commentaar.

Ericsson heeft zijn vinding gepantenteerd, hij verkoopt licenties aan ieder die zijn techniek wil toepassen. Degenen die de techniek moeten kopen, passen deze in hun praktijk commercieel toe. Op zich is er niets tegen commercieel gebruik, maar dit brengt wel een aantal problemen met zich mee.

Ter ondersteuning van zijn vinding meldt Ericsson dat er sinds 1973 meer dan honderd wetenschappelijke publikaties over zijn techniek zijn verschenen. Het aantal is kennelijk belangrijker dan de inhoud.

Uit de inhoud blijkt dat alle artikelen die aangeven dat de techniek werkt, afkomstig zijn van Ericsson zelf of van licentiehouders. Er is niet één artikel van een onafhankelijke onderzoeker waaruit blijkt dat de techniek werkt. Alle artikelen die aangeven dat de methode niet werkt, komen van onafhankelijke instanties.

Feenstra wijst op een belangwekkend artikel in Fertility and Sterility van Ericsson zelf. Hierin verwerkt hij de ervaringen van 65 klinieken die zijn methode in licentie hebben toegepast. Het betreft een retrospectief onderzoek waarbij deze klinieken achteraf werden aangeschreven en verzocht op te geven wat de resultaten waren. Volgens Ericsson is de techniek ongeveer in 75 procent van de gevallen werkzaam.

Alle cijfers werden verzameld en bewerkt door Ericsson zelf. Er is geen reden te twijfelen aan wat er gechreven is, maar waar het hierbij vooral om gaat is wat er niet geschreven is. De methode wordt in Amerika ruim tien jaar toegepast, waarin deze 65 klinieken gemiddeld ongeveer twee geboorten per kliniek per jaar tot stand brachten. Regelgevers en wetsdienaren hoeven zich dus geen zorgen te maken over gigantische demografische verschuivingen in de geslachtsverhoudingen.

Zijn alle centra die ooit een licentie kochten aangeschreven? Hoe groot is het aantal centra dat niet heeft gerespondeerd? Alleen de centra die antwoordden, worden vermeld. Bekend is dat er een groot verloop is, en dat velen die een licentie kochten, weer met de techniek zijn opgehouden.

De arts in een kliniek met een gering succespercentage zal wellicht stoppen met toepassen van de techniek en zal dan niet geneigd zijn mee te werken aan registratie. De cijfers van de afvallers verschijnen nooit in de literatuur.

Op de 'babbelbox' Androlog voor andrologische experts op Internet werd vorige week gevraagd naar ervaringen met de albuminescheidingstechniek. Dat leverde enkel negatieve reacties op van mensen die het hadden geprobeerd maar die weer waren gestopt. Ericsson meent dat de kritiek afkomstig is van degenen die bang zijn voor verandering, maar dat kan men van deze ex-licentiehouders toch moeilijk zeggen.

Bovendien blijkt uit zijn artikel dat 63 van de 65 centra niet in staat of bereid waren alle cijfers te leveren. Het is dus onbekend hoeveel patiënten niet zijn geregistreerd. Slechts twee centra meldden de drop-out: 42 procent van de patiënten kwam na de eerste behandeling niet meer terug en liet niets meer van zich horen.

Ook hier is niet uit te sluiten dat patiënten meer geneigd zullen zijn te responderen als het 'gewenste' resultaat is bereikt. Zij die na negen maanden zwangerschap een wolk van een meisje krijgen, terwijl zij een scheidingstechniek hebben toegepast omdat zij liever een zoon hadden gehad, worden hier waarschijnlijk liever niet aan herinnerd en sturen geen geboortekaartje naar de kliniek.

Het onderzoek werd aanvankelijk uitgevoerd door een aantal wetenschappers van naam, doch de een na de ander heeft zich teruggetrokken omdat zij niet met dit onderzoek geassocieerd wilden worden. Uiteindelijk bleven alleen Ericsson, zijn compagnon Beernink, en Dmoswki over.

Fertility and Sterility heeft Ericsson's artikel van een redactioneel commentaar voorzien, een zeldzaamheid. Ik citeer: 'De studie is in essentie een retrospectieve analyse zonder de pretentie van een gecontroleerde vergelijkende studie. De publikatie ervan houdt geen ondersteuning in door de American Fertility Society. Eén van de twee oorspronkelijke centra is inmiddels weer gestopt vanwege de lage succeskans. Het artikel wordt gepubliceerd in de hoop dat andere onderzoekers aangemoedigd worden een gecontroleerde prospectieve studie op dit gebied te ondernemen.'

Ieder in dit onderzoeksveld weet dat statistische relevantie pas bij grote aantallen respondenten kan worden bereikt. Dit kan alleen met medewerking van Ericsson zelf, en deze is niet bereid aan een prospectieve gecontroleerde studie mee te werken. Toch zou juist hij belang moeten hebben bij dat onderzoek: als hieruit zou blijken dat de techniek werkt, is de discussie gesloten en zou de techniek op veel grotere schaal, ook door de huidige critici, kunnen worden gebruikt.

Ericsson verdedigt zijn techniek met de stelling dat er 'nooit een proces' tegen hem is gevoerd. Tja, ik rij ook nooit te hard omdat ik nooit ben bekeurd.

'Dat komt omdat de klinieken zorgvuldig voorlichten.' Er wordt inderdaad geen enkele garantie gegeven. Bovendien zijn de cijfers niet controleerbaar en is het contract is zo opgesteld dat het is uitgesloten dat een cliënt een juridische procedure wint.

Ericsson werpt zich op als een profeet die pas over honderd jaar de erkenning zal krijgen die hij verdient. Laten we het voor hem hopen. Een ding is zeker: het zijn de kinderen van onze 'scheidings'kinderen die het eindoordeel zullen vellen.

C.A.M. Jansen is gynaecoloog.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden