Uitstel van executie

Gordon Brown heeft de opstand in zijn partij voorlopig de kop weten in te drukken. Met een combinatie van dreigementen en het toegeven van fouten voorkwam de Britse premier en Labourleider dat hij door de leden van zijn partij in het Lagerhuis werd weggestuurd....

Met de beslissing om Brown te laten aanmodderen, koopt de Labourpartij op zijn best wat tijd. Wanneer de partij niet snel een nieuwe leider kiest en met een nieuw programma de kiezer tegemoet treedt, zal Labour bij de komende landelijke verkiezingen (uiterlijk in 2010) met de grond gelijk worden gemaakt.

Met een schamele 15,7 procent behaalde Labour bij de verkiezingen voor het Europees Parlement de slechtste score in 99 jaar. De ultrarechtse UK Independent Party, die wil dat Engeland de Europese Unie verlaat, wist zelfs meer stemmen te behalen: 16, 5 procent. De Conservatieven werden met 26,7 procent de grootste partij.

Maar al vóór de verkiezingen lag Brown zwaar onder vuur. The Guardian, de belangrijkste progressieve krant van Engeland, had Brown begin vorige week al geadviseerd op te stappen. Volgens een enquête van een andere Britse krant, The Independent, kan alleen Alan Johnson, de Labourminister van Binnenlandse Zaken, de Conservatieve partij van David Cameron in 2010 van een absolute meerderheid afhouden.

Als argument om Brown voorlopig te laten zitten, voert de top van Labour aan dat de voormalige minister van Financiën de enige is, die Engeland door de economische crisis kan loodsen. Wanneer de economie aantrekt, zullen de kiezers terugkomen, hoopt Labour.

Maar deze hoop is ijdel. De kiezers zijn nog niet vergeten dat Brown als minister juist het toezicht op de banken heeft laten vieren om de Londense City optimaal te kunnen laten wedijveren in de internationale financiële sector. Zijn kordate optreden van een half jaar geleden wordt door de kiezers voor kennisgeving aangenomen. Na twaalf jaar Labour wil de Britse kiezer gewoon schoon schip maken.

Intussen is de Labourpartij ook nog eens de voornaamste kop van Jut bij de Britse kiezers na het bonnetjesschandaal. Andere partijen bepalen sindsdien het ontketende debat over de hervormingen van het politieke systeem. Behalve het niet-gekozen Hogerhuis en het omstreden recht van de premier om zelf de verkiezingsdatum vast te stellen, ligt nu ook het districtenstelsel onder vuur.

Gezien de uitslag van de Europese verkiezingen (gehouden volgens het systeem van evenredige vertegenwoordiging) is dat goed te begrijpen. Want die hebben aangetoond dat Engeland geen tweepartijenstelsel meer te noemen valt. De Conservatieven haalden immers nauwelijks meer dan een kwart van de stemmen. Dat betekent dat slechts een minderheid (43 procent) op de twee gevestigde partijen heeft gestemd.

De crisis in Engeland omvat dus meer dan alleen het debacle van Labour. De falende representatie van het uiteengevallen Britse electoraat vraagt om modernisering van het politieke systeem, inclusief het kiesstelsel.

Reageren? volkskrant.nl/commentaar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden