Uitleggers uitgelegd

Wie stapt in de traditie van befaamde kunstuitleggers als Pierre Janssen en Henk van Os? Wat kan een Jasper Krabbé leren van hen en uit de illustere BBC-geschiedenis?

Hij is charmant, volgens vrouwen aantrekkelijk, soms wat klungelig, veelal enthousiast - en inmiddels onvermijdelijk. Jasper Krabbé. Er gaat geen week voorbij of hij verschijnt, met zijn toegeknepen ogen en flamboyante haardos, wel een paar keer op tv. Kunstenaar, 'zoon van' en vooral: explicateur. Kúnstexplicateur om precies te zijn. Iemand die het volk uitlegt hoe bijzonder een schilderij van Marc Mulders is of een tentoonstelling van de Franse fotograaf Eugène Atget.


Kunstexplicateurs. Jan Marijnissen hield er tijdens Zomergasten nog een warm pleidooi voor. Waar zijn ze, vroeg hij zich af, de opvolgers van Henk van Os? Mensen die uitleggen 'hoe 't zit (...), die ons vertellen over hun passie en hun kennis'.


Een vreemde constatering eigenlijk. Want wie tegenwoordig naar tv kijkt zou het idee kunnen krijgen dat er een hele batterij aan kunstexplicateurs aan het werk is. Zo schuift Joost Zwagerman regelmatig aan in De Wereld Draait Door om te vertellen over een door hem geliefd schilderij of omstreden tentoonstelling. In Avro's Kunstuur treden maar liefst vier uitleggers op, onder wie oud-directeur van het failliete Nationaal Historisch Museum Valentijn Byvanck en Stedelijk-conservator Bart Rutten.


Krabbé zelf laat zich zien bij de tv-programma's Opium en Art Men, waarin hij verslag doet van de laatste trends, exposities die je niet mag missen of een in de lucht hangend artistiek thema. Bij dat laatste programma, wordt hij vergezeld door kunstenaar David Bade. Onbedoeld een komisch duo. Terwijl Bade in zijn guitigheid nog weleens ontspoort in hinnikend gelach, blijft Krabbé de ernst zelve. Zoals zijn vader, acteur/kunstenaar Jeroen Krabbé, zich graag laat filmen, al schilderend met een tweede penseel tussen de lippen geklemd, zo loopt de zoon bedachtzaam rond, spiedend naar de volgende verfklodder op het doek. Natuurlijk, het acteertalent zit hem in het bloed, maar het enthousiasme spat er wel van af en af en toe haalt hij buitelend over zijn eigen woorden het einde van de uitzending.


Maakt hem dat een waardig opvolger van Henk van Os? Is Jasper Krabbé degene die Marijnissen zoekt?


Nederland kent maar twee explicateurs van faam: Henk van Os en Pierre Janssen. Wie zich in een traditie van kunstuitleggers op tv wil plaatsen, komt automatisch bij dit tweetal uit. Toch wat pover. Zeker vergeleken met de angelsaksische landen, waar het genre een rijke en gevarieerde geschiedenis kent, met groots opgezette tv-series, gepresenteerd door vooraanstaande, welbespraakte academici en professionals. Zoals Baron Kenneth Clark, de godfather onder de Britse kunstuitleggers. Hij zette in 1969 de toon met zijn 13-delige serie Civilisation, zijn 'persoonlijke visie' op 1600 jaar kunst- en cultuurgeschiedenis. Hij reisde er heel Europa voor door. Kosten noch moeite werden door de BBC gespaard.


Het succes van Clark leidde tot talloze navolgers. Van de robuuste Robert Hughes en de ronkende Simon Schama, tot de speelse Matthew Collins en praktische Waldemar Januszczak. Karakteristiek voor hun aanpak: de encyclopedische opzet van hun series en, niet onbelangrijk, een samenhangende ideologische basis. Alle vier geloven ze niet alleen in de transforming powers of outstanding individuals, zoals de Britse criticus Rupert Christiansen eens schreef. Ze willen ook een overkoepelend verhaal vertellen over hoe de kunst zich in een bepaalde tijd ontwikkelt.


Nederland kent die traditie van megalomane tv-opnames niet. Filmen op locatie, een serie van meerdere uitzendingen, breed uitgemeten vertellingen over de culturele hoogtepunten van de afgelopen decennia of eeuwen - ze zijn er niet. Nooit geweest ook. Te duur. De manier waarop de Nederlandse tv kunst en cultuur toont, is - afgezet tegen de Britse aanpak - buitengewoon armoedig, op het krenterige af.


Zo presenteerde Pierre Janssen in de jaren zestig en zeventig zijn programma Kunstgrepen vanuit een lege studio en met slechts een enkel kunstwerk onder handbereik. Voor Henk van Os, die twintig jaar later met zijn Beeldenstorm begon, gold aanvankelijk hetzelfde. Maar hij mocht later ook buiten de studio opnames maken, al bleven die altijd wat statisch. Dat Janssen en Van Os desondanks zoveel succes hadden, kwam, naast de geëtaleerde kennis, door hun beeldende manier van praten. Honderdduizenden kijkers raakten in de ban van wat de twee hun voorschotelden. Een nieuwe wereld van kunst en cultuur, die laagdrempelig werd uitgelegd. Met kunstwerken van vroeger en nu.


Daardoor sluiten Van Os en Janssen, ondanks de verschillen in budget en entourage, toch aan bij de angelsaksische traditie. Zowel Clark, Hughes, Collins en Januszczak als Van Os en Janssen zagen het belang in van kunsteducatie om de kunst-educatie zelf. Of dat nu met dure producties moest of opgenomen in een lege studio, zoals ook de legendarische Britse cricitus en schrijver John Berger bij de BBC bewees. Uitgangspunt was het idee dat kunst en cultuur noodzakelijke bagage zijn voor iedereen. Dat het inzicht hoe iets kunst wordt en wat kunstwerken betekenen een maatschappelijke functie heeft, waarmee je de kijker via het televisietoestel, los van elke actuele aanleiding, mocht en moest lastig vallen.


Die tijd is voorbij. De uitleggers van nu in Nederland dragen geen groter inzicht uit van wat de kunst vermag en wat kunstenaars doen. In gehaaste tred doen ze hun act, terwijl hun bijdrage ligt ingebed tussen andere programmaonderdelen, uit angst voor het gevreesde zapmoment van de dominante kijker die direct op zijn wenken moet worden bediend. Vergezichten ontbreken, brede bespiegelingen worden niet gegeven. De huidige explicateurs vertellen geen verhalen, maar reageren eerder op de actualiteit. Soms, zoals bij Zwagerman, wil de grens van de anekdotiek nog wel eens worden overschreden, maar doorgaans is de opzet een stuk beperkter. Nederlandse kunstuitleggers gaan op bezoek bij een kunstenaar, leggen aan tafel iets uit over een lopende tentoonstelling of staan bij een handzame computer een pas aangekocht kunstwerk uit te leggen. That's it.


Jasper Krabbé is daarop geen uitzondering. Snel en opgewonden spreekt hij de kijker toe. Met impressionistische bewoordingen slaat hij zich door een serie beeldprojecties heen. Zonder al te veel diepgang. De rust die Van Os nog werd geboden is Krabbé niet gegund. Mocht hij, samen met al die andere Nederlandse explicateurs van nu, als opvolger van Van Os worden bestempeld, dan moeten ze eerst meer tijd en ruimte krijgen. Zo lang dat niet het geval is staat Marijnissen in zijn zoektocht vooralsnog met lege handen. En wij ook. Maar wat valt er ook voor de huidige generatie te leren van de voorgangers?


Methode

Berger

Shock and awe was de beproefde manier van criticus en schrijver John Berger. Al vanaf de eerste uitzending van zijn serie Ways of Seeing in 1972. Met een stanleymes sneed hij een schilderij van Botticelli aan stukken. Achteraf bleek het een reproductie, maar iedereen trapte erin. Boodschap van de uitzending: het verschil tussen een kunstwerk en een gemedialiseerde afbeelding ervan is flinterdun. Berger wilde provoceren. Bestaande opvattingen over kunst omverwerpen. De blik van de kijker veranderen. Als een sfinx met brandende ogen probeerde hij de kijker te biologeren, onderwijl marxistische zekerheden uitsprekend. Dat kunst volgens hem niet om de liefde voor het kunstwerk ging, maar om de macht van de media, de markt, maatschappelijke processen en politiek. Berger vond zijn adellijke voorganger, Baron Kenneth Clark, 'een van de klerken van de nostalgie, van de heersende klasse in verval'. Dus bij Berger geen dure trips over de hele wereld, maar opnames vanuit een karige BBC-studio. Slechts af en toe werd er gefilmd op locatie. Tijdens de uitzending over 'het vrouwelijke naakt' belandde hij in een feministische praatgroep. Niet de beste uitzending. Het boek Anders zien is overigens nog steeds bijzonder lezenswaardig.


Methode

Schama

Acteurs, plotsen cliffhangers, beweeglijk camerawerk en spannende clair obscur-opnames. En natuurlijk de sweeping statements en orgastische oneliners van Simon Schama zelf. De kunstenaarsbiografieën die de Britse kunsthistoricus voor de BBC maakte, zoals zijn tv-serie The Power of Art, zijn een combinatie van spannende thrillers en bombastische kostuumdrama's. De dramatiek correspondeerde helemaal met Schama's overtuiging dat belangrijke kunst het exclusieve domein is van grote mannen (geen vrouwen) met grote ego's. Zoals Van Gogh, Turner, Bernini, Rembrandt en, gaap, Picasso. Klein minpuntje: in het licht van deze grootmeesters mat Schama zichzelf een even groot ego aan. De Britse ijzervreter toont zich graag de scholar die zijn inzichten breed uitvent. Héél breed. Daarmee is hij de kampioen onder vergelijkbare kunstuitleggers als Kenneth Clark en Robert Hughes. Een drietal dat weinig oog heeft voor subtiliteit en niet snapt dat ook grote kunstenaars wel eens een mindere dag hebben. Toch mooi, zijn uitspraak over Van Gogh als a Dutch frog, kissed by impressionism, and turned into a prince of color painting.


Methode

Januszczak

'Gebruik nooit een varken voor een kunstfilm' heet het grappige filmpje op YouTube. Te zien is hoe de criticus van The Sunday Times, Waldemar Januszczak, een roze varken in bedwang wil houden, terwijl hij uitlegt wat het belang van varkenshaar was voor de impressionisten. De werkwijze is typerend voor de vierdelige tv-serie die Januszczak vorig jaar voor de BBC maakte, als een eigentijdse en praktische benadering van een oudere kunststroming. Energiek stapt de Brit van de ene locatie naar de andere. Onderwijl uitleggend waarom de verftube een revolutionaire uitvinding was voor Pissarro, Monet en al die andere revolutionaire schilders. Of, terwijl hij zijn tanden zet in een baguette, wat het belang was van het bakkersgilde voor de opkomst van het impressionisme.


Methode

Janssen

Slimme manier van doen: je gebruikt je eigen slungelige manier van voorkomen om een niet ingevoerd kij-kerspubliek aan de buis te houden. Het lukte Pierre Janssen met zijn inmiddel legendarisch geworden Kunstgrepen (1959-1975). Kunst kan aan iedereen worden uitgelegd, was zijn overtuiging. Wat je ervoor nodig had: een kunstwerk. En een aarzelende, zoekende, wat schuchter lijkende presentator, met veel verhalende verbeeldingskracht en - befaamd! - trillende handen. Dat was Janssen. Hij kende zijn marktwaarde. Door zijn verhaalkunst werd een eenvoudig bronzen paardje uit de prehistorie al snel een nog levend exemplaar die over een gortdroge Mongoolse toendra rende. Ondertussen probeerde de cameraman in te zoomen op het paardje dat door Janssens getril steeds weer uit beeld verdween. Zijn fantasie maakte hem niet populair onder kunsthistorici, wel bij het publiek. Gemiddeld twee miljoen (!) kijkers zaten op zondagavond voor de buis. Het programma won in 1961 de Zilveren Nipkowschijf. Later toonde Henk van Os zich een waardig opvolger van de door Janssen ingezette kunst-feelgood-tv.


Kunst - het zit hem in het bloed of is hem met de paplepel ingegeven. Linksom of rechtsom kon Jasper Krabbé (1970) zich van jongsaf laven aan kunst. Door zijn overgrootvader Hendrik Maarten, grootvader Maarten en vader Jeroen Krabbé, alle drie schilders. Net als Jasper zelf trouwens. Zijn werk is aangekocht door onder andere De Nederlandsche Bank en het Stedelijk Museum. Niet zo gek dat hij zich nu met het overerfde acteertalent van papa op tv als kunstuitlegger meldt. Bij Opium TV (zaterdag, 22.35 u) en, met medepresentator David Bade, bij Art Men (zondag, 18.50 u).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden