Uitgevers Mets en Pranger waren de laatsten der Mohikanen

Ik, Arthur van Amerongen

Foto Illustratie: Gabriël Kousbroek

Vandaag wordt Jan Mets gecremeerd. Jan was een van de laatste ouderwetse, romantische uitgevers van Amsterdam. In 2002 publiceerde hij Mwendanjangula! AIDS in Zambia, dat ik samen met fotograaf Geert van Kesteren maakte. Mets had geregeld dat de peperdure onderneming werd betaald door het Aidsfonds, dat gespekt was met legaten van welgestelde heren.

Vanwege de cocktailbehandeling stierven er niet heel veel homoseksuelen meer aan de grote ziekte met de kleine naam en het Aidsfonds besloot zich op Afrika te richten. Toen kwam ik in beeld, als social justice warrior avant la lettre.

Onze vloeibare werklunches in café Kale, om de hoek van het pand waarin zijn uitgeverij en de Groene Amsterdammer zaten, waren episch. Jan, in zijn eeuwige driedelige visgraatkostuum, luisterde aandachtig naar mijn Sturm und Dranggewauwel. Dat kon-ie perfect, naast enthousiasmeren, en dat is waarschijnlijk ook een van de redenen dat hij een innemende uitgever was. Auteurs en autreutels zijn leuk maar je moet er wel een drupje wodka bij drinken, zal hij gedacht hebben.

Onder Mets' auspiciën maakte ik een paar heftige reizen naar Zambia. Dat boek werd een gruwelijk tijdsdocument over aids in Afrika. Ter troost mocht ik van oom Jan gelukkig ook af en toe op safari, met de nijlpaarden in de Zambezi zwemmen en op de witte neushoorn jagen. Ik heb hem nog een polaroid gestuurd, van mij aan de high tea op Stanley's Terrace in het Victoria Falls hotel. Dat vond Jan schitterend want hij hield van groots en meeslepend.

Voor ik Jan leerde kennen, was ik een soort krullenjongen van uitgever Coen Pranger alias Het Tweede Prijsdier C. in het oeuvre van Gerard Reve. Coen maakte furore met de blauwe dundrukserie: betaalbare vertaalde buitenlandse literatuur. Zijn bestseller was De elzenkoning van Michel Tournier, een van de mooiste boeken uit de Europese literatuur. Coen ging regelmatig in Tanger pijpjes kief roken bij Paul Bowles, die hij ook uitgaf. Dat vond ik vreselijk cool.

Pranger stierf opgebrand, alleen en vereenzaamd in het Friese Jorwerd. Drank, drugs en nicotine hadden hun tol geëist. Toen Geert Mak daar Hoe God uit Jorwerd verdween presenteerde, weigerde Pranger naar de lancering te gaan.

Ook de nadagen van Jan Mets waren een lijdensweg. Hij was een schim van zichzelf, leefde als een zwerver. Verguisd en vergeten. Theodor Holman vertelde me dat hij niemand kende die zo aardig was en zo veel vijanden had.

De wijze Chilo zei het al: van de doden niets dan goeds. Mets en Pranger waren wat mij betreft de laatsten der Mohikanen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.