Uitgerookt door een beursgenoteerde multinational

De onvermijdelijke maar ongelooflijk heroïsche ondergang van winkelier Peter Hendrikx, die het opnam tegen de multinational die hem in zijn ogen te gronde richtte.

Beeld Jiri Buller

De e-mail van zijn ad­vocaat kwam onverwacht. Het was 11 februari 2015 en Peter Hendrikx had gedacht de uitspraak pas eind maart te ontvangen. Het gerechtshof in Den Haag was er vroeg bij.

Nou ja, vroeg?

Hendrikx, dan 48, was ruim achttien jaar eerder naar de rechter gestapt met een zaak waarvan hij dacht dat hij die fluitend zou winnen. En kijk eens hoe hij er nu bij zat in de Geldersche Hoeve in Bladel, die monumentale boerderij van hem, waarvoor hij de hypotheekrente al een jaar of drie niet had kunnen voldoen. Een boerderij vol meubels die hij verpand had; een boerderij waarvan de energierekening elke maand de helft van zijn bijstandsuitkering opslokte.

'Het is een eindarrest', schreef de advocaat aan Hendrikx. 'Dit betekent dat de zaak na al die jaren eindelijk definitief is afgedaan.'

Zijn ogen gleden over de regels. Waar hij bij het doorlezen van eerdere gerechtelijke uitspraken nog gespannen was, voelde hij zich nu rustig. Wat zou het allemaal nog, dacht hij. Wat had hij nog te verliezen?

'Dat is heel goed nieuws', las hij ergens, maar hij vroeg zich af voor wie dan.

Met de som die hem zou worden toegekend, ruim 499 duizend euro, kon hij niet eens de kosten betalen die hij gemaakt had voor het voeren van al die procedures, hij kon er de leningen niet mee aflossen die hij voor deze rechtszaak had afgesloten en zijn belastingschuld evenmin. Als het hierbij zou blijven, moest hij zijn huis uit en bleef hij achter met een restschuld van circa 1 miljoen euro.

Wat was er gebeurd in die kafkaeske procedure, die niemand in zijn omgeving nog begreep? Hij was uitgerookt, dat stond vast voor hem. Hij was uitgerookt door een beursgenoteerde multinational die de zaak eindeloos had weten te rekken, die de rechter telkens op het verkeerde been had weten te zetten, die hem zonder scrupules had proberen te vernietigen. Nou, dat was gelukt.

'Ik ben naar de rechter gestapt', zei hij in cynische buien, 'en dat was de grootste fout van mijn ­leven.'

Fotoafdrukmachines

En allemaal om de aanschaf van drie fotoafdrukmachines.

Mannen van Agfa-Gevaert, fabrikant van fotorolletjes en afdrukapparatuur, sleepten een van die machines op 21 november 1994 het hoekpand aan de Marksingel in Breda binnen. Over een week zou de 28-jarige Peter Hendrikx hier de nieuwe vestiging van City Foto openen, en de MSC 2-3 - een Multi Scanning Compactlab - moest de motor van het succes worden.

De winkel was bijna klaar. Er zat een nieuw systeemplafond in en langs de muren stonden vitrinekasten waarin Hendrikx straks zijn camera's, lenzen en flitsers kon uitstallen.

Beeld Olivier Heiligers

Hendrikx wees de mannen waar ze de machine van circa 250 duizend gulden - waarvan er ook al een in zijn vestiging in Den Bosch stond - konden neerzetten. Daar ja, zodat alle klanten het ding straks achter de toonbank zouden zien staan. Zo wist iedereen dat deze ­fotospeciaalzaak beschikte over een serieuze eenuursservice.

Dat Hendrikx een machine van Agfa zou kopen, was vanzelfsprekend geweest. City Foto, in 1932 door zijn grootvader opgericht, had altijd een voorkeur gehad voor het bedrijf. Agfa was betrouwbaar, Agfa stond symbool voor Duitse degelijkheid, een Agfa was de Mercedes onder de fotomachines.

De mannen plaatsten de machine tegen de muur. Ze vulden de chemicaliën bij, die nodig waren om films af te drukken. Ze sloten afvoerleidingen aan op tanks voor chemisch afval. En ze deden een paar testen.

Hendrikx genoot ervan - bijna net zoveel als van de geboorte van zijn dochter Astrid een paar maanden eerder. Deze MSC 2-3 zou de komende jaren miljoenen foto's van prachtkwaliteit uitspugen, wist hij. En bovendien zou de machine City Foto straks een mooie voorsprong op de concurrentie geven. Binnen twee jaar kon hij een nieuw type fotorolletjes afdrukken - rolletjes van het Ad­vanced Photo System.

Dit APS zou de consument veel voordelen bieden. De camera's werden kleiner, simpeler te bedienen en de kwaliteit van de foto's zou hoger worden. Bovendien kreeg de klant bij zijn afdrukken voortaan een indexprint geleverd, met een overzicht van alle foto's op het rol­letje.

Voor zo'n 15 duizend gulden kon Hendrikx zijn machines straks laten ombouwen, had Agfa voor de verkoop beloofd. Dat was ook een harde eis van hem geweest.

Beeld Jiri Buller

Hij zag het al voor zich. Deze winkel, waar over een paar dagen de eerste klanten zouden binnenstappen, zou de eerste in Breda worden die APS-rolletjes kon afdrukken.

De MSC 2-3 deed zijn werk naar behoren. Het apparaat vrat de klassieke kleinbeeldfilmpjes gretig op, trok de film door zijn ingewanden, belichtte de negatieven, sneed het fotopapier van de rol, haalde de foto's door de chemicaliën en poepte ze binnen enkele minuten weer uit.

Toch begon het eind 1995 te knagen bij Peter Hendrikx. In de vakpers verzekerde Agfa nog altijd dat deze machines om te bouwen waren. Maar Hendrikx hoorde ook andere verhalen. Zo konden medewerkers van Agfa op een fotovakbeurs in Londen niet laten zien op welke manier de machines dan omgebouwd zouden worden. Zorgen hoefden hij zich echter niet te maken, bezwoer Agfa hem. Het zou allemaal goed komen.

In april 1996 werd APS wereldwijd geïntroduceerd, maar de machines van Hendrikx waren nog altijd niet omgebouwd. Hij baalde. Voorlopig moest hij de APS-rolletjes opsturen naar een dure, trage afdrukcentrale van Kodak, waar de kwaliteit van de afdrukken minder was dan van de afdrukken die hij zelf gewend was te leveren.

Ondertussen ontving hij verwarrende berichten van Agfa. Was de prijs voor de ombouw aanvankelijk 15 duizend gulden, na de zomer ontving Hendrikx een offerte waaruit bleek dat het 82 duizend gulden zou gaan kosten. Bovendien meldde Agfa dat een ombouw beperkingen zou hebben. Hij kon beter nieuwe machines kopen, stelde het bedrijf. Een offerte was bijgeleverd.

Was dat een slinkse manier om fotohandelaren af te schrikken, vroeg Hendrikx zich af. Hoopten ze dat niemand de ombouw zou bestellen, zodat ze konden verhullen dat Agfa de machine helemaal niet kon ombouwen? Hij kreeg het gevoel dat ze hem probeerden te besodemieteren.

Beeld Olivier Heiligers

Op internationale beurzen kreeg Hendrikx zijn vermoeden bevestigd. Terwijl de Nederlandse medewerkers van Agfa bleven beweren dat ombouwen mogelijk was, zeiden hun buitenlandse collega's allemaal hetzelfde: no way, een MSC 2-3 zodanig ombouwen dat hij probleemloos APS-rolletjes kon afdrukken was onmogelijk.

Omdat Agfa niet met een oplossing kwam, besloot Hendrikx zijn recht te gaan halen. Hij zou ook de machine van zijn vader meenemen, die in de vestiging in Eindhoven eveneens een MSC 2-3 had staan. Ze zouden schadeloos gesteld worden. Dit was toch een kraakheldere zaak?

In juni 1997 stelden ze Agfa­Gevaert in gebreke, vier maanden later stuurden ze een dagvaarding naar de rechtbank in Den Haag. Omdat vader eigenaar was van de hoofdvestiging van City Foto, besloot de advocaat hem eiser te maken. En dat terwijl Thieu Hendrikx er weinig vertrouwen in had.

Dat ga je toch nooit winnen, zei hij. Maar hij liet zijn zoon zijn gang gaan.

Op 24 november 1999 - ruim twee jaar na de dagvaarding - kwam de rechtbank in Den Haag met een eerste oordeel, dat Peter Hendrikx verbijsterde.

Het was toch nog een lastige zaak geworden, omdat Hendrikx van de rechter had moeten bewijzen dat Agfa niet in staat was zijn machine zo om te bouwen dat hij naar behoren APS-films kon afdrukken. Maar hoe kon hij dat nou aantonen?

Hendrikx had maar een onafhankelijk onderzoeksbureau ­ingehuurd, dat op basis van de beschikbare gegevens concludeerde dat een omgebouwde MSC 2-3 inderdaad mankementen zou hebben. Zo zouden panoramafoto's donkere hoeken kunnen krijgen, moest de indexprint door een externe printer worden gemaakt en zou het afdrukken van APS-rolletjes veel meer handelingen van het personeel vergen, waardoor er met een om­gebouwde machine minder rolletjes per uur konden worden af­gedrukt.

De advocaat van Agfa, Ewoud van der Wilk, had het rapport tijdens een van de zittingen in 1998 terzijde geschoven. Agfa kon die machine best ombouwen. Hendrikx was gewoon niet bereid om daarvoor te betalen.

In een reactie op het pleidooi van Van der Wilk schreef Hendrikx dat Agfa dan maar een omgebouwde machine moest laten zien. Maar dat ging dus niet, kreeg hij te horen, want niemand had ooit zo'n ombouw besteld.

Beeld Olivier Heiligers

Daar nam de rechter genoegen mee. Agfa had Hendrikx bij de aanschaf verteld dat de machines konden worden omgebouwd, oordeelde zij in haar vonnis. 'Niet relevant is of Agfa daarbij (letterlijk) heeft aangegeven dat zulks 'probleemloos' zou kunnen.'

Tja, daar stond Peter Hendrikx dan, met lege handen. Maar hij ging in hoger beroep, dat stond vast. Het kwam allemaal goed. Hij had immers nieuw bewijs.

Om dat nieuwe bewijs te vergaren was Peter Hendrikx op een dag naar Heusden-Zolder gereden, een dorp bij het Belgische Hasselt. Hij parkeerde aan de Koolmijnlaan en liep naar een winkel met aan de gevel een logo van Agfa en een lichtbak met de naam: 'Foto Tony'.

Het was een kleine winkel, zag Hendrikx toen hij over de drempel stapte, een dorpswinkel die waarschijnlijk meer leefde van het afdrukken van foto's dan van de verkoop van apparatuur. Zo'n zaak kiest Agfa dus uit om te experimen­teren, dacht hij.

Kort daarvoor, in het najaar van 1999, had Hendrikx in Breda toevallig een Belgische technicus van Agfa over de vloer gehad.

Hoe zit dat nou met ombouwen, had hij op luchtige toon aan de man gevraagd.

Dat was problematisch, antwoordde de monteur. Ze hadden het in België in twee winkels geprobeerd, maar dat was een ramp.

Hendrikx had meteen contact opgenomen met Foto Tony.

Kijk, daar stond zijn apparaat, zei Tony. Hij had een aardig bedrag aan Agfa moeten betalen om de machine om te laten bouwen.

Hendrikx haalde een APS-rolletje tevoorschijn waarop portretten van zijn personeel stonden. Tony ging ermee aan de slag. En jawel hoor, even later zag Hendrikx met eigen ogen wat het onderzoeksbureau al in het rapport had geschreven. Dat de panoramafoto's donker waren in de hoeken. Dat er een externe printer nodig was om een indexprint te maken. En dat het afdrukken van een APS-rolletje veel bewerkelijker was dan van een gewone kleinbeeldfilm.

Een eenuursservice voor APS-films kon hij eigenlijk niet aanbieden, zei de fotohandelaar. Het afdrukken van die indexprint kostte veel te veel tijd.

Hendrikx had te doen met zijn collega, maar tegelijk was hij euforisch. Nu had hij eindelijk bewijs dat Agfa had geprobeerd een machine om te bouwen. Nu wist hij zeker dat zo'n om­gebouwde machine mankementen vertoonde. Nu kon hij aantonen dat Agfa moedwillig bewijsmateriaal had achtergehouden. Hadden ze niet beweerd dat niemand zo'n ombouw besteld had?

Beeld Olivier Heiligers

Het zou even duren voordat Hendrikx wist of dit voldoende was, want het gerechtshof in Den Haag nam de tijd voor het hoger beroep. Het ­arrest volgde niet in november 2000, zoals in eerste instantie gepland was. Pas op 15 november 2002 - na zes keer uitstel - velde het hof een oordeel.

Maar dat wist Hendrikx nog niet toen hij in Heusden-Zolder de motor startte en tevreden naar huis reed.

Nee, dit konden ze niet serieus nemen, zei ad­vocaat Ewoud van der Wilk op 12 april 2005 in de Haagse rechtbank. Wilde meneer Hendrikx over de rug van Agfa de status van miljonair bereiken? Hendrikx wist niet wat hij hoorde. Twee­enhalf jaar eerder had het hof geoordeeld ­ dat Agfa-Gevaert hem bij de aanschaf van de ­machines inderdaad verkeerd had voorgelicht. Het bedrijf moest een deel van de koopsom van de drie machines terugstorten en daarnaast een schadevergoeding betalen voor alle gederfde omzet, te verhogen met de wettelijke rente.

Hendrikx had vervolgens een schadestaat ­laten opstellen, waaruit duidelijk werd hoeveel schade hij had geleden. Onafhankelijke registeraccountants van accountantskantoor Baker Tilly Berk ploegden uren door zijn boekhouding, ze bestudeerden cijfers van Agfa en van andere marktpartijen. Zo probeerden ze te ­berekenen welke omzet hij was misgelopen.

Ja, het leek misschien een hoog bedrag, die 3,8 miljoen euro over acht jaar, maar de vestigingen van City Foto draaiden samen in die periode een omzet van veertig miljoen. Dit waren zaken die vier, vijf, zes keer meer verkochten dan de gemiddelde fotospeciaalzaak. Kwamen er in elke winkel elke dag vijftien mensen minder om een APS-rolletje te laten afdrukken, zoals ze geschat hadden, dan liep dat in acht jaar tijd flink in de papieren. Bovendien kochten die weggebleven klanten ook geen nieuwe APS-filmpjes, camera's en batterijen bij hem - en ook dat moest Hendrikx vergoed krijgen, had het hof bepaald.

Hendrikx had de schadestaat een klein jaar eerder naar Agfa ­gestuurd, maar het bedrijf had nooit inhoudelijk gereageerd. Wel kreeg Hendrikx de indruk dat Agfa de procedure zo lang mogelijk wilde rekken, bijvoorbeeld door steeds uitstel aan te vragen bij de rechter.

Maar Peter Hendrikx liet zich niet klein krijgen. En daarom eiste hij in dit kort geding dat Agfa constructief zou meewerken aan de procedure en binnen drie weken een reactie op de schadestaat gaf. Omdat de proceskosten opliepen, eiste hij bovendien een voorschot van 650 duizend euro.

Van der Wilk ging er in de rechtszaal echter met gestrekt been in. Die schadestaat klopte van geen kant, beweerde de advocaat. En had Hendrikx er wel alles aan gedaan om de schade te beperken? Hij had toch bij Agfa een andere machine kunnen kopen, zodat hij wel APS kon afdrukken?

Na een week oordeelde de voorzieningenrechter dat er geen spoedeisend belang was, omdat Agfa beloofd had snel te reageren. Een voorschot was dus ook niet nodig.

Tja, dacht Hendrikx. De vertragingstactiek van Agfa heeft weer gewerkt.

Ook na het kort geding kwamen de partijen niet nader tot elkaar. Hendrikx voelde zich daarom gedwongen om Agfa weer voor de rechter te dagen, ditmaal in een schadestaatprocedure. In november 2005 volgde daarvan het teleurstellende vonnis: exclusief rente en kosten kreeg hij 345 duizend euro, waar hij 3,8 miljoen had geëist.

Dat dat bedrag zo laag uitviel, kwam onder meer doordat Agfa na acht jaar iets nieuws had in­gebracht. Vader Hendrikx, onder wiens naam Peter Hendrikx de procedure nog altijd voerde, was inmiddels met pensioen. Vanaf dat moment had hij de zaak overgedragen en kon hij dus ook geen schade meer hebben geleden, zo redeneerde Agfa. En tot verbijstering van Hendrikx was de rechter daarin meegegaan.

Moest hij stoppen met de procedure, zijn verlies accepteren? Heel even overwoog Hendrikx dat, maar al snel bleek dat hij geen keuze had. Agfa besloot namelijk in hoger beroep te gaan. Het bedrijf wilde zijn geld terug, wat betekende dat de zaak zou voortduren. Hendrikx werd willoos meegevoerd, als een stuk wrakhout op de golven van een schier eindeloze procedure.

Zelf besloot Hendrikx ook in ­hoger beroep te gaan. Zo was hij er - net als Baker Tilly Berk - van overtuigd dat de rechter rekenfouten had gemaakt en het aantal gemiste APS-films te laag had ingeschat. Ook vond hij dat zijn vaders pen­sionering geen invloed moest hebben op de omvang van de schade.

In de jaren die volgden bleven Agfa en Van der Wilk 'de rechtsgang misbruiken met laster, liegen, bedriegen, misleiden, chicaneren en het optrekken van rookgordijnen', zoals Hendrikx het ­later zou verwoorden. De proceskosten liepen op tot ruim een miljoen euro.

Het was een ongelijke strijd, vond Hendrikx. Deze multinational met een jaaromzet van rond de 4 miljard euro probeerde hem in te sluiten en uit te roken. Hij vermoedde dat ze hoopten dat hij als kleine middenstander failliet ging, zodat ze vervolgens voor een schijntje konden schikken met een curator.

En het gerechtshof? Dat wist zich geen raad met de zaak, dacht Hendrikx. Geen rechter greep in. Ze namen eindeloos de tijd voor elke stap in de procedure. Het was een martelgang, om afhankelijk te zijn van zo'n traag instituut - 'psychische mishandeling', zoals hij later zou zeggen.

Ondertussen begon zijn bedrijf de eerste scheuren te ver­tonen. De tienduizenden euro's die hij moest investeren in een gezonde voorraadpositie, in marketing en in een webshop, gingen in de procedure zitten. Hij moest leningen afsluiten om het allemaal vol te kunnen houden, omdat hij als zelfstandig ondernemer niet in aanmerking kwam voor gratis juridische bijstand.

Reactie Agfa-Gevaert NV

Agfa-Gevaert NV, dat de fotodivisie jaren geleden van de hand deed, wilde niet uitgebreid reageren op dit verhaal. 'Agfa heeft zich bij de uitspraak van het Gerechtshof neergelegd', laat een woordvoerder van het bedrijf weten. 'Voor ons is deze zaak dus afgesloten.'

Over de lange duur van de rechtszaak en de rol van Agfa daarin, zegt hij: 'De zaak heeft de gangbare procedures in de Nederlandse rechtspraak doorlopen. Bij mijn weten zijn wij niet beschuldigd van het doelbewust rekken van de zaak. Nogmaals, Agfa heeft de gangbare procedures in de rechtspraak, waar het recht op heeft, gevolgd.'

Ook thuis in de Geldersche Hoeve rommelde het. Hendrikx was in 2010 nog met zijn vrouw Kim en hun drie kinderen naar Praag en Wenen geweest, maar daarna was het gedaan met de ­gezamenlijke vakanties. Al het geld ging naar adviseurs en ad­vocaten.

Je moet ermee stoppen, zei Kim af en toe. Dat kan niet, zei Hendrikx dan, ik zit in een fuik. Ik heb talloze keren proberen te schikken, maar Agfa wil dat niet. En ­bovendien: ik krijg nog geld. Het hof heeft geoordeeld dat ik schade heb geleden. Nu moet ­alleen nog bepaald worden hoe hoog die schade is. Maar Kim ­begreep het al niet meer.

Peter Hendrikx zat op 13 februari 2012 bij zijn moeder in Venlo aan tafel, toen hij een telefoontje van zijn vrouw kreeg.

Er is hier een deurwaarder, zei Kim. Met twee vrachtwagens. Ze komen het huis leeghalen.

Hendrikx had de Belastingdienst kort daarvoor ingelicht dat hij zijn winkel noodgedwongen had verkocht. Blijkbaar vonden ze dit een goed moment om de openstaande schuld te komen innen - in de avonduren, zoals ze ook vaak bij criminelen deden.

U kunt geen beslag leggen op de spullen, zei Hendrikx door de telefoon tegen de deurwaarder. De hele inboedel is verpand. Ik kan straks de documenten laten zien. Maar daar wilde de deurwaarder niet op wachten.

Toen Hendrikx een uur later bij de Geldersche Hoeve arriveerde, waren een stuk of zes kerels de boel aan het inladen. Zijn kinderen stonden toe te kijken hoe ze de antieke kasten, de schilderijen, de wasmachine, de zitmaaier en zijn verzameling historische Amerikaanse oorlogsuniformen in de vrachtwagen kieperden. De buurvrouw had de viool van zijn dochter Astrid ternauwernood kunnen redden.

Hendrikx hoorde dat Kim de autosleutels en de papieren van haar eigen auto - gekregen van haar vader - uit de handen van de deurwaarder had weten te grissen. Omdat de toegangsweg geblokkeerd was door de vrachtwagens, was ze dwars door de modderige akker weg­gereden.

Hendrikx toonde de deurwaarder een haastig uitgeprinte verpandingslijst, waaruit bleek dat de meubels inderdaad verpand waren. Ook toonde hij de ontvangstbevestiging van de ­Belastingdienst, die hij keurig van de verpanding op de hoogte had gesteld.

Waarom zo lang?

Negen jaar duurde het hoger beroep in de procedure waarin de hoogte van de schade van Hendrikx werd vastgesteld. Op 23 maart 2006 kwam de zaak binnen bij het gerechtshof in Den Haag; na twee tussenuitspraken en een aantal zittingen velde het hof op 10 februari 2015 een eindoordeel. Waarom duurde dat zo lang?

'Het tijdsverloop van deze zaak is in belangrijke mate het gevolg van de complexiteit van de zaak', laat een woordvoerder van het hof weten in een schriftelijke reactie. 'Behalve dat meer zittingen hebben plaatsgevonden, hebben partijen ook meer en vaker stukken ingediend dan gebruikelijk en ze hebben daarvoor de nodige termijnen gekregen en moeten krijgen.

'Daarnaast was er de noodzaak tot het inschakelen van een deskundige die een rapport heeft moeten uitbrengen. Ook dat kostte tijd. De vele handelingen in dit proces hebben extra tijd qua planning, voorbereiding en uitwerking gevraagd.

'Bij civiele zaken wordt de lengte van een proces niet alleen door het gerechtshof, maar ook sterk door partijen bepaald. Het gerechtshof Den Haag zet er sterk op in om de doorlooptijden van zaken zo veel mogelijk te verkorten.'

U moet alles weer uitladen, zei Hendrikx.

Er zitten geen foto's bij, antwoordde de deurwaarder. Hoe weet ik dat het om deze spullen gaat?

Hendrikx zei dat de originele notariële akte en de foto's in zijn winkel in Breda lagen.

Ga maar halen, zei de deurwaarder, dan zien we wel verder.

Hendrikx stapte in zijn auto, trapte het gaspedaal flink in en keerde een uur en een kwartier later terug uit Breda. De vrachtwagens stonden op het punt om weg te rijden en de deurwaarder liet zich niet meer vermurwen.

De volgende dag haalde Hendrikx zijn gelijk bij de Belastingdienst. Nee, inderdaad, die inboedel hadden ze nooit mogen meenemen. Vier dagen na de inbeslagname kwamen ze ­alles terugbrengen.

Beeld Olivier Heiligers

Maar de schade was geleden. Kim, die haar auto in het dorp had geparkeerd en daarna zonder jas naar huis was teruggelopen, was ziedend - zeker toen ze van Hendrikx hoorde dat de deurwaarders een paar dagen eerder ook al bij City Foto in Breda voor de deur hadden gestaan.Wist jij dit, vroeg ze. Wist je dat ze zouden komen?

Hij ontkende, maar het hielp weinig.

Een paar dagen nadat de deurwaarder zijn huis had leeggehaald, scharrelde Peter Hendrikx voor de laatste keer door de winkel die hij vanaf de grond had opgebouwd.

Tot 2005 had hij een mooi inkomen uit de zaak gehaald - jaarlijks zo'n 132 duizend euro - maar sinds de start van het hoger beroep tegen Agfa was dat voorbij. Zijn inkomen lag de af­gelopen jaren ruim onder nul. Hij had door de procedure onder meer schulden bij de bank, de Belastingdienst en zijn advocaat. En de spullen die nog in de schappen stonden, waren afkomstig uit de voorraad van City Foto in Eindhoven, de vestiging die zijn zus van vader Thieu had overgenomen en die - ook na de introductie van digitale fotografie - nog altijd zeer goed liep.

Dit was niet langer meer vol te houden.

Het was een regenachtige avond. Met zijn ­buren uit Bladel en een paar overgebleven personeelsleden haalde Hendrikx de resterende voorraden uit de vitrines en stopte die in dozen. Er vloeiden tranen.

Hendrikx had altijd gedacht het te rooien tot het eindarrest. Dan zou hij zijn schade vergoed krijgen, dacht hij. Vanaf dat moment zou hij de zaak opnieuw kunnen opbouwen. Maar dat eindarrest kwam maar niet. En dus had hij de winkel voor de geringe som van 25 duizend euro moeten verkopen. Hendrikx tilde de dozen die avond in een kleine vrachtwagen. De geleende voorraden zouden ­teruggaan naar City Foto in Eindhoven.

De winkel in Breda was kapot, weggevreten, doodgebloed. Was dit nou de rechtstaat, vroeg Hendrikx zich regelmatig af. Wie beschermde hem als kleine ondernemer tegen een groot bedrijf? Waar kon hij klagen over de trage rechtsgang? En had hij geen recht op een uitspraak binnen een redelijke termijn, zoals in het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens stond? Had hij geen recht op juridische bijstand als hij dat zelf niet kon betalen?

Voor de laatste keer draaide Hendrikx de deur op slot en rolde de luiken naar beneden. Toen stapte hij in de auto en reed naar een ­ Van der Valkhotel. Hij was geen trotse ondernemer meer, maar een bijstandstrekker. En zijn huwelijk lag aan diggelen.

Beeld Jiri Buller

De bel ging op een ongelukkig moment. In een van de slaap­kamers van de Geldersche Hoeve waren Peter Hendrikx, zijn ex-vrouw Kim en de kinderen in een emotioneel gesprek verwikkeld. Hendrikx liep de trap af en trof aan de deur een paar agenten.

Daar zijn ze dan, dacht hij. Ze ­komen me halen voor een openstaande verkeersboete, een boete die ik niet aan de staat kan betalen omdat diezelfde staat geen uitspraak doet in een rechtszaak die al jaren doormoddert.

Het was februari 2015 en Kim was een half uur eerder met haar nieuwe Amerikaanse verloofde teruggekeerd uit het ziekenhuis. Ze had de uitslag van een scan gekregen, en die was niet goed. De artsen hadden gezegd dat ze haar in Nederland niet verder konden helpen.

We willen u meenemen naar het bureau, zei een van de agenten.

Toen de kanker bij Kim werd ontdekt, waren zij en Hendrikx al uit elkaar. Toch woonde Kim nog de helft van de tijd in de Geldersche Hoeve, omdat ze bij de kinderen wilde zijn en ze voor haar zorg­verzekering in Nederland ingeschreven moest staan.

Tijdens heftige gesprekken verweet ze Hendrikx dat het zijn schuld was. Die rechtszaak van hem had haar stress bezorgd en van stress kreeg je kanker.

Ik leg het u even uit, zei Hendrikx tegen de agenten en hij stapte naar buiten. Hij vertelde ze over de rechtszaak, over de uitspraak waar hij al jaren op wachtte en dat hij straks, als de uitspraak er was, zijn schulden weer kon betalen. Niet veel later vertrokken de mannen weer.

Nadat hij in februari 2015 het eindarrest had ontvangen, nam Hendrikx plaats achter zijn computer en begon aan een uitgebreide brief aan zijn vrienden en kennissen over 'deze onmenselijke rechtsgang'.

'Na achttien jaar en vier maanden heeft het hof in Den Haag eindelijk zijn eindarrest gewezen in mijn zaak tegen Agfa-Gevaert', typte hij. 'Ik ontving het bericht op dezelfde dag dat ik te horen kreeg dat de artsen in Amerika ook tot de conclusie kwamen dat de kanker van Kim (mijn ex-vrouw) niet meer te genezen is. Slecht nieuws komt zelden alleen.'

In de brief vatte hij de procedure samen en besprak hij de details van het eindarrest, want mondeling kon hij het niet meer uitleggen.

Hij schreef hoe het hof de schadestaat van ­Baker Tilly Berk vrijwel integraal overnam, wat betekende dat de berekeningen geloofwaardig waren.

Hij schreef hoe de rechters de 3,8 miljoen uit de schadestaat halveerden door één cruciaal percentage naar beneden bij te stellen, op advies van een deskundige 'die geen enkele kennis had van de fotoretailmarkt in de periode 1996-2003' en met wie Hendrikx zelf nooit had mogen praten.

Hij schreef hoe hij circa 1 miljoen euro van zijn schade niet vergoed kreeg, omdat zijn vader formeel de eisende partij was. En nee, die schade kon hij niet alsnog verhalen, omdat die verjaard was door deze ellenlange procedure.

Hij schreef over de 'vele rekenfouten en inconsequenties' in de gerechtelijke uitspraken - hoe kon het ook anders, met twintig verschillende rechters die zich over de zaak hadden gebogen?

Hij schreef hoe het hof besloot dat hij de kosten voor zijn advocaten, accountant en adviseur - opgelopen tot zo'n 800 duizend euro - niet vergoed kreeg, omdat de facturen op zijn naam stonden en niet op die van zijn vader.

En hij schreef hoe de schade die hij door de rechtsgang had geleden uiteindelijk veel hoger was dan de schade waar het ooit om begonnen was. Het was, kortom, een pyrrusoverwinning.

Wat Peter Hendrikx niet schreef, was hoe hij zich de afgelopen jaren vaak had gevoeld. Gespannen, moedeloos, wanhopig, geïsoleerd, onbegrepen. Had hij geen kinderen gehad, mijmerde hij soms, dan was hij met zijn auto allang bij een instantie naar binnen gereden.

In zijn studeerkamer legde hij de laatste hand aan de brief. Onder het kopje 'Hoe nu verder?' schreef hij zinnen die bij sommigen on­begrip zouden oproepen, maar die voor hem volstrekt logisch waren. 'Alhoewel ik niets liever wil dan het juridische gevecht met Agfa achter mij laten, is nu niets doen geen optie', typte hij. 'Dan blijf ik met een schuld achter van ruim 850 duizend euro met mijn persoonlijk faillissement tot gevolg.'

Hendrikx moest dus doorgaan. Via nieuwe procedures zou hij misschien die paar miljoen binnenhalen waarmee hij zijn crediteuren kon betalen - een bedrag dat hij met een gewone baan nooit van z'n leven zou kunnen verdienen. En dus besloot hij zijn advocaat aansprakelijk te stellen, de advocaat die ervoor had gezorgd dat ze onder zijn vaders naam waren blijven procederen. De strijd was nog niet voorbij.

Terwijl de herfstzon op de voorgevel van de Geldersche Hoeve scheen, de honden Ernie en Daisy over het erf scharrelden en een rij bloempotten op de klinkers voor het huis klaarstonden om te worden meegenomen, stapelde Peter Hendrikx in de keuken zijn glazen in een kartonnen doos.

Het was 1 november 2015 en hij had die nacht geslapen op een matras op de grond. Vandaag moesten ze nog een paar dingen verhuizen. Het servies, de inhoud van de schuur, wat spullen uit de tuin. Morgen kregen de nieuwe bewoners de sleutels. Zijn dochter Astrid - net geboren toen de MSC 2-3 het pand in Breda werd binnengebracht, nu 21 jaar oud - hielp hem, ­samen met haar vriend. Zoon Laurens zat boven te leren voor een schoolexamen.

Hendrikx, gekleed in een spijkerbroek en een T-shirt met 'ARMY' erop, liep een paar keer heen en weer naar zijn oude Saab op de oprit - met een paar tassen, met een stapel gordijnen, met twee rieten manden. Toen stapte hij in en reed over kronkelige laantjes naar Hapert, het dorp even verderop waar hij op het nippertje een huurhuis had gevonden.

Nee, vrijwillig vertrok Hendrikx niet, maar met het geld dat de rechter hem had toegewezen kon hij onmogelijk al zijn schuldeisers ­betalen. Bij de bank, aan wie hij al bijna drie jaar geen hypotheekrente had betaald, was het geduld opgeraakt. Ze hadden de Geldersche Hoeve executoriaal laten veilen, met een enorme restschuld tot gevolg.

Hendrikx had er inmiddels vrede mee - of nou ja, hij had zich erbij neergelegd. De procedure had hem afgestompt, het raakte hem al­lemaal nauwelijks meer, erger kon het niet worden.

Zijn geloof in de rechtstaat was verdwenen. Als eenling kon je niets tegen 'de organisatiecriminaliteit' van een grote speler, wist hij nu. Kijk maar naar de banken, die gedupeerden van woekerpolissen niet compenseerden ­nadat zij hun gelijk hadden gehaald bij de rechter. En dachten de Groningers met aard­bevingsschade door gasboringen echt dat de rechter de NAM binnen een redelijke termijn zou veroordelen tot het uitkeren van rechtvaardige schadevergoedingen?

Maar er waren ook lichtpuntjes. Hij had een leuke vrouw ontmoet. En er borrelden de laatste tijd weer plannen in zijn hoofd. Een Markthal in Eindhoven - zou dat niet wat zijn? Hij had met het idee gespeeld mediator te worden. Of kon hij misschien een kringloopwinkel over­nemen, met behulp van crowdfunding? Hij had eindelijk weer zin om aan de slag te gaan.

Rond half een 's middags kwam Astrid de trap van de Geldersche Hoeve af. Ze legde een plat pakket op het hakblok. Hendrikx, net klaar met het inpakken van de champagneglazen, draaide zich om en keek ernaar.

'Ah, een geluksballon.'

Astrid keek haar vader lachend aan.

'Ja', zei ze, 'die gaan we vanavond oplaten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden