Uitgelicht

Een half miljoen mensen forenst met de trein in Nederland. Het is een wereld op zich, die van de treinforens. Over die micro-samenleving gaat het vandaag te verschijnen boek van Volkskrant-journalist

Ik zit in een trein, een Sprinter. Om mij heen is een meereizend kinderfeestje aan de gang. Het lijkt of het partijtje iets met de NS te maken heeft. Alle kleuters hebben een felgele ballon met in blauw het NS-logo erop. Het is een matig idee om deze aanstaande klantjes in een Sprinter te vervoeren, zo blijkt.


Want in een Sprinter zijn geen toiletten. De gedachte is dat je daar maar kort in zit: zo lang kun je het wel ophouden. En anders heeft de conducteur straks wel een unisex plaszak. Daar hebben kleine kinderen niets aan. Als ze móéten plassen, voordat ze de trein in gaan, komt er geen druppel uit. Vijf minuten treinschommelen later: 'Ik moet echt heel nodig papa.' De vader van het kind dat jarig is, weet het nu ook: in een Sprinter is geen wc. Ik zie hem wanhopig met een kindje aan de hand door het treinstel banjeren. Het jongetje zet zijn bovenbenen tegen elkaar en knijpt hard in zijn kruis.


Er moet nu snel een oplossing komen. De trein stopt, maar het is wel een heel grote beslissing om met kinderfeestje en al hier op station, wat is het, Houten Castellum, uit te stappen, te gaan plassen en te wachten op de volgende trein. De vader aarzelt. Ik geef hem geen ongelijk: de treinenloop is een zootje doordat een spoorbrug over de Gouwe wel open, maar niet meer dicht kan. Het zou wel eens uren kunnen duren voordat er weer een trein stopt bij Houten Castellum.


Als de trein weer optrekt, heeft de vader de oplossing. Naast de deuren hangen grijze, stalen prullenbakjes. Eentje doet hij open, hij tilt het jongetje een stukje op en met enig geluk komt het grootste deel van zijn blaasinhoud in het bakje terecht. De vader doet het deksel weer dicht en loopt met het kereltje terug naar zijn feestje. Een minuut of tien later zie ik dezelfde man met een ander jongetje - het touwtje van de NS-ballon in zijn knuistje - zoeken naar een alternatief. Hetzelfde bakje gebruiken, durft hij niet. Maar bij elke deur hangt er wel eentje en de man en het jongetje lopen verder de trein in naar een plek waar ik ze niet meer kan zien.


Ik kijk achterom naar waar het gezelschap zijn kamp heeft opgeslagen. Onder de gele ballonnen zie ik huilende jongetjes. Door de coupé begint een lastig te definiëren geur te zingen.


Door de spoorbrugproblemen lijkt deze krapbemeten Sprinter mijn laatste mogelijkheid om thuis te komen. Maar hij stopt werkelijk overal waardoor ik ga twijfelen: was het nu wel zo'n goede gok om deze trein te nemen? Omdat ik nooit zal weten hoe het alternatief het er vanaf had gebracht, geef ik me over aan de slaap. Ik denk dat dat wel kan, want het eindpunt van deze Sprinter is mijn bestemming.


'Hé!' schreeuwt iemand. Ik ben kinderen, jongetjes, uit een brandende trein aan het halen - mijn trein. Het is een chaos, maar ik blijf rustig. Met een jongetje op elke arm loop ik door de vuurzee naar hun moeders wier dankbaarheid alleen wordt overtroffen door hun schoonheid. Lang mag ik daar niet door worden afgeleid, want de plicht roept alweer. 'Hé!' schreeuwt iemand, hier zijn ook nog slachtoffers. 'Hé! Hé!' de conducteur schudt me wakker. 'Je moet effe in de benen, vader,' zegt hij, 'anders rijdt het voorste stuk van deze trein zonder jou weg.'


Ik kijk om me heen en de hele trein is helemaal leeg. Slaperig sta ik op, loop naar buiten en zie dan wat de conducteur bedoelt. Op dit station is het besluit gevallen de voorste treinstellen door te laten rijden en de achterste hier te laten staan. Een volksverhuizing van achteren naar voren is bezig en ik mag achteraan aansluiten.


De gehalveerde Sprinter is niet lang genoeg om iedereen mee te nemen, dus ga ik met mijn tweedeklas-abonnement in de eerste klas zitten. Er is geen verschil met de tweede klas, anders dan de kleur van de bekleding. Toch staat de blauwe tweede klas tjokvol chagrijnige mensen en zijn in de rode eerste klas, achter twee glazen klapdeurtjes, zitplaatsen zat. Ik begin vast met het mentaal repeteren van mijn smoes voor de conducteur die er net aankomt.


Maar hij loopt langs me heen en een paar tellen later hoor ik hard de deur naar zijn persoonlijke vertrekken dichtslaan. Dat maakt het voor mij alleen maar erger. Want hoe weet ik nou of die man daar niet opeens uit tevoorschijn springt en er bij al die frauderende forensen eens even hardhandig wat manieren in gaat slaan.


Ik ben verloren. Gespitst op elk geluid achter me, kan ik niets meer. Niet eens neutraal naar buiten kijken. Alleen hopen dat we snel bij een volgend station zijn en dat ik niet in de situatie kom dat ik me binnen gehoorsafstand van medereizigers moet verantwoorden voor mijn abjecte gedrag de heilige eerste klasse te besmeuren met mijn aanwezigheid. 'Waarom', werpt de conducteur me straks voor de voeten, 'waarom wrikt u zich niet netjes in die dampende vleeskluwen die heen en weer staat te deinen in de tweede klas? Nou? Mannetje?'


Dan klinkt de opgenomen vrouwelijke Sprinterstem: 'Station Tilburg.' Het is geen zuidelijke stem. Ze zegt Tilbueargh alsof het een besmettelijke ziekte is. Een mens neemt het van de mevrouw uit de Randstad over: 'Hier volgt een aanvullende mededeling. Tussen Tilburg en Breda ghtghthuhut wegens fggfgfhúúh minuten vertraging.' En dan vlekkeloos: 'Onze excuses voor het ongemak.'


Uit: Onze excuses voor het ongemak - Adembenemende avonturen van een treinforens.

Robert Giebels - Uitgeverij Balans.

.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden