Uitgelicht: 'In een doosje draag ik heel Damascus'

Wat is het verhaal van de Syrische vluchtelingen in Nederland? Waarom hebben ze alles achter zich gelaten? De vragen intrigeerde Volkskrantfotograaf Raymond Rutting zo dat hij een aantal van hen voor de camera haalde. Schrijver Arthur Japin schreef hun verhaal erbij.

'De boot liep vol. We stonden tot aan de borst in het water. Hoeveel angst we ook hebben uitgestaan, het was altijd minder dan de angst thuis.'

De portretten, met de titel Gewone mensen, zijn te zien in diverse stations in Nederland.

Heimwee heeft geen zin, want je laat iets achter dat allang niet meer bestaat. (...) Genoeg geld om iedereen uit ons gezin mee te nemen, was er niet. We hadden alleen een koffertje met kinderkleren, maar de boot liep vol. We stonden tot aan de borst in het water. Hoeveel angst we ook hebben uitgestaan, het was altijd minder dan de angst thuis. Alle bagage is overboord gegaan. Alleen onze papieren hebben we nog. Het enige dat telt is dat je je identiteit behoudt. Raymond Rutting
Het was zo'n goed leven dat we achter moesten laten, het ontbrak ons aan niets. We wilden niet weg, maar ten slotte lagen de lijken op straat. Vier maanden durfden we niet in huis te zijn. (...) Ik draag een souvenirtje bij me, een klein doosje, maar het bevat heel Damascus." Raymond Rutting
Wel vijftig mensen kwamen afscheid nemen. Ik zat in het laatste jaar van mijn studie. Als ik een paar dagen langer was gebleven was ik tot vechten gedwongen geweest. Dan moet je strijden voor de ene zijde of de andere, meer keuze is er niet, behalve de dood. (...) De zeereis was angstaanjagend, maar minder erg dan de tocht over land. Je verdwaalt in de bossen. Er zijn overal slechte mensen die er op uit zijn je te beroven. Of erger. Wat ik nu alleen wil is mijn studie afmaken en mijn geliefde terugzien. Raymond Rutting
Ik wil alleen nog terug naar huis. Mijn vrouw is daar met de kinderen. (...) Ze wil niet dat ik kom, het is er alleen maar slechter geworden. Ik wil ze redden. Daarom kwam ik hier, maar niemand begrijpt me. Ik vertel de instanties in welk gevaar mijn gezin verkeert, maar het is alsof ze het niet horen. Het is dus allemaal voor niets geweest. Als ik was gebleven, was ik vermoord. Als ik terugga, zal dat ook gebeuren, maar dat heb ik ervoor over. Raymond Rutting
Na een beleg van twintig dagen was er van ons stadje niets meer over, letterlijk. Elke dag haalden ze mensen op. Soms werden ze onthoofd. Onze buren zijn verbrand bij een bombardement. Op straat lagen overal lijken. Ik kon niets meenemen, behalve onze paspoorten. Mijn dochter en ik zijn samen gevlucht. Alleen. De kracht daarvoor haal ik uit haar. Voortaan zijn wij met zijn tweeën. Raymond Rutting
Op ons trouwfeest wisten we al dat we niet lang konden blijven. De laatste nacht hebben we doorgebracht met onze families. Uit alle macht hebben we die uren gezellig proberen te houden, waterpijp roken, praten met mijn moeder tot zonsopgang, praten over van alles en nog wat, behalve over ons verdriet. (...) Sinds ons vertrek zijn we nooit meer samen alleen geweest. Er is nergens privacy. Geen minuut. Het is niet erg dat je naar ons verdriet vraagt. Het is er sowieso elke dag. Je zou het spijt kunnen noemen, maar spijt heeft geen zin. Spijt kun je alleen hebben als je een keuze had gehad. Raymond Rutting

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden