Uitgekookt / uitgekotst

Het is niet erg eerlijk. Steradvocaat Bram Moszkowicz en topsocioloog Diederik Stapel vielen beiden van hun voetstuk. De een kan terugveren terwijl de ander definitief is afgeschreven. Hoezo?

Zeg eens eerlijk: had u ooit van Diederik Stapel gehoord vóór zijn ontmaskering als wetenschapsfraudeur? Nee, vermoedelijk. Want waar had u Stapel destijds van moeten kennen? Niet van televisie, want daar verscheen hij slechts incidenteel. Evenmin van populair-wetenschappelijke boeken, want die schreef hij niet. En al helemaal niet uit de krant. In de periode 2000-2010 viel de naam van de sociaal-psycholoog welgeteld vijftien keer in de Volkskrant, Trouw, Het Parool, NRC Handelsblad en het AD samen. Nooit als auteur van catchy essays of als voorwerp van een profiel of interview, maar als min of meer terloopse deskundige in verzamelstukjes waarin ook anderen aan het woord kwamen.


Zo werd Stapel in 2000 af en toe gevraagd iets verstandigs te zeggen over de reallifesoap Big Brother (de verre voorganger van Utopia). In 2002 maakte hij een verslaggever van NRC Handelsblad deelgenoot van de charmes van de stad Groningen, waar hij tot zijn verhuizing naar Tilburg woonde en verklaarde hij in de Volkskrant het charisma van Pim Fortuyn. In 2003 liet hij voor NRC het licht schijnen over de meningsvorming van de Nederlanders inzake de Amerikaanse invasie van Irak. In 2008, na een paar Stapelloze jaren, werd hij door de Volkskrant bevraagd over de Glen Mills scholen en over het verschijnsel Sarah Palin, kondigden Trouw en NRC op de servicepagina's zijn optreden aan in het programma Hart en ziel en figureerde hij in Het Parool op een lijstje van meest publicerende economen (sic). Daarmee moest de Nederlandse mediaconsument het doen totdat Stapel in 2011 enige bekendheid verwierf met onderzoek waaruit zou blijken dat rommel in de openbare ruimte racisme aanwakkert, en dat vleeseters eerder geneigd zijn tot hufterigheid dan niet-vleeseters.


BN'er

Van de sociaal-psycholoog Ad Vingerhoets heeft u vermoedelijk ook nooit gehoord. Toch heeft hij in 2000-2010 veel vaker in de krant gestaan dan Stapel: 26 maal in NRC Handelsblad en 21 maal in de Volkskrant. Voor de sociaal-psychologen Ap Dijksterhuis, Marcel Zeelenberg en Roos Vonk bedroegen de scores respectievelijk 28/18, 5/20 en 15/29. Met andere woorden: wat de verdiensten van Stapel op zijn vakgebied in de bewuste periode ook mogen zijn geweest, als Bekende Nederlander bakte hij er niets van.


Toch meent (bijna) iedereen sinds Stapels val zeker te weten dat hij in zijn veronderstelde gloriejaren niet van de buis of uit de krantenkolommen was weg te slaan. Hij is als mediacoryfee en talkshowhabitué gekenschetst. Als een 'publiciteitsgeile ijdeltuit' die niet genoeg had aan bewondering in zijn eigen vakkring en die - het ergst van alles - ook nog de ruimte kreeg om te gloriëren. Maarten Keulemans, chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant, heeft met een verwijzing naar Stapels bescheiden citatiescore in de kranten weliswaar gepoogd dat laatste misverstand te corrigeren, maar dat heeft niet mogen baten: volgens de gangbare opvatting is Stapel de gevallen glamourboy van de sociale psychologie. De wetenschappelijke evenknie van de - eveneens gevallen - steradvocaat Bram Moszkowicz.


Daar houden de overeenkomsten meteen op. Waar Bram Moszkowicz nog voor het einde van zijn 'annus horribilis' een comeback heeft bewerkstelligd - tot zichtbaar welgevallen van het grote publiek - lijkt zoiets voor Diederik Stapel niet te zijn weggelegd. Sterker: elke poging van Stapel om zich op te richten is tot dusverre genadeloos afgestraft. Het recht op reïntegratie geldt voor iedereen, bijna ongeacht het begane misdrijf, behalve voor Diederik Stapel - de man van wie niemand voor 2011 ooit had gehoord, maar van wie we nu nochtans alles menen te weten.


Wasmiddel

Aan zijn boetvaardigheid kan Moszkowicz zijn snelle terugkeer op de bühne niet te danken hebben. Voor het Hof van Discipline toonde hij zich weliswaar deemoedig, maar het vertoon van spijt had meer betrekking op zijn administratieve slordigheid dan op een eventueel gemis aan integriteit of op het feit dat hij cliënten heeft benadeeld. Moszkowicz zelf wekte twijfel aan zijn oprechtheid met een optreden in een wasmiddelreclame waarin hij frivool verwees naar zijn maffia-associaties en zijn 'bevlekt blazoen'. Volgens De Telegraaf heeft hij er 50 à 60 duizend euro mee verdiend. Daarnaast houdt de gewezen topadvocaat in februari in het DeLaMar Theater een openbare lezing over rechtspraak en rechtvaardigheid, debuteert hij binnenkort als columnist in De Telegraaf en is hij sinds 1 januari als juridisch adviseur verbonden aan het Amsterdamse advocatenkantoor Brink Attorneys. 'Hij heeft toch 27 jaar ervaring als advocaat', zei z'n opdrachtgever Henk Brink ter verklaring van het dienstverband. Voor reputatieschade is hij niet beducht. 'Ik vind het niet zo belangrijk wat anderen vinden.' Een alleszins honorabele opvatting.


Dat Moszkowicz als publieke figuur - en mogelijk ook als kostwinner - de schade beperkt die hij heeft ondervonden van zijn verwijdering van het tableau, zal ongetwijfeld samenhangen met het feit dat hij bekend was 'on his own right'. Hij was advocaat, zeker. Maar bovenal was hij Bekende Nederlander. Zijn vak was daarbij van ondergeschikt belang, getuige alleen al het feit dat hij drie maanden nadat hij uit zijn ambt was gezet alweer terug was als 'crimedeskundige' bij RTL Boulevard. En als hij toch aan tafel zit bij Albert Verlinde, wil hij ook best zijn licht laten schijnen over andere onderwerpen.


Hij oogst waardering bij het televisiekijkend en roddelbladen lezend publiek als charmante schelm. Als een moderne Barry Lyndon, hoofdfiguur uit de gelijknamige roman van William Makepeace Thackeray, die deel uitmaakt van de elite zonder daar verwantschap mee te voelen. Hoe graag hij zijn weelde ook etaleert, hoe elegant hij ook spreekt en hoe onbereikbaar hij ook voor de gewone man of vrouw mag zijn: zij zien hem als een van hen. Voor hen is Moszkowicz, ongeacht zijn levenswandel, een horzel in de pels van de vermaledijde elite. Zijn reputatie als 'maffiamaatje' en zijn optreden aan de zijde van Geert Wilders - de horzel bij uitstek - droegen slechts bij aan de goodwill die hij bij de massa heeft. Net als zijn levenslange schorsing overigens: die wordt gezien als wraak van de elite op de advocaat die haar te vaak voor de voeten liep. Die opvatting werd ook vertolkt door Moszkowicz' fans die hem na de uitspraak van het Hof van Discipline opwachtten.


Mooipraterij

Als de schelm die hij is, heeft Moszkowicz zijn eigen leven altijd geparafraseerd. Met glamourrelaties die aan- en uitgaan. Met iets te getailleerde pakken. Met iets te veel mooipraterij. En met een vette knipoog naar de advocatuur - alsof hij die nooit helemaal serieus nam. Zo simuleerde hij jaren geleden in een reclame voor een verzekeringsmaatschappij een nekblessure nadat hij in zijn iets te snelle auto lichtjes was aangereden door een medeweggebruiker. In de wasmiddelreclame van vorig jaar zetelt hij onder het portret van peetvader Don Corleone dat zijn werkkamer siert. Wie het eigen beroep zo relativeert, wekt ook geen verontwaardiging bij het grote publiek met onoorbare declaratiepraktijken - nog afgezien van de perceptie dat hiervan per definitie grootverdieners het slachtoffer zijn geworden, mensen die het toch wel konden missen.


De mildheid die Moszkowicz heeft ondervonden, zal ook samenhangen met het feit dat advocaten van oudsher wel met handigheid en slimheid worden geassocieerd maar niet met onkreukbaarheid. Het maatschappelijk prestige van deze beroepsgroep blijft dan ook ver achter bij dat van rechters, artsen/medisch specialisten en hoogleraren - de beroepsgroep waartoe Diederik Stapel behoorde. Hoogleraren die optreden in De Wereld Draait Door worden door Matthijs van Nieuwkerk eerbiedig (en tot vervelens toe) als 'professor' aangesproken.


Robert M.

De gedragingen van Moszkowicz strookten vergaand met het beeld dat de goegemeente van zijn vroegere beroepsgroep heeft. Stapel daarentegen, werd geacht de waarheid te dienen. Hij geldt als een afvallige van de wetenschap, de enige bron van antwoorden en hoop waaruit de seculiere samenleving kan putten. Wie daar een loopje mee neemt, begaat in de ogen van de wetenschapsfundamentalisten een doodzonde. De zondaar mag door NRC-columnist Rosanne Hertzberger dan ook onbekommerd 'de Robert M. van de wetenschap' worden genoemd. En net als Robert M., veroordeeld voor het misbruik van 67 jonge kinderen, heeft Diederik S. zijn rechten verspeeld.


De ruimhartigheid die Bram Moszkowicz heeft ondervonden, is Stapel dan ook onthouden. Ofschoon die bij uitstek in staat mag worden geacht om jonge academici te wijzen op de talrijke 'perverse prikkels' waaraan zij in de beroepspraktijk zullen worden blootgesteld. 'De publieke veroordeling die Stapel wachtte na zijn ontmaskering, berooft ons van de mogelijkheid om van hem te leren', schreven de theologe Suzan Doodeman en de filosoof Karel Smouter in Trouw. 'Dat is opmerkelijk. Op andere fronten leren we maar wat graag van professionele boosdoeners. De politie leert huizen te beveiligen door (ex-)inbrekers in te schakelen. De beveiligingsbranche leert kluizen dicht te houden door gerenommeerde krakers tegen betaling een gat te laten schieten in hun systemen. De ict-branche huurt hackers in om hun systemen veiliger te maken. Zou Stapel dan niet iets voor zijn voormalige universiteit kunnen betekenen?'


Nee dus. De universiteit van Tilburg neemt de grootst denkbare distantie in acht tegenover haar vroegere coryfee. En daarbuiten lijkt de opvatting te heersen dat Stapel de rest van zijn leven voor iedereen onzichtbaar moet blijven - alsof niet alleen zijn promovendi door hem zijn beschadigd maar alle Nederlanders. Waar Moszkowicz onbekommerd kan gekscheren over dubieuze beroepspraktijken, worden de schaarse publieke optredens van Stapel opgevat als blijken van onverbeterlijkheid.


Zo oogstte hij in oktober verontwaardiging met zijn 'Preek van de Loser', georganiseerd door het voornoemde duo Doodeman en Smouter, in de Amsterdamse Singelkerk. Vooral bij mensen die er geen getuige van waren geweest. Zo was voor NRC-columnist Arjen van Veelen het feit dat hij 'door familieomstandigheden' niet op tijd in de kerk had kunnen zijn om Stapel te horen spreken geen beletsel om het optreden af te kraken. 'In zijn preek, die ik later terug las, omschreef Stapel zichzelf als 'iemand die vanwege zijn geblunder uit de prestatiemaatschappij is gekieperd'. 'Geblunder' klinkt als 'oeps'. En 'uit de prestatiemaatschappij gekieperd' klinkt als 'slachtoffer', in elk geval niet als sorry sorry sorry.'


Een hoogst onterecht verwijt, want Stapel heeft uitgebreid en indringend boete gedaan. Zowel in de bewuste lekenpreek als in zijn (spannende en mooi geschreven) boek Ontsporing. Maar ook dat viel niet bij iedereen in goede aarde. De een trok zijn oprechtheid in twijfel. Volgens de ander was Stapel onvoldoende door het stof gegaan voor zijn promovendi. Volgens criticus A had Stapel beter een paar jaar met zijn ontboezeming kunnen wachten, volgens criticus B had het boek beter helemaal ongeschreven kunnen blijven omdat 'met elk verkocht boek het plegen van fraude (wordt) beloond'. De welwillende bespreking (in de Volkskrant) door wetenschapsjournalist Marcel Hulspas, die Ontsporing beoordeelt als 'een oprechte poging zijn wangedrag voor zichzelf en de lezer te verklaren', is een zeldzaamheid. Overigens moest Hulspas wel een tournure maken van 180 graden ten opzichte van een bespreking op het internetforum ThePostOnline. Daar oordeelde hij nog dat het Stapel 'simpelweg aan de nodige moed (ontbrak) om zijn eigen pathologie onder ogen te zien'.


Boekverbranders

Intussen heeft het verwijt dat Stapel 'een slaatje uit zijn wangedrag probeert te slaan' zichzelf ontkracht. Ontsporing werd, in een georkestreerde poging Stapel brodeloos te houden, gescand en op grote schaal op internet verspreid. Uitgeverij Prometheus overwoog aangifte te doen, maar kreeg van het OM te horen dat deze weg moeilijk begaanbaar was. Stapel zelf had het in NRC over 'mijn boekverbranders'. Daarbij noemde hij Charles Groenhuijsen, Ad van Liempt en Jacobine Geel met name: zij hebben de link naar het boek getwitterd. Er zijn uiteindelijk slechts enkele duizenden exemplaren van verkocht.


Pogingen om als consultant of als 'chauffeur met intellectuele bagage' in zijn onderhoud te voorzien, zijn tot dusverre slechts een verre belofte. Over zijn theatervoorstelling De Fictiefabriek, met schrijver Anton Dautzenberg (wiens 'fake-interviews' en banden met pedofielenvereniging Martijn in dit verband steeds worden gememoreerd), wordt geschreven alsof ze allang een realiteit is. In werkelijkheid durven theaterexploitanten er hun vingers niet aan te branden.


Misschien spreekt hier wel een oprechte bezorgdheid in door over de schade die Stapel de wetenschap heeft toegebracht. In die zin is de naar hem vernoemde affaire behalve voor Stapel, zijn familie en zijn promovendi misschien nog wel als een blessing in disguise aan te merken: onbedoeld heeft hij de discussie over de perverse prikkels in de wetenschap aangezwengeld. Zonder Stapel zou er op dit moment mogelijk geen 'Science in transition' zijn geweest - of zou deze beweging voor wetenschappelijke herbewapening in elk geval minder aandacht hebben getrokken.


Maar in de Stapel-bashing spelen ook minder zuivere sentimenten mee. Mogelijk reageren wetenschappers zo fel op Stapel omdat hij hen confronteerde met een verleiding waaraan ze zelf hebben blootgestaan of toegegeven. Het grote aantal fraudegevallen dat sinds de affaire-Stapel is onthuld, wekt op zijn minst het vermoeden dat hij een van meerderen, zo niet velen was. Als zelfs Peter Nijkamp - universiteitshoogleraar van de VU en voormalig voorzitter van de NWO - zichzelf groter maakte dan hij eigenlijk was, mag worden aangenomen dat Stapel niet op zichzelf staat. Maar die waarschijnlijkheid is moeilijker te aanvaarden dan de werkelijkheid van zijn casus.


Normale man

De woede buiten de wereld van de wetenschap zal vooral zijn ingegeven door de brede behoefte om de eigen voortreffelijkheid te kunnen tonen. Wat is dan makkelijk dan een gevallen held tot slecht mens te reduceren? Wat NRC-columnist Rosanne Hertzberger betreft, mag Stapel zich zelfs niet eens in het openbaar vertonen. Ze toonde zich verbaasd over diens verschijnen bij een boekpresentatie, en sprak er haar teleurstelling over uit dat alle aanwezigen hem ongemoeid lieten. 'Niemand schreeuwde tegen hem, niemand probeerde hem te laten struikelen, niemand gooide een glas bier in zijn gezicht, niets.'


Voor haar is Stapel het onvervreemdbare symbool van het kwaad en zij wil zich niet blootstellen aan indrukken die tot matiging van haar harde oordeel nopen. 'Ik vermoed dat hoe dichter je een afschuwelijk persoon nadert des te minder afschuw je voelt. En als iemand op minder dan tien meter afstand staat, of je zelfs in gesprek met hem raakt, dan kun je alleen nog maar concluderen dat het een hele (sic) normale man is, heel vriendelijk.'


Verontwaardiging

Een heel normale man mag Stapel niet zijn. Hij is een - ten dele - verzonnen persoon. Een ijdeltuit van wie we ons menen te herinneren dat hij elke avond op televisie was. Een despotische wetenschapper met te veel geldingsdrang. Een onverbeterlijke veelpleger die schathemeltje rijk wordt als ex-fraudeur.


Moszkowicz was een reëel bestaande Bekende Nederlander. Een charmante boef met wie we wel kunnen sympathiseren. Maar Stapel willen we niet kennen en al helemaal niet begrijpen. Daarvoor zijn we te veel gehecht geraakt aan het beeld dat we van hem hebben gecreëerd. De Amerikaanse hoogleraar psychologie en gedragseconomie Dan Ariely werd daar tijdens een interview met Stine Jensen in NRC Handelsblad niet door gehinderd. 'Ik kan mij moeilijk voorstellen dat iemand die een boef wil zijn om rijk te worden, kiest voor de wetenschap. (...) Dus ik vermoed dat andere motieven een rol speelden. Mijn speculatie is dat zijn vroegste werk gewoonweg goed was. En dat hij te veel zelfvertrouwen kreeg.' Een herkenbare analyse. Maar met herkenbare analyses kun je je heilige verontwaardiging niet voeden.


FRAUDE EN NALATIGHEID


Stapel baseerde ten minste 55 artikelen en 10 boekhoofdstukken op verzonnen gegevens, zo concludeerde de commissie-Levelt in november 2012.


Moszkowicz verwaarloosde volgens de Raad van Discipline de boekhouding van zijn praktijk, lapte bijscholingsregels aan zijn laars en was slecht bereikbaar voor cliënten.


CONSULTANT EN SCHRIJVER


Samen met schrijver Leon de Winter werkt Moszkowicz aan een driedelige thrillerreeks. Het eerste deel gaat Maffiamaat heten en wordt in mei verwacht.


Tegenwoordig heeft Stapel een eigen consultancybureau, Pile Consult. Hij is beschikbaar als adviseur, coach, schrijver, spreker en 'ervaringsdeskundige'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden