Uitgehongerd weg uit Tacloban

Eindelijk: de bewoners van de verwoeste wijk San Jose in Tacloban kunnen weg, 2.500 van hen mogen mee met een marineschip; doodsbang en wanhopig.

TACLOBAN - De laadklep van landingsvaartuig Dagupan City ligt op de kade van Tacloban. Marinepersoneel staat in de open bek en noteert de namen van de families die zich verdringen om aan boord te komen. In een keurige rij lopen zij het schip op, maar daar verdwijnen zij meteen in een chaotische drukte. De mensen vertrekken naar het veilige Cebu, en willen geen dag langer in het onveilige Tacloban blijven.


Het transport met het marineschip was goed geheimgehouden. Pas gisteravond hebben bewoners van de zwaarst getroffen wijk San Jose te horen gekregen dat zij meekonden. Vlak voordat de avondklok inging, heeft de politie het omgeroepen, dus alleen San Jose weet ervan. Daarom is het donderdag relatief rustig. Er is geen stormloop op het schip, geen hysterie, geen paniek.


De mensen staan rustig in de rij op de kade en wachten op hun beurt, precies zoals zij elders in de stad ook in de rij staan voor rijst, voor water of voor benzine. Het is opmerkelijk hoe gedisciplineerd de Filipino's deze verschrikkelijkste ramp uit de geschiedenis ondergaan.


Aan boord vullen zij al gauw het laadruim, het benedendek en de gangpaden langs de reling. Blauwe plastic zeilen worden boven de hoofden gespannen om de mensen te beschermen tegen de brandende zon. Het is bijna middag en de regen moet nog beginnen. Vrouwen zitten met hun kinderen op de grond, zoals zij de afgelopen dagen ook in opvangcentra, kerken en scholen op de grond hebben gezeten. Mannen hangen tegen de reling of houden het plastic vast boven de hoofden van hun families. Zij hebben bij zich wat voor hen dezer dagen het allerbelangrijkste is: jerrycans met drinkwater en een paraplu.


De boot is voor de getroffenen de eerste kans om de hel van Tacloban te ontvluchten. Zij zijn doodsbang, moe, uitgehongerd en wanhopig. Zelfs de spreekwoordelijke Filipijnse glimlach is van de gezichten verdwenen. Opgelucht zijn ze, maar wat overheerst is toch het verdriet. Zij willen niet weg, maar zij kunnen niet anders.


De lijken in San Jose liggen donderdag nog steeds aan de kant van de weg, zij het dat zij er iets netter bij liggen. Woensdag zijn hulpverleners begonnen de lichamen in zwarte lijkzakken te verpakken. Die liggen nu keurig in het gelid. Dat is een verbetering, natuurlijk, maar de restanten van de huizen daarachter liggen er nog net zo bij als eerder deze week.


Leven in Tacloban is de tweede ramp die de bewoners moeten trotseren. Een week lang zit de stad, en de rest van het eiland Leyte, al zonder stroom. Benzinepompen werken niet, licht is er nergens en telefoneren kan alleen bij de telefoon die de gemeente heeft opgesteld bij het gemeentehuis in Palo.


Vluchtelingen zitten in grote groepen in warenhuizen, in het 'Convention Center' en in elk gebouw waar nog een dak op zit. In de kerk van de Patroon van Eeuwige Bijstand zitten driehonderd gezinnen. Hun huizen zijn door de golven verzwolgen.


Als er ergens een rij staat, sluiten de mensen zich zonder te vragen aan. Soms weten zij niet eens wat er aan het eind van de rij wordt uitgedeeld. Of het rijst is of water is ook niet van belang: alles is bitter nodig. Maar meestal is er niet eens een rij. Alleen wie geluk heeft vindt een rij om in te gaan staan.


'Ik houd het niet meer vol', zegt Roger Pinachos. 'Ik heb een huis van vier verdiepingen, ik heb geld. Maar met mijn geld kan ik geen water, geen eten meer kopen. En ik ben bang. Bang om te worden overvallen. Straks doden ze mij of dood ik mijn overvallers.'


Reinaldo Yoma is de commandant van de marine in dit deel van de Filipijnen. Een ondankbare taak, want de regio wordt getroffen door de ene ramp na de andere en al die rampen komen op zijn bord. De aardbeving van Bohor was de laatste, voordat Haiyan toesloeg. Hij heeft maar twee grote vrachtschepen. Een vloot kleinere schepen is doende met al die andere rampen, en met de andere dorpen en stadjes die zijn getroffen door Haiyan.


Hij verontschuldigt zich bijna voor de drukte aan boord: 'Wij hebben 2.500 mensen aan boord. Wij zijn niet overbelast, maar wel overbevolkt.' De twaalf uur durende overtocht naar Cebu moet geen probleem zijn. Zijn enige angst is, dat er paniek uitbreekt onder de passagiers. 'Wij hebben eten aan boord, maar u begrijpt dat wij dat de passagiers nu niet kunnen vertellen.' Wat hij bedoelt, is dat elk bericht over voedsel een massahysterie teweeg kan brengen onder de hongerige menigte aan boord.


De laadklep gaat ratelend dicht. Daarna wordt het stil. Bijna geluidloos vertrekt de Dagupan City uit de baai en uit het zicht. De volgende boot ligt al klaar. Die zal over drie dagen vertrekken, zegt Yoma.


De exodus uit Tacloban is begonnen.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden