NieuwsDroogte Veluwe

Uitgedroogde Veluwe snakt naar nieuwe moerassen. Zijn er oplossingen?

Op Landgoed Voorstonden laat de gebiedsbeheerder Dennis Dorman zien hoe hoog het water in de beek hoort te staan. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Door de langdurige droogte verpietert de Veluwe. Met meanderende beken en een verbod op oppervlaktewaterverbruik probeert het waterschap de ergste problemen op te lossen, maar eigenlijk zijn er drastischere maatregelen nodig. ‘Eindeloos pompen gaat niet, we zullen ons ook moeten aanpassen aan de natuur.’

Elke stap maakt een klein stofwolkje los van het bospad. De zwarte grond op de bodem van de Voorstondensebeek is stevig en droog. Terwijl gebiedsbeheerder Dennis Dorman van waterschap Vallei & Veluwe in de droge beek springt, zegt hij: ‘In een normaal jaar zou het water nu tot mijn knieën staan’.

Sinds de warme, droge zomer van 2018 kampt de Veluwe met een groeiend watertekort. Waar het laaggelegen noorden en westen van Nederland snel herstellen, geldt dat niet voor de hoge zandgronden in Drenthe, Brabant en Overijssel, en dus hier op de Veluwe. Zeldzame vissen als de beekprik en de rivierdonderpad worden met uitsterven bedreigd, oogsten worden bedreigd, planten als de waterranonkel sterven af.

Omslag weer

Februari leek redding te brengen met een aantal flinke stortbuien. Maar net toen alles weer in het blad begon te komen en de boeren geplant hadden, sloeg het weer om: 2020 is het derde jaar op rij dat hier uitzonderlijke droogte heerst. Warm, droog en een stevige oostenwind: alsof een reusachtige föhn over het land trok. Het neerslagtekort, het verschil tussen neerslag en verdamping, brak de hele lente datumrecords. 

De fikse buien in juni en juli maakten de toplaag van de bodem wel weer even nat, en vulden het grondwater enigszins aan. Veel van dit water verdampt echter al snel op de warme, droge dagen tussen de buien. 

‘Droge perioden zijn niet langer uitzonderlijk’, zegt dijkgraaf Tanja Klip-Martin van waterschap Vallei & Veluwe, terwijl ze in juni nabij Zutphen door het Voorstondense bos loopt. ‘We moeten wennen aan een nieuw normaal: lange periodes van droogte, afgewisseld met hevige buien.’

Dat vraagt ook om een meer actieve, haast meer politieke rol van het waterschap. Vroeger was water afvoeren het hele kunstje. Nu moeten waterschappen, natuurbeheerders en boeren leren omgaan met de afwisseling van droogte en stortbuien. En zeker als er nagedacht wordt over structurele oplossingen botsen de belangen al snel, waarbij boeren graag droge grond willen en natuurbeheerders meer drassigheid nastreven.

Tegenstellingen

Bij de lokale technische oplossingen zijn de tegenstellingen nog te overzien. Dan is de vraag: hoe maak je van de bodem een spons, die zoveel mogelijk vocht vasthoudt? Je begint met de stuwen dicht te houden, de verbindingsbuizen tussen sloten te sluiten en door reservoirs aan te leggen. Ook tijdens de historisch natte februarimaand is er hier nauwelijks water afgevoerd. Maar, zegt Klip-Martin: ‘Er zijn grenzen aan wat we met technische ingrepen in stand kunnen houden.’ Op de langere termijn vraagt de droogte om een andere manier van denken.

Rustig wandelend langs de overgroeide beek schetst zij met haar handen in de lucht hoe dit landschap is ontstaan. Gletsjers stuwden in de voorlaatste ijstijd een grote bult heuvels op. De grondwaterlagen stegen mee. In de 16de eeuw ontdekten de inwoners dat je hier beken kon creëren door horizontaal te graven, tot het grondwater uit de heuvel stroomde. Dit water, ‘witte steenkool’, werd gebruikt om papiermolens, kopermolens en houtzagerijen aan te drijven.

Die beken, door mensenhanden diep, recht en breed door de heuvels getrokken, wil het waterschap ‘natuurlijker’ maken, zodat het water minder snel wegloopt. Ondiep, smaller, meanderend, begroeid met planten die het water afremmen. ‘Vroeger maaiden we hier alles strak,’ wijst Dorman op de groene weelde rondom de watergang. ‘Nu maaien we veel later, en vaak maar aan één beekzijde. Dan vertraagt de stroming en krijgt het water de kans om in de bodem te zakken.’

Eigenlijk zou ook de begroeiing aangepast moeten worden, vertelt Klip-Martin terwijl ze onder de vele lange naaldbomen doorloopt. De dennenbossen, hier in de 19de eeuw geplant om de Limburgse mijngangen van stevig balkenhout te voorzien, dragen twaalf maanden per jaar naalden, die de winterregens opvangen voordat ze de bodem in kunnen trekken. Ook drinken ze het hele jaar lang grondwater. ‘Hier zouden beter loofbomen kunnen staan,’ vindt Klip-Martin. ‘Alleen, wij gaan daar niet over. Dit bos is van allerlei verschillende grondeigenaren.’

Verdelingsvraagstuk

Waar water vroeger vooral overlast was, is het nu steeds vaker een verdelingsvraagstuk. Dorman wijst op de sproeiers van het naburige boerenbedrijf, die een zachte nevel uitwaaieren boven het grasland: ‘Zelfs laagwaardige gewassen als gras en maïs worden de laatste jaren beregend. Vroeger loonde dat niet. Maar een compleet uitgedroogde grasmat vervangen, dat is prijzig.’

Om de natuur te beschermen heeft Klip-Martin in bijna het hele waterschap sproeien met oppervlaktewater verboden. In de historisch droge zomer van 2018 stelde zij dit verbod in op 2 juli. In 2019 moest het al op 5 juni. Dit jaar: 18 mei. Nu gebruiken veel boeren opgepompt grondwater. Zo verliezen we, ook door drinkwaterwinning en verdamping, steeds meer van het heldere, zandgezuiverde zoetwaterreservoir onder de Veluwe, vreest Klip-Martin. Zij wil hierover in gesprek gaan met de grootgebruikers zoals drinkwaterbedrijven, industrie en boeren.

‘Op dit moment is er voor het oppompen van grondwater nog niet één instantie met een totaaloverzicht,’ vertelt de dijkgraaf. Middelgrote gebruikers vragen toestemming bij het waterschap, grootverbruikers bij de provincie. Voor installaties onder de honderd kuub per uur hoeven boeren alleen een melding te maken. Dat is flink: een gemiddeld huishouden gebruikt honderd kuub water in een jaar.

Boeren

Art Wolleswinkel, bestuurslid voor water van boerenkoepel LTO in de Gelderse Vallei, wil best in gesprek. Maar een probleem met beregening door boeren ziet hij niet. ‘Het meeste boerenland zorgt juist voor méér grondwater. Akkers vangen bijna alle regen op, waarna het in de bodem zakt. Dan mogen boeren toch ook wel wat water weer oppompen?’ Hij ziet meer heil in een andere drinkwatervoorziening. ‘Vitens onttrekt hier steeds meer grondwater. Dat kunnen ze beter uit de Randmeren halen.’

De droogte maakt het werk van de dijkgraaf, vroeger vooral een technische klus, steeds politieker. ‘Ons waterbeheer werkt als deel van een groter systeem. Waar liggen de natuurgebieden, de waterbuffers, de bebouwing?’ De regel was altijd peil volgt functie - het waterschap sleutelt aan het waterpeil totdat het klopt met het bestemmingsplan. ‘Dat werkt niet meer zo simpel. In Nederland bereikt het watersysteem de grenzen van de maakbaarheid. Wij hebben noodgedwongen steeds vaker een mening over andermans werkterrein.’

Omgevingswet

Dat besef begint ook in Den Haag door te dringen. De nieuwe omgevingswet biedt vanaf 2022 meer eigen beleidsruimte aan waterschappen. In april riep minister Ollongren in een kamerbrief op tot het aanleggen van gebieden waar water gebufferd kan worden. ‘Verplaatsing van functies (landbouw, natuur, wonen) zal in een aantal gevallen aan de orde zijn.’

Is dit een stille revolutie? Klip-Martin valt even stil. ‘Ja. Dit is een grote stap, waar wij al heel lang op hopen. We kunnen niet alleen maar blijven pompen en stuwen opzetten, we zullen ons ook moeten aanpassen aan het natuurlijke watersysteem en het veranderende klimaat.’

Daar heeft zij ook concrete plannen voor. De Veluwse zoetwaterbel krimpt namelijk niet alleen door overmatig grondwatergebruik en warme zomers. Historische kaarten laten zien dat het hooggelegen gebied vroeger werd omzoomd door een ring van moerassen en veengebieden. Die vormden een horizontale tegendruk voor het Veluwse grondwater dat door zwaartekracht dreigde weg te sijpelen naar het lager gelegen ommeland. Nu we alles zo effectief hebben drooggelegd, spoelt dat grondwater er alsnog uit en verdwijnt uiteindelijk in zee.

Klip-Martin: ‘Wij willen die moerassen en veengebieden op sommige plekken terugbrengen. Dan houd je via een natuurlijk systeem dat opwellende water tegen.’ Veen en moeras nemen bovendien veel CO2 op, terwijl droogvallend veen juist veel broeikasgassen uitstoot. Het dorp Dieren, zo’n tien kilometer naar het zuiden, zou volgens de Blauwe Omgevingsvisie van het waterschap bijvoorbeeld omgeven moeten worden door een halve maan van ‘moerassen en natte landbouw’. Klip-Martin: ‘Maar ja, dan hebben wij wel opnieuw een mening over het gebied van anderen.’

Maarten Kuiper van onderzoeksbureau Wareco vreest dat die moerassen en meren rondom de steden niet netjes op hun plek gaan blijven. ‘Er wordt vaak in bovenaanzicht gedacht, vanuit Google Maps zogezegd. Planners vergeten nog wel eens dat water zich ook ondergronds verplaatst.’ Die waterbuffers kunnen de grondwaterstand in steden als Apeldoorn opstuwen. Dat verhoogt het risico op vochtoverlast in woningen.

Zonde van landbouwgrond

Ook Wolleswinkel van boerenkoepel LTO is minder enthousiast. ‘Dit plan valt aardig rauw op mijn dak. Verdroging wil niemand, natuurlijk. Maar het is zonde om zomaar goede landbouwgrond in moeras te veranderen.’ Problemen zitten hem eerder in het stedelijk gebied. ‘Daar is alles dichtgetegeld.’ Het kan ook subtieler, denkt hij. Op zijn eigen akkers staan al meer kruiden en grassoorten met langere wortels, die het water beter vasthouden.

Als ze het bos weer uitloopt, schudt Klip-Martin haar hoofd: makkelijk wordt het niet. Het was al niet makkelijk toen ze in 2018 maïstelers moest vertellen dat zij niet mochten sproeien met oppervlaktewater, maar hun buren, de fruittelers wel, omdat die een hoogwaardiger product hadden. En het moeilijkste moet nog komen: de discussies met alle betrokken partijen over grondwater en over de ruimtelijke inrichting van het land. Ze staat plotseling stil, en priemt met haar vinger in de lucht. ‘Maar het móet wel. Grondwater is van iedereen, ook van de generaties na ons. Daar moeten we zuinig op zijn.’

De Waterfabriek: rioolwater tegen de droogte

Het banale feit dat water altijd naar beneden stroomt, maakt het leven van waterbeheerders in hooggelegen gebieden net wat lastiger dan in het westelijke laagland. Om het water wat langer in lokale circulatie te kunnen behouden, bouwt het waterschap aan de Waterfabriek Wilp, waar rioolwater vergaand wordt gezuiverd en teruggegeven aan een lokale beek.

De Waterfabriek, nu nog een pilot, is een forse loods van groen golfplaat vol met brommende machines. Het binnenkomende rioolwater stroomt eerst door een rooster en een zandvang. Dan vangt een fijne zeef de cellulose af, vooral uit doorgespoeld toiletpapier. De glimmende metalen kasten daarna plukken fosfaat en ammonium eruit, de voornaamste ingrediënten van kunstmest. Dat scheelt weer fosformijnbouw in de westelijke Sahara.

De klassieke zuiveringsmethode van rioolwater is het erin mengen van een bacteriecultuur, die de onzuiverheden opeet. Helaas zorgen die bacteriën ook voor een flinke stoot broeikasgassen. Dit nieuwe proces maakt die bacteriën overbodig.

De laatste machine in de rij heeft een kraantje aan de zijkant, waaruit innovatiemanager Arjen van Nieuwenhuijzen van Witteveen + Bos een glas kraakhelder water tapt. ‘Dit is nog geen drinkwater, maar het scheelt niet veel.’ Met dit schone water kan de lokale, vaak droogvallende Twellose beek worden gevoed.

Over drie jaar moet de volwassen Waterfabriek in bedrijf gaan, met het rioolwater van 17.000 huishoudens. Ook in steden zou dit een mooie lokale oplossing zijn, denkt Van Nieuwenhuijzen. ‘Stadsgroen is heerlijk, maar verbruikt wel veel water. Waarom niet lokaal gezuiverd rioolwater?’ Verder ziet hij veel internationale toepassingen voor de techniek in drogere landen.

Binnen Nederland blijft dit voorlopig een niche-oplossing. Maar dat is ook precies de toekomst, denkt Van Nieuwenhuijzen. ‘We willen minder pompen en meer natuurlijke oplossingen, ondersteund door verfijnd ingenieurswerk. Dat vraagt maatwerk. Het watersysteem van een rivierendelta als Nederland is complex, en heeft overal weer iets anders nodig.’

Dossier: De ‘sluipmoordenaar’ die droogte heet

Natuurbranden, mislukte oogsten, kapotte dijken en bedreigde diersoorten. Nederland wordt geteisterd door droogte. De Volkskrant onderzoekt in dit dossier wat de gevolgen zijn, hoe het zover heeft kunnen komen – en hoe de droogte valt op te lossen.

Hoe droog is het bij u in de buurt?

Bekijk dagelijks de droogtekaart van Nederland, en ontdek waar het landschap verdort, en waar niet.

Achtergrond

Zes vragen over de droogte: hoe komt Nederland zo droog, en wat voor problemen levert dit op

Data

Wat zegt de droogte van het voorjaar over de droogte in de rest van het jaar? Duik met ons in de data

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden