Column

Uitgaan wordt daad van verzet

Parijs is de mooiste stad die ik ken. De stad ook die ik denk het best te begrijpen. Dat zit 'm in het ritme, in de omgangsvormen, in de geluiden, in het bruisende heden waar het verleden overal doorheen kiert, in de heftige botsingen van schatrijk en straatarm.

Een vrouw kijkt naar de bloemenzee in de buurt van Cafe Bataclan, daags na de aanslagen in Parijs.Beeld anp

Toen ik er acht jaar geleden kwam wonen, voelde ik me vanaf de eerste dag thuis. Terug in Nederland kan ik zelfs naar de muffe lucht van de metro heimwee hebben. Dat Parijs is verdwenen.

Die verleidelijke mix van arrogantie en elegantie, van spontaniteit en afstandelijkheid is weg. De hele bravoure van we zijn misschien niet de modernste maar wel de leukste en de mooiste is vervangen door angst en achterdocht. In de metro is het nog stiller dan anders. Niemand heeft oortjes in, niemand leest de krant: alle zintuigen op scherp. Een gesprongen peertje in een lamp van een café in de Marais veroorzaakte zondagavond een golf van paniek die duizenden mensen meesleurde. Een vriendin vertelde me dat ze zich een half uur schuilhield in de Franprix aan de Quai de Jemmapes, twee kilometer verderop. Zo spoelt de angst door de straten.

Voor de deur van pizzeria Casa Nostra

Geen betere buurt dan mijn hoekje bij het Canal Saint-Martin, heb ik altijd verkondigd tegen wie het maar horen wilde. Een dorp in de stad, waar de mensen elkaar gedag zeggen, waar je altijd wel iemand tegenkwam die je kende: bijdehand maar niet tè. Dat buurtje is veranderd in een bedevaartsoord. De kruisweg die je er kunt lopen start bij Le Petit Cambodge en Le Carillon, waar het vrijdag allemaal begon.

Daarvandaan is het hooguit vijf minuten lopen naar de kogelgaten in de gevels van la Bonne Bière en Casa Nostra. Weer vijf minuten verderop, een wandeling door een parkje waar het Canal Saint-Martin ondergronds loopt, ligt Le Bataclan, waar de Parijse jeugd massaal is afgeslacht en getraumatiseerd. Een kwartier daarvandaan is café La Belle Équipe, dat in een zee van bloed veranderde. Later zullen overal ongetwijfeld gedenktekens worden aangebracht, zoals je ze op allerlei plekken in de stad ziet voor gesneuvelden tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Om te beseffen wat er gebeurd is, maak ik elke dag een ronde langs die slagvelden. De paar kaarsen en rozen van zaterdagavond zijn uitgegroeid tot een zee van bloemen, lichtjes en teksten. Tienduizenden hebben inmiddels de gang naar deze gruwelplekken gemaakt, zwijgend, fluisterend, de tranen gesmoord in omhelzingen. Gedoofde kaarsjes worden weer aangestoken. Parijs is mooi, ook als het rouwt. Dat is de pijnlijke paradox: elke liefdesverklaring maakt de stad aantrekkelijker als doelwit.

Kogelgaten met bloemen, Le Carillon

Vreemde gewaarwording: als ik getuigen wil spreken over die rampzalige vrijdagavond kan ik gewoon m'n Parijse vrienden opzoeken. Iedereen heeft verhalen. Ze zouden gaan eten bij Le Petit Cambodge, maar vonden de rij voor de ingang te lang; vrienden van buiten de stad zouden naar the Eagles of Death Metal komen, maar de oppas zegde af.

Dit is nieuws dat naar jou komt, in plaats van dat je het moet opzoeken. Geen goed teken. Het is dinsdagavond negen uur, ongebruikelijk warm voor half november. De restaurants en terrassen in de buurt zitten vol, ondanks alles. Vrolijk blijven, ook al weet je dat de eigenaar van de Pop Market, een goedlopende winkel vol overbodigheden even verderop in de Rue Bichat, tot de slachtoffers van Le Bataclan behoorde. Zijn kinderen zitten op de school waar de mijne heen gingen. Op die school loopt nu dagelijks een team psychologen rond, dat het werk amper aan kan. Vrolijk blijven, ook al hoor je dat twee stagiaires van het architectenbureau pal naast de Pop Market dodelijk getroffen werden op het terras van Le Carillon.

Fluctuat nec mergitur - wapenspreuk van Parijs geschilderd langs Canal Saint-Martin.

Uitgaan is een daad van verzet nu, drinken is subversief. Bij le Bistrot des Oies, het restaurant van Stéphane Dantier die vrijdagavond zoveel vluchtelingen opving, staan klanten en personeel samen buiten. Une minute de silence voor de horeca. We zien even verderop de bloemenzee van Le Carillon en Le Petit Cambodge, en de onwezenlijk witte lichten van de televisieverslaggevers.. We zwijgen en keuren daarna een Côtes de Provence, net binnengekomen. Kom donderdagavond terug, zegt Stéphane. Dan komt de Beaujolais primeur. Of ie ergens naar smaakt, dit keer? Minder dan die van volgend jaar, maar zeker beter dan 2014.

Daar moet op gedronken worden.

Paul Eluard, bij le Petit Cambodge
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden