Uiterste onscherpte

Drie decennia trok hij met de camera de wereld over. Ruim een jaar geleden verloor fotograaf Hannes Wallrafen het zicht in beide ogen....

Door Rob Gollin

Wrang? Nee. Merkwaardig, dat wel.

Hooguit kun je zeggen dat er iets van voorspelling in zat. Hannes Wallrafen (1951, Mönchengladbach) is niet zo'n cynicus. Het Parool schreef in 1999 over zijn project 'Onvoltooid verleden'. Uit fotoalbums herschiep hij het Geldrop van de jaren vijftig en zestig, en daarbij gebruikte hij de computer om de herinnering naar zijn hand te zetten. 'Je kunt je ogen niet vertrouwen', waarschuwde de krant.

Achteraf krijgt natuurlijk alles een lading. Zijn laatste project heette De Blik. Zo'n nadrukkelijke verwijzing naar het zicht was er in zijn oeuvre niet eerder geweest. Lees de titels maar: Het geheime leven van de zalm, De Dingen, Een dagreis naar Macondo (waarin hij het Colombia van Gabriel Garcia Márques verbeeldde, de schrijver zelf schreef een inleiding) en Van de tijd en de tropen (over de verkwanseling van het verleden in Honduras). Een selectie van de twee laatste projecten is vanaf eind deze week onder de noemer Pa r a d i j s te zien in de HUP Gallery in Amsterdam.

Het idee voor De Blik was nog in Honduras ontstaan. Het was een steelse, maar onmiskenbaar verlekkerde manier waarop een man in een café een timide serveerster opnam die een tafeltje schoonmaakte. Uit zo'n blik leer je de persoon kennen. Zoiets vastleggen, dat moest het worden.

Het is bij tien, elf foto's gebleven. Hij had er zeker 25 willen maken, en dan had hij ongetwijfeld van die tien, elf nog een aantal weggesodemieterd .

De twee laatste registraties staan hem nog helder voor de geest. Op de kunstacademie in Utrecht had hij ooit gezien hoe studenten, lui onderuit gezakt, vanuit de kantine naar een islamitische schoonmaakster keken; ongeïnteresseerd, wat minachtend. Beter nog, ze namen haar niet eens waar. Hij was later teruggegaan, had de groep studenten uitgebreid en een figurant achter het schoonmaakkarretje geplaatst. Maar het vastleggen lukte maar niet. Telkens moest hij naar de groep lopen, om hun houding, hun gelaatsuitdrukking, hun oogopslag te controleren. De details ontgingen hem.

De scène op het balkon was nog moeizamer. Twee stelletjes, op oudejaarsavond. Feeststemming, gelukwensen. Intussen een begerige blik naar een iets te ver ontbloot been van de andere partij. Is ze zich ervan bewust? Heeft ze er iets op tegen? Het moet niet overdreven zijn. Ze hadden het tafereel nog geoefend in de huiskamer. Maar eenmaal buiten, op de ladder, op pakweg drie meter afstand, ontglipte hem de regie. Er stonden slechts schimmen. Zijn vriend en collega, Taco Anema, heeft uiteindelijk afgedrukt. Het was zijn foto eigenlijk al niet meer.

Ideeën waren er nog genoeg. Hij zat in Barcelona, vlak bij de Ramblas. Er stopte een Mercedes, waar twee jonge vrouwen uitstapten. Kekke, korte rokjes. De chauffeur droeg een kolossale zonnebril, een snel pak. De eerste associatie: pooier. Later ontvouwde zich het werkelijke verhaal. Er kwamen tasjes uit de kofferbak. Vader omhelsde zijn dochters die op reis gingen. Pa of pooier, die spanning had hij graag willen laten zien. Ruimte voor interpretatie. Niet te vet aanzetten.

Op 16 januari 2004 is de eerste gewaarwording dat er iets mis is. Hij fietst van huis naar de studio. De kentekens van de auto's zijn niet scherp. Zijn het naweeën van een avondje pimpelen? Niet goed uitgeslapen soms? De dag daarop is het beeld nog niet goed. Hij knijpt het linkeroog dicht. Ha, haarscherp. Ander oog gesloten: wazig. Verrek, hier is iets aan de hand.

Vier dagen later zit hij, na een bezoek aan de oogarts, al met elektroden op het hoofd geplakt op de afdeling neurologie. De mist trekt dagelijks verder dicht. De aanwijzingen gaan in de richting van de oogzenuw. Het gissen begint. Is het een symptoom van multiple sclerose? Het kan ook het effect van een tumor zijn. Er zijn wel elf mogelijkheden, begrijpt hij.

Zijn jongste zus zet de medici op het spoor. Moeder heeft haar lang geleden gewaarschuwd. Langs de vrouwelijke lijn wordt een erfelijke ziekte doorgegeven: LOA, leber's opticus atrofie. Ze stuurt een fax met informatie uit een medisch tijdschrift. Hij weet het dan eigenlijk al zeker: de symptomen komen overeen. Hij kijkt naar iets en dan - oe waps, focus weg.

Een mutatie van het DNA leidt tot uitschakeling van de zenuw. Niet te voorkomen. Niet te genezen. Dat zijn moeder het hem niet heeft verteld, neemt hij haar niet kwalijk. Stel je voor: het had decennia als een valbijl boven hem gehangen. Het duurt nog drie maanden voordat onderzoek van zijn genetisch materiaal de bevestiging levert. Wallrafen is LOA-patiënt. Eén van de circa vierhonderd in Nederland. Fotograaf zonder zicht.

Welk cliché moet je gebruiken? De wereld stort in? Alles valt weg? Allemaal waar. Het had nog erger gekund: én LOA én MS én een tumor. Een ironische grijns, toch nog. Hij voelde woede, verzet. Het waren hectische tijden, dat ook. Collega's, vrienden; de studio liep vol nadat hij zijn lot bekend had gemaakt. Vaak was hij degene die gerust moest stellen. Hij denkt wel te weten waarom: hij is de spiegel van hun angst geworden. Veel fotografen, gelooft hij, hebben wel eens nachtmerries over blindheid.

Het waren twee werelden. Thuis, bij zijn vrouw en zijn zoon, was hij vaak bekaf. Dan zaten ze een uur te janken over zijn schemerwereld. Dan trokken ze het niet meer. Die momenten zijn er nog wel eens. Zeker nu, in de lente. Eerst de wilgen, de fuchsia, de kastanjes en dan páts, alles in bloei. Het gaat aan hem voorbij.

De blindheid is niet volledig. De camera op uiterste onscherpte, de kleuren weg, zo ervaart hij het. In de periferie neemt hij nog iets waar. Als er maar voldoende contrast is. Schaduw en zonlicht. Stoep en straat. Hij loopt buiten met de stok. Amsterdammertjes willen hem op onverhoedse momenten nog wel eens in de knieholte prikken.

Hij heeft de fotografie niet verlaten. Er zijn met regelmaat exposities, volgend jaar is er een retrospectief in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam. Uit onvermoede laatjes in het geheugen diept hij voor de organisatoren composities tot in de kleinste schakeringen op. Op die foto uit de jaren zeventig van arbeiders op de NDSM-werf aan het IJ is toch rechts onderin nog een broodtrommel te zien? Op de opname uit 1978 - Iran na de revolutie - staat een ongeschoren vader voor een hut van blik en leem. Zijn dochtertje is er ook. Ze draagt plastic huishoudschoenen. Kleur roze. Klopt!

Waarom ze hem benaderen vraagt hij zich niet af. Als het uit waardering is, voelt dat prettig, maar tegelijkertijd zuur. Het voedt het verlangen naar een volgend project. Als ze het uit compassie doen, nou ja, ook mooi. Ieder zijn beweegreden. Hij weet ook wel: als blinde fotograaf neemt je marktwaarde toe. 'Daarom zit jij toch ook hier?'

Natuurlijk stap je niet zo maar uit die wereld. Wat wil je ook? Dik drie decennia met de camera op de heup de wereld over. Voor Nieuwe Revu, de Novib, vakbondsbladen of voor zichzelf. Chili, Bolivia, Iran, India, Noord-Ierland.

Als kraker uit Berlijn was hij begin jaren zeventig aangespoeld in de Nieuwmarktbuurt van Amsterdam. Een vriend vroeg hem mee te gaan om foto's te maken van de Bijlmer in aanbouw. De sensatie van een selectie maken uit de werkelijkheid heeft hem nooit meer verlaten. Een maand later zat hij op de Rietveldacademie.

Aanvankelijk maakte hij geëngageerde reportages. Zwart-wit. De dictator tegen de onderdrukten. De politie tegen de demonstranten. De kapitalist tegen de armoedzaaier. Verduidelijken, wilde hij. Opdat de massa het eindelijk zou snappen. Het werd te veel cliché, vond hij uiteindelijk, toen hij zichzelf terugvond op een straathoek en precies wist waar de ordediensten zouden gaan inhakken op de protesterende menigte. Klik klik.

Reconstructies van de werkelijkheid zetten de toon in zijn latere werk. Hij gaf voortaan zelf het beeld vorm, door personen te laten figureren, te schuiven met attributen, ze te laten vervaardigen desnoods, en te wissen, te knippen en te plakken met de computer. En nee, ver is hij nooit van de realiteit afgedwaald; en wat dan nog, die bestaat überhaupt niet eens. Zo is het een schande dat de Amerikaanse fotograaf die twee beelden van de oorlog in Irak in elkaar had geschoven werd ontslagen. Wat was daar zo erg aan? Embedded journalism, dat is pas manipulatie! Het engagement is wel gebleven, vindt hij. In Honduras heeft hij toch duidelijk gemaakt dat het land een identiteit heeft, en dat de bewoners daar zuinig op moeten zijn.

De suggestie van Taco Anema om snel een andere weg in te slaan heeft hij gretig omarmd. Niet eens zozeer als afleiding. Het is de drive die in hem zit. Weer iets vorm geven, toepassingen bedenken. Het geeft hem energie. Hij zou anders de dag niet kunnen doorkomen. Ze zijn er het afgelopen jaar wel geweest, die perioden. Dan was hij moe. Uitgepierd. Kapot, soms. Maar hij heeft het altijd als zure appels gezien. Tijdelijk. Twee keer slikken, jezelf een schop onder de kont geven, en dan verder.

Hij registreert geluid. Op de overzichtstentoonstelling in Rotterdam zal hij opnamen laten horen. Veel uit zijn foto-oeuvre heeft te maken met herinneringen. Geluid roept ook weer beeld op. Als een schommel piept, denk je niet aan een winterlandschap, maar aan een zwoele zomerdag. Vogelgekwetter. Het geritsel van het volle bladerdak in de kruin van een boom. En dan weer die schommel, aan een krakende dikke tak. Hij heeft pas het druppelen van water opgenomen, in een reeks varianten. Vijf minuten druppels als studie. De marktkoopman op de Albert Cuyp staat op band. Bloemen! Mooie bloemen! Waar het toe leidt, kan hij nu nog niet beoordelen. Iets bedenken bij zijn foto's is voorlopig concreet genoeg. Het is veilig terrein.

Sinds zijn blindheid is hij zich meer bewust van geluid. Alsof op het mengpaneel een schuifje dicht is geschoven en een ander kanaal is geopend. Op het terras kan hij uit geroezemoes gesprekken filteren. Hij hoort eerder een fiets aankomen. Maar hij moet eerlijk zijn: hij heeft festivals bezocht, hij neemt op, hij documenteert, maar de voldoening die hij met geluid heeft, haalt het niet bij die met beeld. Beeld is rijker.

Geluid is dwingend. Het is een afspraak. Jij gaat zitten en jij gaat nu luisteren naar wat Hannes je voorschotelt. En daar zijn vijf minuten voor. Een foto is vrijblijvender. Je pakt een boek op, legt het weer weg, denkt na over een verband, en grijpt er weer eens naar. De bevindingen van de fotograaf laten ruimte voor de kijker. Nee, als hij mocht kiezen, zou hij het wel weten. Maar hij heeft niks meer te kiezen.

Zijn dromen zijn wel visueler dan ooit. Dan heeft hij een kristallen vaas vast, die hij ronddraait om de sierlijke gravures te kunnen volgen. Of hij ziet een boterham met een dubbelgevouwen plak ham op een plank, wat kruimels, het mes met restjes boter er nog naast. Zo letterlijk, ongelooflijk. Hij moet iedereen snel gaan bellen: jongens, ik heb de boel belazerd, er is niks aan de hand. Bij het wakker worden is er de dubbele klap. Elke morgen weer blind. Maar de laatste maanden sijpelt in de droom zelf telkens een waarschuwing door: denk erom, dit is niet echt. Het zal wel zelfbescherming zijn. n

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden