'Uiteindelijk sta ik in die Arena'

In zijn eerste jaar bij Ajax wordt Mike van der Hoorn achtervolgd door pech. Vol vertrouwen wacht hij op de wedstrijd die de ommekeer zal brengen.

De 88ste minuut van de oefeninterland van Jong Oranje tegen de leeftijdsgenoten uit Israël loopt als het bordje met rugnummer 13 omhoog gaat. Mike van der Hoorn mag invallen. Pinchhitter is zijn rol. Voor nog geen 200 tellen. Dan wordt er afgefloten en is de nederlaag (0-1) een feit.


Voor de centrumverdediger van Ajax past deze woensdagavond in Velsen naadloos in zijn seizoen. 'De verloren avond' is een thema waarop hij haast zou kunnen afstuderen. Maar hij is er het type niet voor om te zwelgen in zelfbeklag.


Wie hij is? Een 21-jarige verdediger uit Almere, door Ajax afgelopen zomer gekocht voor 4 miljoen euro van FC Utrecht, omdat ze in hem een toekomstige topverdediger zien. Hoe hij alom wordt gezien? Als een met het pechvirus besmette schlemiel.


Van der Hoorn weet het. En hij kan daarmee omgaan. Zijn rampseizoen begon met de verloren halve finale op het jeugd-EK in Israël, negen maanden geleden. Als invaller stelde hij de Italiaan Borini in staat 1-0 te maken, waardoor de finale werd gemist.


Zijn analyse: 'Daarvoor zat alles mee en speelde ik goed. Sindsdien lijkt alles de verkeerde kant op te gaan.' De stoere verdediger die toen in tranen schuldbewust de fout bij zichzelf legde, kreeg in de maanden die volgden nog de nodige tegenslag te verwerken.


Vaak was hij reserve bij Ajax, soms moest hij zelfs plaats nemen op de tribune. Speelminuten kreeg hij vooral in de beloftenploeg. Wat beklijft van zijn weinige speeltijd in Ajax 1 is de door hem veroorzaakte strafschop tegen AC Milan, na een lastig te beoordelen duel met Mario Balotelli. Vorige week schoot hij in eigen doel, tijdens de afgang in Salzburg tegen Red Bull.


Terwijl Ajax in de competitie afkoerst op de vierde titel op rij, praat Van der Hoorn zichzelf moed in. Zijn concurrent Joël Veltman was woensdag met Oranje in Parijs en lijkt straks in Brazilië bij de WK-selectie te zitten. Van der Hoorn hoopt op die ene wedstrijd die tot een ommekeer leidt. Want eens, zo weet hij zeker, wordt die neerwaartse lijn omgebogen.


'Hard werken en hopen dat het goed komt. Dat hou ik mezelf voor', zegt hij na zijn ultrakorte bijdrage tegen Jong Israël. 'Het helpt dat ik uit een nuchtere familie kom. We laten ons niet zo snel gek maken. Dat is belangrijk als je in een moeilijke fase zit. Uiteindelijk zal ik in die Arena staan.'


Dat klinkt strijdvaardig en dat is hij ook. 'Neem dat eigen doelpunt van mij tegen Salzburg. Dat mij dat moest overkomen, tekent mijn jaar. Ik speelde niet eens slecht, maar dat is zo'n moment dat zal blijven hangen.


'Maar het kan niet zo zijn dat dit mij blijft achtervolgen. Als ik doorga op de manier waarop ik train en speel, moet het een keer goed komen. Dat ik bij Jong Oranje met nummer 13 speelde, is geen wrange grap. Dat was ook op het EK zo. Dat anderen daar een symboliek in zien, boeit me niet.'


Hij heeft geleerd te incasseren, is cynischer geworden. 'Omgaan met tegenslagen hoort erbij. Voor mij is het vooral belangrijk te weten dat er mensen zijn die in me geloven. Die weten nog steeds wat ik kan.'


Dan, bedachtzaam: 'Voetballers weten sowieso hoe deze wereld in elkaar steekt, die raken niet zomaar van slag.' Hoewel het seizoen nog acht speelronden telt, heeft hij zijn blik al voorzichtig vooruit gelegd. 'Ik wil niet te veel druk op mezelf leggen, maar volgend jaar moet er wel verbetering optreden, anders blijf ik doorsukkelen. Als ik bij Ajax wil slagen, moet ik een reeks wedstrijden spelen, en goed spelen.


'Het lastigste is geweest, dat ik op de bank terecht kwam en er niet meer vanaf kwam. Dat je wedstrijden in Jong Ajax moet spelen, was in het begin ook moeilijk. Daarna leer je ermee omgaan. Uiteindelijk zie je ook daar het positieve van in. Kijk naar Joël Veltman en Davy Klaassen. Hun weg is ook niet lijnrecht omhoog gelopen.'


Wat dat betreft had Van der Hoorn veel aan de gesprekken die hij voerde met zijn trainer bij Utrecht, Jan Wouters. 'Hij zei tegen mij: toen ik als speler van Utrecht naar Ajax ging, liep het ook niet meteen. Toch is het met hem goedgekomen. Ik denk nu echt niet dat ik zijn carrière krijg, maar hoop wel dat ik nog een mooie tijd tegemoet ga bij Ajax. Dat geloof is heel sterk en dat sleept me er doorheen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden