'Uiteindelijk moet de leraar het doen'

Frits van Oostrom leidde de commissie die de Canon van Nederland ontwierp. ‘Het zou verschrikkelijk zijn als ze later zeggen: die Canon, die moesten we op school uit onze kop leren.’ Door Peter Giesen..

Vorig jaar presenteerde de Commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon onder leiding van Frits van Oostrom de definitieve historische Canon van Nederland. Nu moeten de 50 vensters hun weg nog vinden naar de klas. Uiteindelijk moet de leraar het doen, vindt ook commissievoorzitter Van Oostrom.

Frits van Oostrom moest een flinke aarzeling overwinnen alvorens hij voorzitter werd van de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon. Als neerlandicus wist hij maar al te goed hoe het de commissie-Anbeek was vergaan, die in 1990 een canon had ontworpen voor de Nederlandse literatuur op de middelbare school. ‘Daar is toen hel en verdoemenis over uitgeroepen. Jan Blokker schreef in de Volkskrant over de culturele Stasi en de leespolitie.’

Die commissie maakte ook een fout, vindt Van Oostrom (1953), specialist in de middeleeuwse letterkunde, universiteitshoogleraar in Utrecht en tot 19 mei aanstaande nog president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. ‘Ze had moeten zeggen: dit zijn de 50 belangrijkste Nederlandstalige auteurs, dit zijn hun drie belangrijkste boeken. Kies zelf maar wat je daarvan wilt lezen. In plaats daarvan zeiden ze: dit zijn de 21 boeken die iedereen moet lezen.’

Ook het maatschappelijk klimaat was nog niet rijp voor een canon. In 1990 domineerde het ideaal van keuzevrijheid. Scholieren moesten zelf kiezen – anders zouden ze maar een hekel aan literatuur krijgen.

Aan het begin van de 21ste eeuw is het tij gekeerd. Nu vindt men dat de grote keuzevrijheid heeft geleid tot versnippering en degradatie van kennis. Scholieren weten misschien veel van de onderwerpen die ze interessant vinden, maar elementaire kennis van geschiedenis en cultuur ontbreekt nogal eens.

Chauvinisme

Chauvinisme
‘Dat merkte ik ook aan mijn eigen kinderen en studenten’, aldus Van Oostrom. ‘En dan verwacht ik echt niet dat ze de Slag bij het Manpad paraat hebben. Ik heb het over de grote bakens: wie was eerst, Karel de Grote of Karel V?’

Chauvinisme
In 2005 begon de commissie onder leiding van Van Oostrom aan het ontwerpen van een canon voor het basisonderwijs. Hoewel het maatschappelijk klimaat inmiddels canonvriendelijker was, waren er ook twijfels. Zou het überhaupt mogelijk zijn een canon te bedenken waarover alle Nederlanders het min of meer eens zouden zijn? Zou de canon geen voertuig worden voor een bedenkelijk soort chauvinisme? ‘De zuurste stukken werden gepubliceerd voordat de canon gepresenteerd werd. Alle azijnpissertjes lieten toen even van zich horen’, zegt Van Oostrom.

Chauvinisme
De definitieve canon, die door de commissie-Van Oostrom in oktober 2007 werd gepresenteerd, behandelt de Nederlandse geschiedenis in 50 ‘vensters’ – van de hunebedden tot de euro. Uiteindelijk werd het werkstuk positief ontvangen en vond het zelfs overal navolging. Er kwamen een bètacanon en een christelijke canon; provincies, regio’s en steden maakten hun eigen canon. Maar, zoals de Canoncommissie stelde in een advies dat afgelopen zomer verscheen: Nederland is goed in plannen maken, maar slecht in de uitvoering daarvan.

Chauvinisme
De goede ontvangst was een hoopgevend begin, maar nu moet de Canon ook echt tot het onderwijs doordringen. ‘Ons advies was een appèl aan de politiek: minister, néém die verantwoordelijkheid. Minister Plasterk heeft dat ook gedaan. De Canon wordt opgenomen in de kerndoelen voor het basisonderwijs, die in 2009 opnieuw worden geformuleerd. Dat is heel belangrijk. Het onderwijs werkt nu eenmaal binnen een kader van eisen. Als je daarbuiten valt, kun je het wel schudden.’

Inspirerend

Inspirerend
De grootste bureaucratische hobbel is hiermee genomen, maar nu moet de Canon zijn weg vinden in de klas. Een commissie kan nog zo’n mooie canon ontwerpen, uiteindelijk moet de leraar het doen. ‘De docent moet een inspirerend verhaal vertellen. Je kunt toch niet tegen die kinderen zeggen: hier is de Canon, daar is internet, er staat een Citotoets online, veel plezier ermee!’

Inspirerend
Tot haar leedwezen constateerde de commissie dat er aan de pabo’s minder dan 2 procent van de tijd aan het vak geschiedenis wordt besteed. ‘Ik ben op pabo’s te gast geweest. Daar zeggen studenten: ik weet hier inderdaad niks van. Maar ze zijn wel blij met de Canon, omdat het een concreet aanbod is. Het zijn maar 50 vensters. Als je die bijspijkert, ben je een heel eind.

Inspirerend
‘Ik heb ze ook gevraagd: waar moet de tijd voor meer geschiedenis vandaan komen? Toen zei een jongen, die heel veel bijval kreeg: "voor elk vak moet ik belachelijke contracten tekenen, waarin ik mijn verwachtingen en einddoelen moet definiëren. Achteraf moet ik weer evalueren of ik die doelen gehaald heb. Daar gaat een partij tijd mee heen! Die kan veel beter worden besteed aan Spinoza of de haven van Rotterdam."’

Inspirerend
Aan de Canon is mooi te zien hoe discussies over onderwijs altijd een slingerbeweging doormaken, zegt Van Oostrom. In 1990 werd het idee van een canon nog geassocieerd met een ‘culturele Stasi’; nu vindt de commissie-Dijsselbloem dat er ook voor andere schoolvakken een canon moet komen.

Inspirerend
Ook Van Oostrom gelooft dat het model geschikt is voor andere vakken. ‘Natuurlijk niet op dezelfde manier. Je moet er niet aan denken dat elk vak in 50 vensters wordt behandeld. Maar je zou voor elk vak een aantal mensen bij elkaar kunnen brengen die zich afvragen: wat is nu de kern? Wat zijn de dingen waarvan wij vinden dat leerlingen ze echt moeten weten?’

Inspirerend
De Canoncommissie pleit ook voor dunnere schoolboeken. Van Oostrom: ‘Een docent wordt nu gek van alles wat hij moet behandelen. De vergelijking met een tuin ligt voor de hand: een beetje snoeien voor een hernieuwde bloei.’

Inspirerend
Onlangs ruimde Van Oostrom zijn ouderlijk huis leeg, nadat zijn moeder was overleden. In de bibliotheek van zijn al eerder overleden vader vond hij de canon van een naoorlogse intellectueel: Orwell, Huxley, Pepys, Valéry, Rilke, Heine. ‘Allemaal literatuur van het hoogste niveau. In zekere zin ook heel overzichtelijk, als je het vergelijkt met het enorme aanbod van nu’, zegt Van Oostrom. Zo’n beperkte canon hoorde bij het elitaire standenonderwijs. Elk vak behandelde vooral de klassieken, die een beschaafd mens diende te kennen.

Inspirerend
Die stringente aanpak zal niet meer terugkeren. ‘Als ik alleen al aan mijn eigen schooltijd terugdenk. Er was een vrij hard systeem. Het is niet zo vreemd dat men meer aandacht is gaan besteden aan didactiek. Ook bij het doceren van de Canon moet je toch aansluiten bij wat kinderen interessant vinden, om zo de stof tot leven te wekken.

Inspirerend
‘Het zou verschrikkelijk zijn als ze later zeggen: die Canon, die moesten we op school uit onze kop leren. We moesten alle 50 vensters van achteren naar voren kunnen opzeggen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden