Reconstructie

Uiteindelijk kwam de vaccinatiecampagne toch op stoom: ‘Er hadden heel wat doden voorkomen kunnen worden’

De prik Beeld Arie Kievit
De prikBeeld Arie Kievit

En zo kwam het toch nog goed. Ruim vijf maanden en 13 miljoen prikken na die eerste vaccinatie op een Veghels industrieterrein, kunnen nu álle 18-plussers een vaccinatieafspraak inplannen. Een soepele inentingscampagne was het allerminst. ‘Er hadden heel wat doden voorkomen kunnen worden.’

6 januari – Struikelend uit de startblokken

Vanachter hun mondkapjes kijken minister Hugo de Jonge en vaccinatiebaas Jaap van Delden opgelucht toe als ouderenzorgmedewerker Sanna Elkadiri een naald in haar arm krijgt. Op 6 januari, op een industrieterrein in Veghel, gaat de Nederlandse vaccinatiecampagne van start. Eindelijk.

Het chagrijn klotst in het land dan al weken over de plinten. Duitsland? Al begonnen. België? Al begonnen. Bulgarije? Al begonnen. Van alle 27 lidstaten van de Europese Unie begint Nederland als allerlaatste. ‘Een valse start’ zou de vaste titulatuur van De Jonge worden voor dit fiasco.

In de aanloop naar die eerste prik hebben alle instanties in Nederland die maar iets met de zorg te maken vooral veel vergaderd. Hoe registreren we die prikken? Wie prikt wie? Hoe vervoeren we Pfizer, met z’n bewaartemperatuur van -70 graden Celsius? En hoe gaan we de GGD nu al een belangrijke rol geven in het prikproces, nu het niet lukt de grote Pfizer-verpakking om te katten naar kleinschalig-verpleeghuisformaat? Hard nodig die voorbereidingen, want zorgvuldigheid is troef, bezweren de partijen.

Er gaat van alles mis die dagen. Omdat het RIVM er maar niet in slaagt de vaccins kleinschalig toe te dienen, gaan de eerste vaccins niet naar de ouderen zelf, maar naar de – mobiele – medewerkers van de verpleeghuizen. Al snel blijkt: er zijn instellingen die ook hun koks, schoonmakers en managers voorrang geven.

Het lobbycircuit draait inmiddels overuren. De ziekenhuizen krijgen 30 duizend vaccins voor hun acutezorg-personeel, nadat Ernst Kuipers en Diederik Gommers bij actualiteitenprogramma Nieuwsuur hun beklag hebben gedaan. Die lobby slaagt wel. Nodig om de ic- en covid-zorg in de lucht te houden, en dus passend in de vaccinatiestrategie, beslist De Jonge.

Dat besluit leidt tot de eerste van vele clashes tussen het ministerie en de huisartsen. Want, zo stellen die laatsten, óók huisartsen verlenen acute zorg, ze komen bij covid-patiënten thuis, en zonder hen dondert de hele zorgketen in elkaar.

De locatie in Malden ging op 11 maart open en heeft acht zogeheten ‘prik­lijnen’. Beeld Arie Kievit
De locatie in Malden ging op 11 maart open en heeft acht zogeheten ‘prik­lijnen’.Beeld Arie Kievit

Op een gegeven moment, zo bezweren bronnen op het ministerie, dreigt de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) dat huisartsen pas ouderen zullen gaan vaccineren als zij eerst zelf zijn gevaccineerd. Het is een aantijging die het LHV met klem ontkent, maar die kenmerkend is voor de soms slechte verhoudingen tussen de partijen. Uiteindelijk komen ministerie en huisartsen tot een vergelijk: zodra zij de eerste ouderen met Moderna prikken, mogen zij ook zichzelf daarmee vaccineren.

De Gezondheidsraad – het belangrijkste medische adviesorgaan – ziet met lede ogen aan aan hoe er op 11 januari al 31 duizend zorgmedewerkers zijn gevaccineerd en 350 duizend prikafspraken voor zorgmedewerkers zijn ingepland, maar nog geen één oudere een prik heeft gekregen. De Raad adviseert: minimaal 90 procent van de vaccins naar de ouderen.

Die trage start blijft knagen, vindt hoogleraar evaluatie van de gezondheidszorg Carin Uyl-de Groot, lid van de Gezondheidsraad. ‘Nu is iedereen blij dat het vaccineren goed loopt, maar deze vaccinatiecampagne had op zo veel punten beter gekund. Er hadden heel wat doden voorkomen kunnen worden, als het vaccineren eerder op stoom was gekomen.’

14 maart – AstraZeneca gooit roet in het eten

Het is zondag 14 maart en Ton de Boer heeft geen fijne ochtend. Hij is voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen, en krijgt de bevindingen van zijn Scandinavische collega’s onder ogen. Het lijkt mis met AstraZeneca. Er zijn aanwijzingen voor een zeer zeldzame, maar rampzalige bijwerking: een combinatie van bloedstolsels door het hele lichaam in combinatie met een tekort aan bloedplaatjes.

De Boer licht minister De Jonge in, die tot een spoedoverleg maant. Zeker tien personen, van het bijwerkingencentrum Lareb tot en met de Gezondheidsraad en de GGD, schuiven aan. De Boer, en ook Jaap van Dissel van het RIVM, beiden met een medische achtergrond, praten de minister bij over de opgetreden aandoeningen, maar het is De Jonge die uiteindelijk in z’n eentje de beslissing moet nemen. Om acht ’s avonds, tijdens alweer een videomeeting via Webex, is hij eruit: het prikken met AstraZeneca - door een escalerende ruzie met de Europese Commissie vanwege tegenvallende leveringen toch al het zorgenvaccin - gaat op pauze.

GGD’s en huisartsen moeten halsoverkop tienduizenden prikafspraken afzeggen. Een voorzorgsmaatregel, bezweert De Jonge, nodig om uit te zoeken wat er eigenlijk aan de hand is, om het vertrouwen op peil te houden, om de hoge vaccinatiebereidheid vast te houden. Al op donderdag geeft het Europees Geneesmiddelenbureau EMA uitsluitsel; de voordelen van het vaccin wegen huizenhoog op tegen het – nog altijd niet officieel vastgestelde – risico van een bijwerking.

Alles verandert op Goede Vrijdag, 2 april. Bijwerkingencentrum Lareb komt met het nieuws dat bij vijf Nederlandse gevaccineerden (allen vrouw, tussen de 25 en 65 jaar) de ernstige complicatie is opgetreden: een van hen is eraan overleden, de vier anderen zijn ernstig invalide geraakt. Vijf gevallen op 200 duizend relatief jonge AstraZeneca-gevaccineerden. Het doet De Jonge besluiten opnieuw op de pauzeknop te drukken, maar nu alleen voor de 60-minners. Boven de 60 jaar lijkt er immers niets aan de hand.

Per 3 minuten kunnen er in Malden acht mensen worden gevaccineerd, zo meldt de GGD op de website. Beeld Arie Kievit
Per 3 minuten kunnen er in Malden acht mensen worden gevaccineerd, zo meldt de GGD op de website.Beeld Arie Kievit

Onthutst kijken ambtenaren die avond naar het Journaal van zes uur. Hun belangrijkste boodschap (doorprikken boven de 60 levert geen vertraging op in het vaccinatieprogramma, omdat alle beschikbare AstraZeneca-vaccins nodig blijven en veilig zijn voor de 60-plussers) komt volgens hen totaal niet over. Boos pogen de ministerie-medewerkers tussen 18 en 20 uur de NOS te bewegen het Journaal-item aan te passen. Tevergeefs.

Het onbegrip over de stap van De Jonge is groot. Huisarts Toosje Valkenburg, met een praktijk in De Bilt, is razend als ze het hoort. ‘Als je twee keer de pauzeknop indrukt, dan ben je verloren. Onze patiënten, ook de 60-plussers, raakten het vertrouwen in AstraZeneca volledig kwijt. De Jonge is minister van Volksgezondheid, hij moet aan het volledige beeld denken, aan alle ziektegevallen die met het vaccin worden voorkomen. Niet aan die enkele, individuele patiënt. En hij moet het aan ons overlaten om patiënten te informeren over de risico’s en complicaties. Dat is namelijk wat dokters doen, elke dag opnieuw.’

Ook Daniëlle Timmermans, hoogleraar risicocommunicatie aan het Amsterdam UMC, vindt dat het ministerie terughoudender had moeten reageren. ‘We wisten al van tevoren dat er onbekende bijwerkingen zouden opduiken. Daar had de overheid burgers op moeten voorbereiden. Deze stop was niet nodig.’

Want het vaccin mag in enkele gevallen tot de dood leiden, niet-vaccineren doet dat ook, zegt de huisarts. Bij Valkenburg in de praktijk overlijdt een ouder echtpaar: zij kwamen met corona op de ic en redden het niet. Door alle commotie hadden zij afgezien van hun AstraZeneca-vaccin.

Bij een soortgelijk geval in het Zuyderland-ziekenhuis in Geleen reageert De Jonge middels een open brief. ‘Aan ons allemaal de taak om iedereen ervan te doordringen dat vaccins noodzakelijk en effectief zijn. En veilig. En om dat laatste met gezag te kunnen zeggen, moeten we signalen over (ernstige) bijwerkingen serieus nemen en daar naar handelen.’

Op 8 april adviseert De Gezondheidsraad: doorprikken met AstaZeneca, maar alleen bij 60-plussers. Dat advies neemt De Jonge een dag later over. Berekeningen laten zien dat bij onverminderd doorprikken er tot 90 (jonge) zorgmedewerkers zouden zijn overleden of invalide geraakt door het vaccin.

Dat advies is ‘het belangrijkste leermoment uit deze periode’, zegt Gezondheidsraadslid Carin Uyl- de Groot. Nog steeds staat zij volledig achter de boodschap ervan: bestem dit vaccin alleen voor 60-plussers. Maar wat dit advies maatschappelijk teweeg zou brengen, hebben we onderschat, zegt zij nu. ‘Het beeld ontstond: er is iets mis met dat vaccin. Toen werd het lastig om de leeftijdsgroep van 60- tot 65-jarigen duidelijk te maken dat zij een goed vaccin kregen.’ Hiervan heeft de Gezondheidsraad geleerd, zegt Uyl. ‘Op zulke cruciale momenten moet de Gezondheidsraad meer aandacht besteden aan de communicatie.’

Dat dit beeld zou ontstaan, ‘had elke huisarts kunnen vertellen’, zegt Valkenburg. ‘Er is te weinig expertise bij de overheid over hoe burgers risico’s inschatten’, zegt ook Timmermans, die haar onderwijsdia’s van de Mexicaanse griep over hoe overheidscommunicatie níet moet inmiddels heeft vervangen door corona-slides.

Maar het ministerie is nog steeds overtuigd van de juistheid van de keuze. Daar wijzen ze op de bijna Europese-recordhoge vaccinatiebereidheid van 90 procent in Nederland. Mede bereikt door bij de geringste twijfel onmiddellijk te stoppen met AstraZeneca. Dat heeft het vertrouwen in de vaccinatiecampagne op lange termijn juist verhoogd, is op VWS de stellige overtuiging.

Door de gebrekkige registratie is nog altijd niet duidelijk hoeveel zestigers uiteindelijk van een vaccin hebben afgezien. Als begin juni AstraZeneca-weigeraars alsnog mogen kiezen voor de mRNA-vaccins, maken daar in totaal 50 duizend mensen gebruik van.

Het vaccinatiepaviljoen van de GGD in het Gelderse Malden, vrijdag. Beeld Arie Kievit
Het vaccinatiepaviljoen van de GGD in het Gelderse Malden, vrijdag.Beeld Arie Kievit

Februari-juni: de huisartsen worden hoorndol van de wijzigingen

Toen Duitsland-correspondent Sterre Lindhout eind november vorig jaar de congreshal Phoenix Contact Arena in het stadje Lembo bezocht, noteerde ze ‘verschuifbare wanden van gelig imitatiehout, onbarmhartige verlichting en een holle akoestiek’. Maar er was ook een plan: 170 mensen per uur door die ene ingang, geleid door zes vaccinatiestraten. In gereedheid per begin december.

Toen journalisten in Nederland aan het RIVM vroegen of dat hier niet ook alvast moest gebeuren, luidde het antwoord dat een vaccinatiecampagne meer gebaat was bij slimheid dan bij dergelijk spierballenvertoon. En Nederland had immers het fijnmazige netwerk van de huisartsen.

Die 5.500 praktijken, verspreid tot in het kleinste dorp, hadden in de herfst probleemloos en coronaproof immers miljoenen mensen van de griepprik voorzien. Dat zij dus een prominente plek in de vaccinatiestrategie zouden innemen was zonneklaar.

De praktijk van de pandemie bleek weerbarstiger, zegt huisarts Toosje Valkenburg, ook actief betrokken bij artsencomité Het Roer Moet Om.

De uitvoering van de campagne wisselde voortdurend. Door de tegenvallende leveringen kwamen steeds kleinere groepjes op een ander moment in aanmerking voor een prik. Het leidde ertoe dat de huisartsen zich tot hun eigen verrassing zagen opgezadeld met de taak om alleen de mensen geboren in de jaren 1960-1956 in te enten met AstraZeneca – en een heel specifieke groep niet-mobiele, thuiswonende ouderen. Aan de ‘griepprikkers’ – hun eigenlijk doelgroep – zijn ze nooit toegekomen.

‘Ik denk dat het ministerie en het RIVM onderschatten wat zij ons hebben aangedaan, en dan met name onze assistentes’, zegt Valkenburg. ‘Na elke wijziging van het RIVM werden we platgebeld, de mailbox liep over, er waren weken dat we nergens anders meer aan toekwamen dan aan vaccinatievragen beantwoorden. Als er iets niet goed ging, hadden de huisartsen het gedaan, wij waren het gemeenschappelijke mopperonderwerp.’

Die irritatie klinkt op de top van het ministerie net zo goed. De samenwerking was ‘vreselijk’, leverde ‘altijd gedoe’ op. Niet voor herhaling vatbaar, luidt de conclusie. En toen de grieppriek-patiënten aan de beurt waren om te worden gevaccineerd, was al snel duidelijk: de huisartsen nodigen hun patiënten uit, maar de GGD’s gaan prikken. De verstandhouding daarmee is immers uitstekend, aldus een bron op het ministerie. ‘Als wij vroegen: jump! Dan zeiden zij: how high?

Het bewijs Beeld Arie Kievit
Het bewijsBeeld Arie Kievit

10 april – De GGD’s komen op snelheid

Het weekend van 10 april zit het GGD-vaccinatieteam gespannen bij elkaar. Voor het eerst worden 70-minners op basis van hun leeftijd uitgenodigd voor hun vaccinatieprik bij GGD. Het zijn bovendien de eerste jaargangen die te horen krijgen: u hoeft niet op de uitnodigingsbrief te wachten om een afspraak te maken. En: doet u dit alstublieft online.

Van de ouderen die tot dan toe zijn uitgenodigd, maakte niet meer dan 20 procent de prikafspraak online. Bij de GGD weten ze: als die verdeling zo blijft, dan redt het callcenter het niet bij straks zo’n 1,5 miljoen prikken per week. Maar, is nu de grote vraag, zou het systeem het wel houden als de jongere leeftijdsgroepen massaal gaan inloggen?

Die zaterdag en zondag maken 200 duizend personen hun prikafspraken. 80 procent doet het online. ‘Zondag wisten we dat wat we hadden gebouwd ook echt werkte: het grootschalig maken van afspraken kon beginnen’, vertelt Tiemen Bloemberg, de programmadirecteur testen en vaccineren van de koepelorganisatie GGD GHOR.

Voor Bloemberg is dit weekend een bepalend moment in de vaccinatiecampagne. Het is ‘de omschakeling naar grootschalig vaccineren’. Het helpt dat farmaceut Pfizer de week erop bekend maakt dat zij de leveringen flink opschroeft, tot boven de 1 miljoen vaccins per week. Naar die versnelling is reikhalzend uitgekeken, na de eerste maanden van een schier-eindeloze rij van subgroepen en versnippering.

‘Wat niet hielp, was dat telkens nieuwe aparte doelgroepen voorrang kregen’, zegt Nicolette Rigter, directeur van de coronaprogramma-organisatie van de GGD-koepel GHOR. Behalve het zorgpersoneel en personen met een kwetsbare gezondheid mogen bijvoorbeeld ook olympische sporters en ME’ers zich eerder melden voor een prik. Hoe logisch en belangrijk het ook is om met name kwetsbare mensen zo snel mogelijk te vaccineren, deze aparte voorrangsgroepen werken op het systeem als ‘klonten in de zandloper’, zoals Rigter het verwoordt.

Het liefst, zegt Rigter, ‘wil je de deur openzetten, en kom maar’. ‘Dat gaat veel sneller. Toen de aparte groepen waren geweest en het puur aftellen was van jaartallen, konden we echt snelheid maken.’ Door de toegenomen vaccinleveringen heeft Nederland in juni bovendien de luxe om voornamelijk te gaan vaccineren met de vaccins van Pfizer en Moderna. Met nog slechts een marginale rol voor het vaccin van Janssen: dat een goed en effectief vaccin is, beklemtoont de Gezondheidsraad, maar er zijn nu betere beschikbaar.

Vanuit een heel andere wereld is Bloemberg in oktober de publieke gezondheidszorg ingerold: eerder regelde hij bijvoorbeeld de productie van het ijs van Ben&Jerry’s. Hij komt met het idee ten allen tijde aanzienlijk meer capaciteit beschikbaar te hebben bij het testen en vaccineren dan nodig is. Met extra armslag kun je veel beter inspelen op de vele hobbels op het onvoorspelbare vaccinatiepad: noem een prikstop van een bepaald vaccin of grillige leveringsschema’s.

Ook het gele vaccinatieboekje is welkom. Beeld Arie Kievit
Ook het gele vaccinatieboekje is welkom.Beeld Arie Kievit

Die zichtbare overcapaciteit wordt aanvankelijk ook tegen de GGD gebruikt. Dan tonen de tv-journaals lege vaccinatiehallen, met een voice-over: ‘Kijk de GGD-medewerkers eens duimendraaien.’

Maar half mei schiet dan de priksnelheid omhoog en draaien de 140 vaccinatielocaties van de GGD’s eindelijk voluit. Dat heeft z’n effect op de vaccinatiestemming in het land. Het communicatieteam van VWS bereidt steeds vrolijker tweetjes en Instagram-posts waarin Hugo de Jonge – altijd als eerste – aankondigt dat nieuwe geboortejaren aan de beurt zijn. Niet langer gaan op sociale media de beelden rond van lege vaccinatiehallen, maar selfies van blije geprikten, die zich steevast onder de indruk tonen van de prik-organisatie.

Het is een welkom warm bad voor de GGD, het RIVM en het ministerie, waar – in de woorden van De Jonge – al anderhalf jaar duizenden mensen ‘zich zeven dagen per week het schompes werken’. Zelf weet de minister vaak ‘niet meer welke dag het is’. Werkdagen van zeven uur ’s ochtends tot twaalf uur ‘s nachts zijn gemeengoed.

Uiteindelijk, zegt de Groningse hoogleraar economie van de volksgezondheid Jochen Mierau, ‘is de vaccinatiecampagne beter verlopen dat ik vooraf had verwacht’. Niet langer bungelt Nederland onderaan in de Europese lijstjes, maar draait mee in bovenste regionen.

Toch, zegt Mierau, meer dan een 7 verdient Nederland niet. De registratie hapert nog steeds. En die is wel nodig om toestanden zoals in Groot-Brittannië te voorkomen, waar besmettelijker varianten in gebieden en achterstandswijken waar de vaccinatiegraad laag is, om zich heen kunnen grijpen.

In de vaccinatiehallen prikken de GGD’s ondertussen anderhalf miljoen vaccins per week weg. Alle 18-plussers kunnen zich nu voor een vaccinatie aanmelden. Ruim dertien miljoen prikken zijn gezet.

De waardering voor de vaccinatiecampagne strekt zich inmiddels uit tot aan de Scheveningse haringvissers. Normaal gesproken veilen ze hun eerste tonnetje Hollandse Nieuwe voor het goede doel. Dit jaar niet. Dit jaar schonken zij het vaatje aan de medewerkers van de GGD. Hugo de Jonge was ook uitgenodigd. Hij kon niet, hij was te druk.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden