'Uiteindelijk heb ik nooit gefaald'

Vanaf 1 januari is Gerard Bouman (60) de eerste Blauwe Baas. De 26 politiekorpsen worden dan één nationaal korps, waarvoor hij verantwoordelijk is.

egin jaren zeventig: agent Gerard Bouman - een twintiger met bakkebaarden - zit op een Rotterdams politiebureau. Zodra zijn chef naar de wc gaat, pakt hij de hoorn van diens bakelieten telefoon. Hij druk de hoorn stevig op het stempelkussen en sluipt naar een ander kamertje. Als zijn chef is teruggekeerd, belt Bouman hem vanuit de andere ruimte. 'Lachen dat we deden. Dan liep de chef de hele dag rond met een blauw oor van de inkt', vertelt zijn oude maatje Cor 'Ouwe Kaas' van Leeuwen.

Acht jaar werkt Bouman als agent op straat en op de motor. In 1978 vertrekt hij en begint hij - via het Openbaar Ministerie en de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) - zijn klim naar de top. Dit jaar bereidde hij de grootste reorganisatie uit de geschiedenis van de publieke sector voor: de komst van de Nationale Politie. Vanaf 1 januari smelten 26 korpsen samen tot één en wordt Bouman de eerste Blauwe Baas. Het is zijn taak om de politie efficiënter, effectiever en klantvriendelijker te maken. Wie is deze supercop? De drie 'mannen' die Gerard Bouman is.

de stoere agent

Niet alleen Ouwe Kaas heeft een bijnaam in de jaren zeventig. Zijn 'vaste klanten' noemen Bouman soms 'de Bleke', aldus zijn politiemaatje. Bouman zelf kan zich dit niet herinneren. Hij is immers niet een angstig type dat bleek wegtrekt als het spannend wordt.

Sterker nog: Ouwe Kaas en hij 'happen onverschrokken keien' in de Rotterdamse achterstandswijk. En als hij in 1974 tijdens de gijzeling op de Franse ambassade op 25 meter afstand van de gewapende gijzelaars ligt met een karabijn in de hand, voelt hij geen angst, maar adrenaline.

Bent u nooit bang?

'Ohh, dat is een verschrikkelijk verhaal, dat geloof je bijna niet. Ik zat met Gerard Kampion, mijn mentor, in de nachtdienst. Er komt een melding binnen dat er een leeuw los zou zijn in een striptent. Terwijl wij komen aanrijden, rennen mensen in paniek naar ons toe. Ze brullen: 'De leeuw is los.' Eenmaal aangekomen bij de striptent, zien we een oud busje. Daarin ligt een leeuw, een heel groot beest.

'Maar de melding is dat er in de striptent, behalve mensen, nóg een leeuw is. En die is los. We hadden toen een FN10-pistooltje. Ik dacht: 'Wat moet ik hiermee tegen zo'n leeuw? Ik schiet mijn pistool leeg en dat is het dan.' Ik trek langzaam de deur open en verwacht dat elk moment een leeuw op me springt. Maar wat blijkt: hij zit nog in de kooi. Hij had een stripper aangevallen, zij overlijdt later. Zij was aan het strippen in de kooi, samen met een dompteur die misschien wat dronken was.'

U refereert vaak aan uw verleden als Rotterdamse straatagent, waarom?

'Ik kwam van de mulo op mijn 17de en een vriendje ging naar de politieopleiding. Het leek me ook wel spannend. Ik heb acht jaar als agent gewerkt en in die periode ben ik volwassen geworden. De kameraadschap was geweldig.

'Mensen zeggen dat we nu in een gewelddadige tijd leven, maar het haalt het niet bij die jaren. Aanslagen, bommen, gijzelingen, ME-optreden. Dat alles bij elkaar heeft een geweldige impact op je leven.

'Ik heb geleerd dat een groot succes en een mislukking heel dicht bij elkaar liggen. En dat je snel moet schakelen als agent: zo ga je rollend over straat en even daarna ben je bezig om een verdwaald oud vrouwtje naar huis te brengen en ontdek je dat ze tegen haar geranium praat alsof het haar man is.'

Sommigen zeggen: heb je hem weer met stoere verhalen uit de oude doos.

'Iedereen moet maar vinden wat-ie van me vindt. Populair zijn is niet mijn missie.'

Is het imago van stoere straatagent belangrijk voor u?

'Ik weet niet eens of ik het zo koester. Ik was een stoere agent. Ja, dat was ik. En toen ik korpschef was van Haaglanden, was ik een stoere korpschef. Ik weet nog, in 2005, dat ik bij de ME stond toen havenwerkers slaags raakten met de politie. Ik dacht: ik heb het verkeerde pak aan. Ik moet een ME-pak aan. Is dat vanwege stoerigheid? Nee, dit is wat ik bén.

'Mijn primaire gevoel is dat ik niet in de vergaderzaal hoor. Als het misgaat, dan ben ik er. Ik wil er zijn.'

Onlangs schreef u dat de politie het verleerd is gebruik te maken van geweld en dat haar gezag wordt ondermijnd. Zijn agenten niet stoer genoeg?

'Nee, dat is het niet. Mijn mentor was nog van een generatie agenten tegen wie je niet lelijk deed. Als je dat wel deed, kreeg je daar spijt van. Daarna heeft de politie een periode gekend waarin de agent je beste vriend was en waarin we zeiden dat de pet ons allemaal paste.

'Nou, ik heb goed nieuws: ik ben niet je vriend, maar ik help je wel als je in nood bent en ik treed op als het misgaat. En die pet? Die past ons niet allemaal.'

Moet de politie meer geweld gebruiken?

'Nee. Maar er is wel een tijd geweest dat het gebruik van geweld uit het politievak werd gedrukt, alsof het er niet bij hoorde. Agenten gebruiken niet graag geweld, maar het hoort wel bij het vak.'

Heeft u zelf ooit geschoten?

'Nee.'

Bijna geschoten?

'Tijdens een nachtdienst kwam er een melding binnen over een inbraak. Wij komen aanrijden. Op de hoek van een dak zie ik wat bewegen. We gaan, en ik weet niet meer hoe, de daken van de huizenrij op. Ik spring van het ene dak op het andere. Totdat we op het dak aankomen waar ik wat gezien heb. Daar staat een hek, ik moet eerst op dat hek klimmen en eraf springen.

'Het is donker, dus ik kan het niet goed timen. Ik klap door mijn enkel en kan niet meer lopen. Vanachter de schoorsteen komen twee mannen. Eentje komt met een grote schroevendraaier op mij af. Ik zit op mijn eentje op het dak, mijn collega springt niet. Ik pak mijn pistool en zeg: ga platliggen, anders schiet ik. Dat deden ze, anders zou ik absoluut hebben geschoten.'

de zorgende echtgenoot

Het is maandag 6 maart 1989: vier vrouwen wachten nietsvermoedend op een metro op het Rotterdamse station Zuidplein. Dan komt Glenn M. (27) aangelopen. Hij is boos, boos omdat zijn blanke vrouw hem heeft verlaten. 'Ziekelijke angst-, haat- en minderwaardigheidsgevoelens' maken zich van M. meester, zal de rechter later zeggen. Hij trekt zijn mes en steekt de vier blanke vrouwen neer. Drie overlijden, één overleeft. Dat is kunstenares Heleen Dekker.

Niet veel later ziet Bouman deze roodharige vrouw in de rechtbank. Hij is dan officier van justitie en zijn huwelijk is net stukgelopen. Het leven van de vader, die alleen de zorg heeft voor twee kinderen, wordt gevuld met dagelijkse beslommeringen. Maar zodra hij haar ziet, is hij 'van de wereld'. Het verhaal van onze relatie is net een sprookje, zegt hij. Eentje dat ermee begint dat hij niet oplet en met zijn hoofd tegen een deurpost botst. 'Dat is 23 jaar, drie maanden en één dag geleden. Ik tel elke dag.'

Hebben de ervaringen van uw vrouw invloed op uw werk gehad?

'Ze hebben me tot op het bot laten beseffen wat voor impact grote gebeurtenissen op slachtoffers kunnen hebben. Als ik haar niet had gekend, zou ik nooit hebben kunnen beseffen hoelang zoiets doorwerkt.

'Wij wonen in een goed beveiligd huis. Maar hoe veilig het ook is, ik kondig mijn komst altijd aan. We hebben daarvoor een extra belletje. Anders schrikt Heleen. We zijn nu 23 jaar verder. Ze is de mooiste vrouw ter wereld en een ontzettend dapper mens, maar ze is nog steeds getekend.'

U bent dus behalve een stoere agent, ook een zachte man.

'Ik laat niets in de steek. Ik kom uit een waanzinnig hecht gezin. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, zei ze: Gerard, je moet er altijd voor je zus zijn. Dus ik antwoord: ik weet niet of ik daar tijd voor heb. Gerard, doe niet zo, reageerde ze. Natuurlijk zal ik er voor haar zijn, ma. Dat hoef je niet te zeggen. Ik zal mijn zus altijd beschermen. En toen mijn zus een lelijke operatie onderging omdat ze kanker had, zei zij: Je moet er voor mijn dochter zijn.

'Het is onbestaanbaar dat ik er niet ben.'

de kordate topman

'Als Bouman de Blauwe Baas wordt, ga ik weg.' Het is begin 2011 als sommigen in de Raad van Korpschefs dit fluisteren. Zijn naam circuleert voor de hoogste post. Hij is geen vreemde voor de toenmalige politietop, want nadat hij de Haagse hoofdofficier van justitie was geweest en voordat hij spionnenbaas werd van de AIVD, was Bouman korpschef van Haaglanden. De andere politiebazen weten dat hij wordt geroemd om zijn daadkracht en onconventionele aanpak. Maar ze kennen ook de keerzijde: een deel beschouwt hem als bot en hard. Ook over zijn Rotterdamse gevoel voor humor - propjes gooien, bananenschillen in iemand tas stoppen of een kroket pletten tussen andermans stukken - wordt verschillend gedacht.

Ook Bouman weet dat hij in die tijd 'een buitenbeentje' is in de Raad. Dat komt niet doordat de zoon van een bouwvakker zich niet op zijn gemak voelt in de top. Immers: ook al bij het 'brave' OM bewoog deze jongen uit de Rotterdamse volksbuurt zich in de hoogste geledingen. Van de opgetrokken wenkbrauwen als hij kwam aanrijden in zijn Ford Mustang of Chevrolet Corvette, trok hij zich niks aan.

Zijn gevoel dat hij niet past in de Raad van Korpschefs, komt voort uit ergernis. Ergernis over de besluiteloosheid. Als de 26 korpschefs het onderling niet eens worden, schuiven ze het probleem voor zich door een werkgroepje in te stellen. In de tussentijd gaat iedereen zijn eigen gang.

Hoe vindt u het om een streep te halen door de politiepoldercultuur?

'Heerlijk.'

Wat betekent uw komst voor andere politiechefs?

'We zijn te zeer de manager geworden, staan te veel op afstand. De politie heeft een operationeel type leider nodig. Ik kan nooit meer in de noodhulp werken, dat niveau haal ik na al die jaren niet meer. Maar als politiechef moet je wel weten wat die mensen doen en wat het werk met ze doet. Je moet je verbonden voelen.

'Een agent op straat kan alles overkomen. Tijdens je dienst kan je een oud vrouwtje helpen of je kan in een vechtpartij belanden. Zodra je het politiebureau binnenkomt, moet je je veilig voelen. En je gesteund voelen door de leidinggevende.'

Als ik rondbel over u vallen naast termen zoals 'daadkrachtig', ook de woorden 'bot', 'angst' en 'te hard'. Dat klinkt als het tegenovergestelde van de empathische chef waarvoor u pleit.

'Ik kan heel direct zijn. Ik hou er niet van om dingen te laten sudderen. Als mensen dat confronterend, of zelfs bot vinden, ja, dat is dan maar zo.'

U denkt nooit: ik ben te bot?

'Nee. Ik reageer heel direct. Als ik achteraf denk dat ik niet goed heb gereageerd, zeg ik dat ook. Ik weet dat ik bot kan zijn, maar ik kan er niet wakker van liggen.'

De Nationale Politie wordt door minister Opstelten gepresenteerd als wondermiddel. De politie kan vanaf 1 januari veel sneller opschalen, zodat rellen zoals in Hoek van Holland niet meer voorkomen. Aangifte doen, moet klantvriendelijker worden. Georganiseerde misdaad zal effectiever worden bestreden. Dat zijn veel beloften. Hoe groot is de kans dat deze megaklus een deceptie wordt?

'Het wordt geen panacee voor alles, maar ik geloof dat het goed komt. Ik faal niet.'

Heeft u wel eens gefaald?

'Nee. Natuurlijk ben ik niet zonder zonden, onderweg maak je fouten. Maar uiteindelijk heb ik nooit gefaald.'

Twijfelt u wel eens aan uzelf?

'Nee, ik weet wat ik kan.'

U heeft veel reorganisaties geleid bij het OM en de AIVD. Welke was het minst geslaagd?

'Geen één.'

Er wordt gezegd dat u de juiste persoon bent in deze fase van de reorganisatie. Besluitvaardig en niet bang om impopulair te worden. Maar velen verwachten dat zodra de locomotief op de rails staat, een 'populairdere politiebaas' ermee wegrijdt.

'Ik ben voor zes jaar benoemd. Die ga ik volmaken. Denk niet dat je je kunt verstoppen tot ik weg ben, dan moet je lang bukken.'

2012 in 19 interviews

Vandaag het zesde deel in een dagelijkse interviewserie die op 22 december wordt afgerond met een interviewkatern.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden