Uitbreiding verlamt de EU

De Europese Commissie heeft de moeilijkste onderdelen van de gevoelige onderhandelingen met de kandidaat-lidstaten tot het laatst bewaard. Die onderhandelingen zijn nog geenszins naar tevredenheid afgerond. Toch stelt de Commissie voor tien kandidaten tegelijk toe te laten, ondanks diverse uitspraken van Europese Raden dat alle kandidaten op hun eigen merites moeten worden beoordeeld, waardoor het niet mogelijk is alle kandidaten tegelijk over de finish te laten gaan.

Het probleem met het tegelijk toelaten van tien kandidaat-landen, terwijl de onderhandelingen over de moeilijkste en gevoeligste dossiers nog lopen, is dat de druk op de kandidaten om concessies te doen, wegvalt.

Dit kan alleen worden opgelost door het besluit over de toetreding voorwaardelijk te maken, dat wil zeggen dat de toetreding op het geplande tijdstip niet doorgaat als nog niet alle voorwaarden zijn vervuld. Anders zou je van het onderhandelingsproces een lachertje maken.

Het politieke belang van de uitbreiding is om Midden-Europa te binden aan het democratische en marktgeoriënteerde systeem van de Europese Unie. Door de eisen die de EU aan de kandidaat-toetreders heeft gesteld op het gebied van mensenrechten en de inrichting van de maatschappij, en door de sturing die de EU daarbij heeft gegeven, is er in Midden-Europa een ongelooflijk snelle transformatie van verticaal geleide planeconomie naar markteconomie geweest. Zonder de ambitie van de kandidaten om lid te worden van de EU, had Midden-Europa er waarschijnlijk veel chaotischer en minder tolerant uitgezien.

Veel van de doelstellingen van de uitbreiding zijn daarmee nu al goeddeels bereikt. Om deze vooruitgang vast te houden en voort te zetten, en omdat het die landen nou eenmaal is beloofd, is volledige deelname van die landen aan de EU gewenst. Dit geldt echter vooral voor de drie Baltische staten en de vijf kandidaten uit Midden-Europa.

Malta en Cyprus is toch een ander verhaal. In Malta is de toetreding tot de EU politiek zeer omstreden: de toetredingsaanvraag is door de vorige regering al eens ingetrokken, en de huidige oppositie belooft dat straks weer te zullen doen.

In Cyprus heeft de EU het verdeelde eiland niet bij elkaar kunnen brengen. Turkije uit dreigementen tegen eenzijdige Grieks-Cypriotische toetreding, terwijl Griekenland op haar beurt de hele uitbreiding dreigt tegen te houden als Grieks-Cyprus niet toegelaten wordt.

Terwijl het perspectief op toetreding in Midden-Europa de noodzakelijke maatschappijhervormingen in gang heeft gezet, is de uitbreiding bepaald minder rooskleurig voor de EU zelf. De wijze waarop de EU tot besluiten komt, heeft al geen gelijke tred kunnen houden met de uitbreiding van de oorspronkelijke zes leden tot de huidige vijftien. Dat uit zich in het vastlopen van de besluitvorming op terreinen die de lidstaten van de EU graag gezamenlijk aan zouden willen pakken, zoals milieu- en rentebelasting, ondernemingsrecht, of buitenlands- en veiligheidsbeleid.

Doordat in de Unie van vijftien het nemen van eenduidige besluiten vaak al een onmogelijke opgave is, neemt de neiging tot het zoeken naar nationale oplossingen toe.

Het huidige, alleen door experts te doorgronden byzantijnse bouwwerk ondergraaft reeds de legitimiteit van de EU (als de opkomst bij Europese verkiezingen daarvoor tenminste als graadmeter gezien mag worden). Uitbreiding van deze Unie met tien nieuwe leden zonder ingrijpende wijzigingen, is dan ook volstrekt onverantwoordelijk.

Het Verdrag van Nice, over welks lot de Ieren over enkele dagen in een referendum stemmen, is absoluut niet die ingrijpende wijziging. Het Verdrag van Nice is bedoeld om de besluitvorming in de EU soepeler te laten verlopen, opdat de boel niet in de soep loopt als er straks tien lidstaten bijkomen. Maar op een belangrijk onderdeel, meerderheidsstemmingen in de Raad van ministers, maakt Nice besluitvorming zelfs nog moeilijker!

De Europese Unie zoals die er nu voorstaat, uitbreiden met tien nieuwe leden is een recept voor stagnatie. Nu al functioneren de Europese ministerraden en de Europese Raad van regeringsleiders niet naar behoren. Een vernietigend rapport van de secretaris-generaal van de Raad, Xavier Solana, illustreert dat ook de betrokkenen zich dit bewust zijn en naar oplossingen zoeken.

Zonder radicale oplossingen zullen ministerraden met 25 ministers alleen maar nog veel slechter kunnen functioneren. De EU wordt zo steeds meer een rommeltje waar niemand zich meer in herkent.

Aangezien inmiddels meer dan 50 procent van onze wetgeving in Brussel tot stand komt, is dat echter wel degelijk een probleem. Niet alleen zal er steeds moeizamer nieuwe wetgeving tot stand komen en zal deze wetgeving steeds meer byzantijnse compromissen bevatten, maar zelfs het up-to-date houden van bestaande wetgeving, bijvoorbeeld voor de interne markt, loopt gevaar.

Het beeld dat hier oprijst is dat van een Unie die wel groter, maar niet machtiger (wel machtelozer) wordt.

Economisch gezien is de op handen zijnde uitbreiding geen grote ingreep voor de bestaande EU: de tien toetreders hebben samen een BNP ter grootte van 5 procent van de huidige EU, dat is iets meer dan dat van Nederland. Qua bevolkingsaantal gaat het in feite om twee maal Polen.

De echte ingrijpende gevolgen liggen op het vlak van de samenhang van de uitgebreide Unie. Terwijl de sociaal-economische verschillen gigantisch toenemen (de welvaart van de toetreders is gemiddeld 40 procent in koopkrachttermen van die van de huidige EU), neemt het vermogen besluiten te nemen en daarmee het bestuursvermogen van de Unie enorm af.

Vrees voor meer Brusselse regelgeving, wat nu de nationale hoofdsteden preoccupeert, is ongegrond. Als er na de uitbreiding kritiek op 'Brussel' zal komen, dan is het over het onvermogen tijdig op nieuwe ontwikkelingen te reageren op terreinen waar de besluitvorming niet meer nationaal plaats kan vinden.

Rationeel bezien is uitbreiding in deze omvang en onder deze omstandigheden onverantwoord. Ik wil echter niet zo consequent zijn als de Waalse socialistische partij, die om deze reden nu tegen uitbreiding kiest. Moreel kunnen wij het de kandidaten niet aandoen de uitbreiding nu voorlopig af te blazen, ook al omdat de kans op adequate institutionele herzieningen op dit moment niet groot zijn. Anders zou het zijn als de Ieren ten tweede male het Verdrag van Nice zouden afwijzen. Dat zou een niet te negeren signaal zijn dat drastische oplossingen niet langer op de lange baan geschoven kunnen worden.

Alman Metten was Europarlementariër voor de PvdA en is nu directeur van Metten EU Consulting BV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden