Uitbannen clusterbom is ware globalisering

Duurzame globalisering is bewustwording van mondiale kwesties en niet een geruststelling voor angstige Nederlanders, meent Paul van Seters...

De term ‘duurzame globalisering’ is bezig aan een opmerkelijke opmars. Op de Bilderbergconferentie begin februari hield minister Wouter Bos van Financiën een rede getiteld Duurzame globalisering vraagt om een duurzaam draagvlak. Eind mei publiceerde de SER een ontwerpadvies onder de titel Duurzaam globaliseren: een wereld te winnen. Duurzame globalisering–dat klinkt als moederschap en appeltaart: daar is iedereen voor en geen mens tegen.

De rede van Bos en het advies van de SER verschillen natuurlijk in allerlei opzichten: Bos maakte een aantal min of meer losse opmerkingen over globalisering en sprak een tekst uit van nog geen vijf pagina’s (waarvan er dan ook nog twee geheel waren gewijd aan de kwestie van de topinkomens); het advies van de SER is een uitvoerige studie van het verschijnsel globalisering, en telt bijna driehonderd pagina’s.

Maar ondanks die verschillen sporen de posities die Bos en de SER in het globaliseringsdebat innemen wonderwel met elkaar. Niet alleen de positieve kanten van globalisering worden benadrukt, ook de negatieve. In beide gevallen is de centrale stelling: globalisering leidt tot meer welvaart, maar kent ook verliezers, overgangsproblemen en negatieve verdelingseffecten.

Die belangrijke boodschap van Bos en de SER gaat regelrecht in tegen het globaliseringsenthousiasme van mensen als Thomas Friedman, de auteur van de globaliseringsbestseller De aarde is plat. Maar in de uitwerking van die boodschap zie ik twee problemen. Ten eerste projecteert zowel Bos als de SER de schaduwkanten van globalisering sterk op Nederland. Ten tweede gaat hun aandacht vooral uit naar de rol van de overheid. Immers, zo stellen zij, door duidelijk te zijn over die schaduwkanten kan het beleid inspelen op de verliezers, overgangsproblemen en negatieve verdelingseffecten waarmee globalisering nu eenmaal onvermijdelijk gepaard gaat. Op deze wijze kan het globaliseringsproces in goede banen worden geleid, en zullen mensen hun onzekerheid of angst voor globalisering overwinnen. Dat is de kern van wat Bos en de SER verstaan onder duurzame globalisering.

Mij lijkt dit echter een grove verschraling van het idee van duurzaamheid of duurzame ontwikkeling. Globalisering is een proces van wereldwijde bewustwording van grensoverschrijdende, mondiale kwesties: klimaatverandering, biodiversiteit, armoede, kinderarbeid, eerlijke handel, migratie. Historisch gezien is het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ bepaald door de toenemende aandacht voor die mondiale kwesties. De reductie van duurzaamheid tot oplossing voor de angsten en onzekerheden van Nederlanders die zich bedreigd voelen in hun bestaanszekerheid, doet ernstig afbreuk aan de normatieve betekenis van dit begrip.

Bos en de SER hebben zich te veel laten leiden door wat in de academische literatuur omschreven wordt als globalisering-van-bovenaf: het perspectief op globalisering zoals aangestuurd en voortgestuwd door neoliberale economische belangen. Waar Bos en de SER geen oog voor lijken te hebben, is globalisering-van-onderop: de inzet voor een ander soort globalisering zoals zichtbaar in initiatieven van religieuze groepen, burgercomités, sociale bewegingen, non-gouvernementele organisaties, kortom van het hele scala van de civil society. Daarbij wordt globalisering zelf ingezet als een kracht om de wereld duurzamer te maken.

Een fraai voorbeeld van dit laatste is de Cluster Munition Coalition (CMC). De CMC is een alliantie van zo’n tweehonderd organisaties, waaronder mondiale organisaties als Handicap International, International Campaign to Ban Landmines en Human Rights Watch, maar ook nationale organisaties als Lebanon Landmine Resource Center, Protection in Egypt en Swedish Peace and Arbitration Society. Meer dan honderd landen (waaronder Nederland) zullen in december 2008 in Oslo een verdrag tekenen waarin zij zich verplichten een eind te maken aan het gebruik van clusterbommen.

Dat verdrag, de Cluster Munitions Convention, lijkt een actie van een aantal nationale overheden, maar is in werkelijkheid het resultaat van een jarenlange campagne door de CMC. Het uitbannen van clustermunitie is bij uitstek een kwestie van duurzame ontwikkeling, en de CMC is bij uitstek een voorbeeld van de globalisering van de civil society. Hier is dus sprake van een veel breder en sterker begrip van duurzame globalisering. Dat beeld van duurzame globalisering, dat wil zeggen van globalisering-van-onderop, wordt node gemist in de rede van Bos en het ontwerpadvies van de SER.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden