Museumdirecteur Ad Geerdink van het Westfries Museum (links) en Julian Wijnstein. Die laatste vertolkt het perspectief van een 18de-eeuwse slaafgemaakte bij ‘vertelwandelingen’ door Hoorn.

Reportage Vertelwandeling in Hoorn

Uit wandelen met een ‘slaafgemaakte’ in Hoorn

Museumdirecteur Ad Geerdink van het Westfries Museum (links) en Julian Wijnstein. Die laatste vertolkt het perspectief van een 18de-eeuwse slaafgemaakte bij ‘vertelwandelingen’ door Hoorn. Beeld Katja Poelwijk

Een Hoornse verhalenverteller van Surinaamse afkomst kruipt in de huid van de zwarte bediende Tabo Jansz. Die zou vermoedelijk niets hebben begrepen van de afkeer die de slavernij nu oproept.

Als Julian Wijnstein (47) de verschijning aanneemt van Tabo Jansz, is hij een slaafgemaakte. Niet een tót slaaf gemaakte, zoals de nieuwe taalcode in historische en volkenkundige musea voorschrijft. Want dat is wel een erg houterige constructie, beaamt Wijnstein. Hij noemt zichzelf dus een ‘slaafgemaakte’. En als iemand hem – overmeesterd door de macht der gewoonte – ‘slaaf’ noemt, neemt hij daar ook geen aanstoot aan. ‘Ik ga mensen daar echt niet op aanspreken. Stel je voor zeg. Ik besef dat die nieuwe woorden voor iedereen nog wat onwennig zijn. Maar ze moeten toch érgens ingang vinden. Dus waarom niet bij mij, of in dit museum?’

Het museum waarnaar hij verwijst is het Westfries Museum in Hoorn, gelegen aan de Roode Steen, het stadsplein waarvan het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen het middelpunt vormt. Het museum afficheert zichzelf als Museum van de Gouden Eeuw – de tijd waaruit het grootste deel van zijn collectie stamt. Tot die collectie behoort een ovaal portret van de Hoornse regent Adriaan van Bredehoff (1672-1733) en diens zwarte bediende Tabo Jansz, die naar zijn meester opkijkt met een blik waarin bewondering en waardering besloten liggen. Hij draagt een halssieraad en een parel in zijn rechteroor. Deze attributen doen niets af aan de nederigheid van de bediende. Want feitelijk was hij een slaaf, of slaafgemaakte. Ware het niet dat slavernij in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden verboden was.

Het portret van Adriaan van Bredehoff en Tabo Jansz (achter)

Perspectief van de slaafgemaakte

Het dubbelportret van Van Bredehoff en Tabo Jansz is het vertrekpunt van de zeventien ‘vertelwandelingen’ die Wijnstein vanaf zondag door Hoorn zal maken in een tenue (ontworpen door de Hoornse couturier Sepehr Maghsoudi) dat lijkt op dat van Tabo op het schilderij uit 1727. Tijdens die wandelingen zal Wijnstein – verpleger en ‘verhalenverteller’ met een Surinaamse achtergrond – het verhaal van Hoorn in de 17de en 18de eeuw vertellen vanuit het perspectief van de slaafgemaakte.

Dat is meteen de grote uitdaging waarvoor hij zich geplaatst ziet, want er is vrijwel geen documentatie voor een verhaal dat tot dusverre niet verteld is. Van Tabo is weinig meer bekend dan dat hij uit ‘West-Indië’ kwam, waarmee vermoedelijk Curaçao of Suriname werd bedoeld. Uit het feit dat Van Bredehoff bij zijn dood 12 duizend gulden in obligaties naliet aan Tabo – die vanaf dat moment Adriaan de Bruin werd genoemd – kan worden opgemaakt dat hun onderlinge verstandhouding goed is geweest. 

‘12 duizend gulden was een groot bedrag in die tijd’, zegt Wijnstein. ‘Maar het vertrouwen in Tabo was ook weer niet zodanig dat hij er vrijelijk over kon beschikken. Er werden bewindvoerders aangesteld die moesten voorkomen dat hij het geld ging verbrassen. Het voornaamste oogmerk dat Van Bredehoff vermoedelijk met zijn nalatenschap had, was dat Tabo – of Adriaan de Bruin – moest worden behoed voor een terugkeer naar afgoderij en de duisternis van het heidendom.’

En dat lijkt te zijn gelukt. Tabo bleef tot zijn dood in Hoorn wonen, werd lidmaat van de Nederduitse gereformeerde kerk, zette een tabakshandel op en huwde een ‘dienstmaagd’ uit de omgeving, bij wie hij geen kinderen verwekte. Dat zijn de enig bekende ingrediënten van het levensverhaal van Tabo, en daar kan Wijnstein geen vertelwandeling van een uur aan onttrekken. Hij verweeft de summiere biografie van Tabo dus met het verhaal van Hoorn als zeehaven van enige betekenis. En hij gaat op basis daarvan ‘in dialoog’ met de deelnemers aan de wandeling.

Geen aanklacht

‘Dan gaat het om vragen als: hoe zou Tabo na een lange zeereis de stad hebben ervaren? Is het waarschijnlijk dat hij Van Bredehoff vergezelde naar vergaderingen van de Hoornse regenten? Wat was zijn plaats in de samenleving? Deelde hij in het prestige van zijn meester?’ Wijnstein doet, met andere woorden, een beroep op het inlevingsvermogen van de deelnemers. Het is hem niet te doen om een aanklacht tegen de slavernij of tegen de zeden van een vreemde verre tijd.

Aan historisch inlevingsvermogen ontbreekt het nog weleens in discussies over de omgang met het koloniale verleden, zegt Ad Geerdink, directeur van het Westfries Museum. ‘Je zag het enkele jaren geleden bij het verhitte debat over het standbeeld van Coen, hier enkele tientallen meters vandaan, en je ziet het nu bij de discussie over de tentoonstelling in het Mauritshuis in Den Haag over Johan Maurits van Nassau. Als je naar de 17de eeuw gaat kijken met de hedendaagse morele maatstaven, dan blijft van die mensen uit de 17de eeuw niets meer over. Net als Johan Maurits opereerde Adriaan van Bredehoff in een bestaand systeem. Adriaan was bewindhebber bij de West-Indische Compagnie, en die zat volop in de slavenhandel. Je zou hem dus als de duivel kunnen wegzetten, maar wat schiet je daarmee op? Wat mij nu juist zo intrigeert, is dat hij enerzijds in het systeem van slavenhandel functioneert, en anderzijds een persoonlijke band opbouwt met een zwarte bediende. En dat hij die bediende wil helpen een eigen leven op te bouwen.’

Het verhaal van Tabo wordt dus niet verteld om zijn meester te veroordelen, maar om, in de woorden van Geerdink, ‘een ontbrekende dimensie toe te voegen aan het verhaal van de stad’. Hijzelf vraagt zich af of Tabo iets zou hebben begrepen van de morele verontwaardiging die slavernij bij het nageslacht oproept. ‘Voor zover bekend werd hij niet bespot. Zijn huidskleur was vermoedelijk geen issue, al was het maar omdat Hoorn in zijn tijd werd bezocht door handelaren uit verre windstreken. Tabo ging vermoedelijk op in het gewone leven. Als een bediende die eigenlijk een slaafgemaakte was. Al zou ik hem zelf liever ‘mens in slavernij’ noemen. Daarmee maak je de verhoudingen van toen nóg duidelijker.’

Informatie: www.wfm.nl/vertelwandeling

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.