Uit Rembrandts schaduw

De geschiedenis is hardvochtig geweest voor de 17de-eeuwse schilder Jan Lievens. En tijdens zijn leven had hij het al niet makkelijk. Opgroeien in dezelfde stad, met dezelfde leermeester en dezelfde ambities als, u raadt het, Rembrandt. Ze scheelden net een jaartje. Die opleiding, bij schilder Pieter Lastman in Amsterdam, kregen ze toen ze 11 en 12 waren. Sommigen zeggen dat de schilders daarna in Leiden een atelier deelden, maar daarover is niets zeker. Lievens moest leven met Rembrandt als grote aanwezige.

Na zijn leven werd het alleen maar erger, en werd Lievens nog minder gewaardeerd. In de 19de eeuw moest men niks hebben van kunstenaars met zo’n ‘internationale stijl’. Een echte Hollandse stijl, die was geliefd. Iets wat afweek van de Vlamingen, de Italianen en de Fransen. Rembrandt werd favoriet. Alles wat Lievens had opgebouwd, alle stijlen die hij zich had eigengemaakt (en dat waren er veel), gingen nu tegen hem werken. Lievens bestond niet of, erger, stond ‘in de schaduw’ van Rembrandt.

Lievens zou er woest van zijn geworden. Van hem is bekend dat hij zo zelfingenomen was ‘dat hij denkt dat er in heel Duitsland en Holland en alle Provinciën geen betere kunstenaar is’, schreef een Britse graaf. De geleerde Constantijn Huygens, die hem aan vele opdrachtgevers voorstelde, vond hem getalenteerd, maar wel bijdehand. Hij kan niet tegen kritiek, noteerde de hoveling.

Wat hadden we van Lievens gevonden als er geen Rembrandt was geweest? Die vraag blijft hangen na het zien van de grote tentoonstelling Jan Lievens (1607-1674) – Loopbaan van een wonderkind in het Rembrandthuis in Amsterdam. Initiator Arthur Wheelock van de National Gallery in Washington wilde het héle Lievens-oeuvre serieus te nemen. Dat was nog niet grondig gedaan, men had voornamelijk oog voor de jaren 1628-1631, toen Lievens en Rembrandt in Leiden fel met elkaar concurreerden. Wat blijkt nu: zo veel heeft Lievens helemaal niet met Rembrandt gemeen.

De aandacht is te zeer bepaald geweest door hun verwantschap. Maar na die eerste Leidense jaren leefde Lievens nog 42 jaar. Ver van zijn meesterlijke leeftijdsgenoot, en misschien wel juist om uit diens buurt te blijven. In Londen, Antwerpen, Den Haag, weer een tijdje in Amsterdam en weer in Leiden.

Zelfs al voor die tijd onderscheidt Lievens zich sterk, wordt zichtbaar in het Rembrandthuis. Toen hij 12 was, keerde hij in Leiden terug. Zijn werk in deze jaren is indrukwekkend. Op een leeftijd dat kinderen nu aan de Bacardi Breezer gaan, zo’n vijf jaar voor de eerste loopbaanoriëntatie, schilderde Lievens realistische allegorieën en bijbelse verhalen. In close-up, met grote gebaren, veel kleuren en sterke contrasten. Dat doet denken aan Caravaggio en diens Utrechtse volgelingen. In latere jaren ziet hij Anthony van Dyck en komt hij in aanraking met Venetiaans werk, en krijgen zijn portretten zuidelijke allure en zwier. Zelfportretten, een portret van Huygens, van de rijke jonge Adriaen Trip en de Britse sir Robert Kerr laten die elegantie zien. Lievens tekende goed en – dat is verrassend – maakte landschappen die aandoen alsof ze begin 20ste eeuw zijn gemaakt.

Het werk ontroert op veel manieren. De herfstige wilgen in een veld zijn een cadeautje om naar te kijken, net als zijn grote ‘portret’ van de bijbelse Job, ontdaan van gezondheid en rijkdommen, berooid met het naakte, oude lijf ter aarde gezakt. Dikke aderen in de losse huid, het hoofd gebogen. Het is een van de mooiste geschilderde oude mannen in de Hollandse kunstgeschiedenis.

Als er dan iets is, behalve de wrange realiteit dat zijn eerherstel plaatsvindt in het woonhuis van Rembrandt, dan is het dat hij misschien te veel wilde. Te veel stijlen beheerste, maar geen daarvan doorontwikkelde op een nieuwe manier. Huygens vond dat hij zich op portretten moest focussen. Maar hij was eigenwijs. Het Rembrandthuis laat een beeld achter van een goed, maar ontevreden kunstenaar, vechtend tegen de bierkaai.

Jan Lievens (1607-1674). Loopbaan van een wonderkind. Rembrandthuis Amsterdam, t/m 9 augustus. rembrandthuis.nl

Lievens schilderde deze Allegorie op de vijf zintuigen in 1622, toen hij 15 jaar was.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden