Uit Indië gevluchte gezinnen hebben nog miljoenen tegoed

De 380 duizend Nederlanders die tussen 1950 en 1970 Indonesië moesten ontvluchten, hebben nog miljoenen euro's tegoed van de Nederlandse overheid. Maar ook banken en verzekeringsmaatschappijen hebben een forse schuld in te lossen aan hen. Een groot deel van de levensverzekeringen en banktegoeden, die na de inval van Japan zijn overgebracht naar New York, is nooit uitgekeerd.

AMSTERDAM - Dat blijkt uit het komende week te verschijnen boek Opgevangen in Andijvielucht van journaliste Griselda Molemans. Molemans baseert zich op het rapport Netherlands Indies Money and Banking uit 17 juni 1945 dat in het archief van de Federal Reserve in New York ligt. Daaruit blijkt dat de zeventien grootste verzekeraars in Nederlands-Indië voor 251,8 miljoen gulden aan levensverzekeringen verkochten.


Veel verzekeringen zijn nooit uitgekeerd omdat de eigenaren geen bewijs konden overleggen. Hun polisbladen waren in de chaos van de Japanse bezetting en Indonesische revolutie verloren gegaan. Hetzelfde geldt voor veel banktegoeden. Ook de centrale bank van Nederlands-Indië, de Javasche Bank, had de goudvoorraad en tegoeden veiliggesteld. In de kluizen van de Federal Reserve liggen de bewijzen, aldus Molemans. Het Verbond van Verzekeraars ontkent dat de administratie in New York ligt. Voor aanvragen wordt alleen in Nederlandse archieven onderzoek gegaan.


De schuld van de Nederlandse overheid betreft onder meer niet uitbetaalde pensioenen en salarissen van KNIL-militairen, de Japanse compensatie voor krijgsgevangenen, burgers en troostmeisjes en de Indonesische herstelbetalingen. In haar boek legt Molemans de nadruk op de schuld die Nederland de Indonesische vluchtelingen oplegde voor opvang en levensonderhoud. Die schuld bedroeg gemiddeld 15 duizend gulden.


Gert Oostindie van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) noemt de claims over de verzekeringsgelden en banktegoeden nieuw. Het KITLV is een van de instituten die aandringen op nieuw onderzoek naar de koloniale oorlog. 'De andere claims waren vanaf de jaren tachtig een belangrijke stimulans voor Indische organisatievorming. Er werd een en ander bereikt aan erkenning en schadeloosstelling, maar nooit het volle pond', zegt Oostindie.


De bundeling van krachten leidde tot de oprichting van het Indisch Platform. Voorzitter Silfraire Delhaye bevestigt dat de Nederlandse staat nog steeds een grote schuld heeft aan materiële oorlogsschade. 'We zijn in overleg, hoewel het steeds moeilijker wordt. Er zijn veel dingen onder het kleed geveegd. Heel wat polissen en tegoeden zijn ergens anders naartoe gegaan dan naar de eigenaren. We weten niet wat de oorzaak is. In dat opzicht is openbaarheid en kennis een groot goed.'


pagina's 8 en 9 Uit Indonesië teruggekeerden losten nog jarenlang 'restschuld' af

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.