Uit het merg van straatkinderen

Miquel Bulnes (1976) gaat in zijn hoedanigheid van arts-microbioloog door het leven als Miquel Ekkelenkamp. Voor zijn schrijverschap leende hij de achternaam van zijn Spaanse moeder. Die bekt een stuk beter dan de achternaam van zijn vader. Maar hij was ook een beetje misleidend, omdat in Bulnes' eerste drie romans (Zorg, Lab en Attaque!) veel meer Nederlands dan Spaans bloed zit.


De Spaanse achternaam zit Bulnes' vierde roman daarentegen als gegoten. Het bloed in onze aderen heeft, behalve de taal waarin het is geschreven, niets met Nederland te maken. De roman speelt zich af in Madrid en Barcelona in de jaren 1921-1923. Dat is een cruciale periode in de Spaanse geschiedenis waaraan maar weinig Spaanse schrijvers zich hebben gewaagd.


In 1921 leed Spanje onverwacht een verpletterende nederlaag in het protectoraat in Marokko. Tienduizenden Spaanse militairen lieten het leven in de strijd tegen Berberse opstandelingen.


Het onderzoek naar de verantwoordelijkheid voor dit debacle was de zoveelste bom onder het artificiële politieke systeem dat Spanje in balans moest houden. Decennialang was de schijn van democratie opgehouden waarachter een corrupt systeem schuilging dat het de conservatieven en liberalen mogelijk maakte met elkaar te bepalen wie de verkiezingen zou winnen.


De manier waarop Bulnes deze enorme maatschappelijke verscheurdheid - in grote lijnen dezelfde die zo'n vijftien jaar later tot de Burgeroorlog zou leiden - presenteert, hinkt op twee gedachten. Aan de ene kant geeft hij een uitvoerig tijdsportret dat getuigt van een negentiende-eeuwse ambitie om de historische werkelijkheid zo getrouw en indringend mogelijk voor het voetlicht te brengen. Maar daarnaast heeft hij zijn toevlucht genomen tot de trukendoos van de hedendaagse bestseller om de historische feiten te organiseren tot een verhaal.


Een treffend voorbeeld is de rol die Bulnes de roemruchte lijst van Enriqueta Martí heeft toebedeeld. In 1912 kwam aan het licht dat deze Barcelonese vrouw er praktijken op nahield die ons een eeuw later nog steeds koude rillingen bezorgen. Martí vond haar leven als dienstmeid maar niks en besloot het daarom in de prostitutie te proberen. Na de nodige ervaring te hebben opgedaan, vond ze een lucratieve niche in deze branche: de kinderprostitutie. In de achterbuurten van Barcelona ontvoerde ze verwaarloosde kinderen, die ze opsloot in haar huis en beschikbaar stelde aan de liefhebbers uit de gegoede klasse. Daarnaast hield ze er een praktijk als kwakzalfster op na. Als remedie tegen geslachtsziekten en tuberculose brouwde ze middeltjes van het bloed, vet en merg van kinderen die ze thuis op rituele wijze om het leven bracht. Ook daar boerde ze goed mee op de clandestiene markt.


Onder de vele vondsten die de politie in de huizen van Martí deed, bevond zich een lange lijst met namen van haar klanten, die vanaf dat moment chantabel waren. Het hoeft dus niet te verbazen dat de lijst spoorloos verdween. Bulnes haalde hem echter weer van stal en zet hem in als een van de hoofdingrediënten van zijn verhaal over de plannen die begin jaren twintig werden gesmeed om het oude regime omver te werpen. In 1923 leidde dit tot de staatsgreep van generaal Miguel Primo de Rivera, die met instemming van koning Alfons XIII en dankzij een behoorlijk breed politiek draagvlak mocht proberen orde op zaken te stellen.


Op zichzelf is er niets mis met de historische vrijheden die Bulnes heeft genomen. Een schrijver mag de geschiedenis op smaak brengen zoals hij wil. Maar de ingrediënten en technieken die hij daarbij gebruikt, bepalen het resultaat, en daar wringt het hier nogal. Want hoe geloofwaardig is een sensationele chantage-affaire als basiselement van de opmaat naar de staatsgreep van 1923? En hoeveel historische plausibiliteit heeft een verhaal waarin het krioelt van de cliffhangers? Een verhaal dat veel meer uitlegt dan nodig is en dat alle personages in dezelfde stijl laat spreken en denken?


Bulnes heeft de geschiedenis meer in het keurslijf van de historische bestseller geduwd dan dat hij haar een eigen stem heeft gegeven. Maar niet getreurd. Het bloed in onze aderen is er des te Spaanser door geworden, want in Spanje is dit genre zowel bij schrijvers als bij lezers immens populair. Bulnes' roman hoeft dus alleen nog maar in het Spaans te worden vertaald om helemaal tot zijn recht te komen.


Miquel Bulnes: Het bloed in onze aderen.


Prometheus; 623 pagina's; € 24,95.


ISBN 978 90 4461 630 9.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden