Uit het keurslijf

Vandaag doen 200 duizend leerlingen nog eindexamen op de traditionele manier: in rotten van twintig in het gymnastieklokaal. Maar het centraal eindexamen heeft zijn langste tijd gehad....

'Het is quiz-kennis die scholieren op het examen moeten oplepelen. Losstaande feitjes die snel verouderen.'

Weinig vaderlandse tradities worden zo gekoesterd als het centraal schriftelijk eindexamen. Ook vandaag begint weer een haast militaire operatie om circa 200 duizend scholieren van Makkum tot Maastricht op hetzelfde tijdstip te voorzien van dezelfde - geheime - examenopgaven. Vier zenuwslopende weken later kan in bijna 200 duizend gezinnen de vlag worden gehesen met de schooltas eraan.

We zijn zo aan het jaarlijkse ritueel gewend dat we denken dat het niet anders kan. Niets is minder waar. Veel landen, zoals de VS, kennen geen afsluitend examen. Wie daar naar de universiteit of een hogeschool wil, doet toelatingsexamen. In landen waar wel gewerkt wordt met afsluitende examens, zoals in Duitsland, gaat het om schoolexamens die door de school worden opgesteld, georganiseerd en beoordeeld. Ook Nederland kent natuurlijk schoolexamens. Maar die maken slechts de helft van het eindcijfer uit. Het centraal schriftelijk vormt de andere helft.

Nederland is tamelijk uniek met zijn uniforme examensysteem waarbij - onze befaamde onderwijsvrijheid ten spijt - de minister bepaalt welke lesstof geëxamineerd wordt en waarbij alle kinderen langs dezelfde meetlat worden gelegd. Het grote voordeel van dit systeem is dat het havo-diploma in Makkum gegarandeerd van hetzelfde gewicht is als het havo-diploma in Maastricht. Daar zijn ze jaloers op in Duitsland, waar de scholen in het conservatieve Beieren de lat veel hoger leggen dan de scholen in Noordrijn-Westfalen.

Toch heeft het centraal eindexamen in zijn huidige vorm zijn langste tijd gehad. De collectieve formule begint op steeds meer scholen te knellen. De gezaghebbende Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de minister, wil scholen meer vrijheid geven bij de examens. Het Cito mag van onderwijsminister Van der Hoeven gaan experimenteren met nieuwe examenvormen.

Examens moeten een natuurlijke afsluiting worden van het leerproces, vindt Cito-directeur Wiegers. 'De havo duurt vijf jaar, het vwo zes jaar. Waarom zou je tot het laatste jaar wachten om in één keer alles te examineren? Het is niet echt logisch.'

Wiegers wil toe naar een examensysteem zoals gebruikelijk is op de universiteiten. Daar is de lesstof opgeknipt in blokken die worden afgesloten met tussentijdse tentamens. Als je voor alle blokken een voldoende hebt gehaald, krijg je je bul.

Het klinkt de Maastrichtse emeritus-hoogleraar onderwijskunde Wijnen als muziek in de oren. 'We hebben het leerproces losgekoppeld van de beloning. Het leren en toetsen moeten hand in hand gaan. Ga je eigen schooltijd maar na. Je hangt achterover in de schoolbank, of je nu oplet of niet, het doet er niet toe. Pas als de proefwerkweek in zicht komt, schrikt iedereen wakker. Na een weekje zwoegen, zakt de gemiddelde scholier weer onderuit en slaat de verveling toe. Tot de volgende proefwerkweek, of het examen. We moeten een systeem ontwikkelen waarbij iedere dag ertoe doet.'

Dat het zo werkt, blijkt ook wel uit de klachten over het eindexamen die elk jaar binnenstromen bij de scholierenorganisatie LAKS. Je kunt scholieren niet bozer krijgen dan door twee leervakken te examineren op één dag. 'Dat krijg je toch zeker niet geleerd op één avond?'

Ook bij de scholen zelf groeit de behoefte aan tussentijdse examens. In plaats van dat ene verloren uurtje Frans per week, geven docenten liever gedurende een trimester wekelijks vier of vijf uur Frans. Dat beklijft beter. Maar dan moet de lesstof wel meteen daarna getoetst kunnen worden.

'Ik zeg niet dat scholen hier massaal om vragen. Maar de behoefte is er. En wij komen onze klanten graag tegemoet', zegt Wiegers van het Cito. 'We willen als Cito niet in onze ivoren toren blijven zitten. Dat beeld kleeft toch een beetje aan ons.'

Ook inhoudelijk krijgt het centraal schriftelijk eindexamen steeds meer kritiek te verduren. 'Het is quiz-kennis die scholieren op het examen moeten oplepelen', schampert de Maastrichtse hoogleraar Wijnen. 'Losstaande feitjes die snel verouderen en waar leerlingen later nauwelijks nog gebruik van zullen maken.'

Wijnen ergert zich ook aan de schijn van volledigheid die wordt nagestreefd. 'Elke dag komt er meer kennis bij. Hele vakgebieden kunnen overzien is onmogelijk geworden', vindt hij. 'Waarom moet iedere havist bij aardrijkskunde de wet van Buys Ballot leren? Oké, als je geïnteresseerd bent in zweefvliegen. En als je bij het KNMI wilt gaan werken. Of een werkstuk over weersverschijnselen maakt. Dan moet je alles weten van Buys Ballot. Dan is het zinnige kennis. Anders is het quiz-kennis.'

Het Cito onderschrijft de kritiek, zij het in mildere bewoordingen. 'Het examen staat grotendeels in het teken van het etaleren van kennis, dat is waar. Terwijl het kunnen toepassen van kennis belangrijker is', erkent Wiegers. 'In onze examens proberen we ook steeds meer vaardigheden te toetsen. Denk aan de tekstverklaring. We zijn er nog lang niet, maar we werken eraan.'

Kritiek op het quiz-gehalte van het examen is op zichzelf niet nieuw. Maar het wint aan kracht nu het in de klas steeds belangrijker wordt gevonden dat leerlingen zelfstandig werken, in groepjes samenwerken, internet kunnen raadplegen, informatie kunnen ordenen en probleemoplossend vermogen ontwikkelen. Dat alles wordt meer gewaardeerd dan een boek van buiten leren.

Tot het eindexamenjaar. Want: 'In het laatste schooljaar stort die vernieuwing weer helemaal in', meent Ans Grotendorst van de Onderwijsraad. 'Het huidige examen is een rem op die onderwijskundige vernieuwingen. Er wordt nog steeds niet gekeken naar wat je kunt, maar naar wat je weet. Dat is heel jammer.'

De examens hebben geen gelijke tred gehouden met de vernieuwingen in het onderwijs. Ook wordt te weinig rekening gehouden met wat in het vervolgonderwijs en de maatschappij wordt verlangd, vindt de Onderwijsraad. 'De grote uitval op de universiteit en het hbo ondervang je niet door er op de middelbare school meer feitjes en weetjes in te proppen', waarschuwt Grotendorst. 'Leerlingen die zelfstandig kunnen werken, die hun eigen leerproces kunnen plannen, die redden het. De werkgevers eisen ook van hun werknemers dat ze sociaal zijn en communicatief en service-gericht kunnen werken. Dat alles staat bovenaan. Vakkennis is verdrongen naar de tweede plaats.'

Om het examen beter aan te laten sluiten op de werkwijze van de school, pleit de Onderwijsraad voor meer vrijheid van scholen bij de examens. 'Nu telt het schoolexamen voor de helft en het centraal schriftelijk ook. Die verhouding moet op termijn uitkomen op 75 tegen 25 procent', vindt Grotendorst. Vmbo-scholen moeten volgens de Onderwijsraad dan zelfs helemaal 'bevrijd' zijn van de centraal schriftelijke examens. Een opmerkelijk standpunt, aangezien het vmbo pas dit jaar voor het eerst meedoet aan deze examens. 'Scholen zelf zijn veel beter in staat een examen te ontwerpen dat in het verlengde ligt van het leerproces', luidt het unanieme standpunt van de Onderwijsraad.

Zo ver gaat het Cito (natuurlijk) niet, maar ook de toetsenmakers vinden dat het massale karakter van de centrale eindexamens niet meer in deze tijd past. 'Scholen krijgen steeds meer vrijheid van het departement. Zowel om te experimenteren met nieuwe onderwijsvormen als om een eigen imago op te bouwen.

De ene school wil traditioneel blijven lesgeven, de andere school juist niet, en een derde onderscheidt zich door veel aan sport of kunst te doen. Scholen worden aangemoedigd met elkaar te concurreren. Dan is het niet logisch om alle scholen aan het eind in hetzelfde keurslijf te proppen', zegt Cito-directeur Wiegers.

Het Cito ontwikkelt inmiddels item-banken. Dat zijn digitale bestanden met examenvragen per schoolvak. Scholen moeten daaruit kunnen halen wat zij relevant vinden op het moment dat het hen uitkomt. In het najaar beginnen de eerste voorzichtige experimenten. 'Zoiets gaat natuurlijk heel langzaam', tempert Wiegers meteen de verwachtingen.

Wat uitdrukkelijk niet verdwijnt is de landelijke normering. Het departement wil de prestaties van alle leerlingen langs dezelfde meetlat kunnen blijven leggen. Maar dat kan ook door middel van item-banken, benadrukt het Cito. Zolang de opgaven die daarin gestopt worden maar van dezelfde moeilijkheidsgraad zijn.

Een groot voordeel van de item-banken is dat het makkelijker wordt om het examen elk jaar van hetzelfde niveau te maken. 'Nu maken we elk jaar een eenmalig examen dat meteen na afloop openbaar wordt. We kunnen maar heel beperkt vooraf toetsen hoe zwaar het precies is', zegt Wiegers. 'Met als gevolg dat het examen soms wat zwaarder uitvalt dan anders en we het wat minder streng moeten beoordelen. Het werkt wel, maar het blijft een omslachtige procedure die in de toekomst overbodig wordt.'

Op de vraag of hij niet bang is dat de vragen uit de item-bank uitlekken, zegt de Cito-directeur: 'Niet als je over genoeg vragen beschikt. Als een leerling alle duizend opgaven uit de aardrijksunde-bank kent plus het bijbehorende antwoord, me dunkt dat hij dan de lesstof beheerst.'

Vandaag doen de 200 duizend eindexamenkandidaten nog examen op de traditionele manier: in rotten van twintig achter elkaar in het gymnastieklokaal. Vanochtend om negen uur zijn de eerste verzegelde enveloppen met examenopgaven opengescheurd. Voor 90 procent van de scholieren loopt het ritueel goed af: dat wil zeggen met de schooltas aan de vlaggenstok.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden