Uit het boek van . . .

Meer dan 110 duizend ex-librissen verzamelde Henk van Buul in bijna veertig jaar tijd. Sommige van deze 'eigendomsbewijzen' zijn zo oud als de boekdrukkunst zelf. In oktober verhuisde de privécollectie van Den Haag naar Peking. 'De Chinese jongen zei: I want to have it.'

DOOR OLAF TEMPELMAN

ollectioneur Henk van Buul herinnert zich nog goed hoe hij bijna veertig jaar geleden na het avondeten flinke partijen boeken richting het fornuis sleepte. Allemaal waren die voorzien van een eigendomsmerk van hun voormalige bezitter, een ex-libris. Zodra het water kookte, hield Van Buul de boeken boven de ketel. De meeste ex-librissen lieten zich na zo'n kort stoombad vrij makkelijk lostrekken. Gestoomd en geplet bracht hij de boeken daarna terug naar het antiquariaat dat ze had uitgeleend. In latere jaren gebeurde het ook wel dat hij verkreukelde en opgeplakte ex-librissen meteen in een volle badkuip gooide. Dat was minder tijdrovend en de resultaten waren goed, al kon er incidenteel inkt of grafiet uitlopen. Ruilen en aankopen deden de verzameling in 38 jaar tijd groeien tot over de 110 duizend exemplaren.

Tussen de ex-librissen die Van Buul in de begintijd zelf losweekte, zitten persoonlijke favorieten. Vooral het werk van Chris Lebeau (1878-1945), ontwerper, kunstschilder, anarchist, is hem dierbaar. Van Lebeaus ex-librissen zou Van Buul voor geen geld van de wereld afstand doen. Van andere topstukken uit zijn collectie deed hij dat wel: die zijn begin oktober verhuisd naar het Guanfu Museum in Peking, waar een speciale vleugel voor de Nederlandse verzameling wordt ingericht.

Recentelijk had Van Buul een jonge Chinese handelaar-verzamelaar op bezoek. Hij leidde hem rond langs de hoogtepunten van zijn collectie, vele ingelijst aan de muren van zijn monumentale Haagse huis waar alles, de hoge plafonds, de mahoniehouten pilaren, het notenhout en het fluweel van het meubilair, de sfeer van het fin de siècle ademt, de glorietijd van het ex-libris.

Zijn Chinese gast was onder de indruk. I want to have it, verklaarde hij na afloop. Van Buul glimlachte: dat willen er wel meer. Maar kort daarna kwam er uit Peking een heel concreet bod 'in vijf cijfers'.

'Ik heb niet meteen ja gezegd. Ik moest nadenken. Ik ben nu 68, ik ben min of meer klaar met mijn verzameling. Mijn vrouw en kinderen hebben geen speciale band met de collectie. Weinig verzamelaars vinden een opvolger, of ze nou in postzegels of suikerzakjes doen. Je hebt zo veel collecties die na de dood van de verzamelaar meteen worden geveild, of bij het oud papier belanden. In Nederland heb je in het Museum Meermanno al een heel complete ex-libriscollectie. Ik dacht: zo'n aanbod krijg ik nooit meer. Mijn verzameling blijft zo mooi bij elkaar. En het is natuurlijk bijzonder dat je straks aan de andere kant van de wereld je eigen collectie kunt gaan bekijken.'

Eén reden voor de Chinese interesse is dat zo veel ex-librissen samen de evolutie van de Europese kunst fraai inzichtelijk maken. Een andere: veel van China's eigen culturele nalatenschap is verwoest tijdens Culturele Revolutie van de jaren 1966-1973. De behoefte aan cultuurhistorisch erfgoed is groot. 'In China gaan ze waarschijnlijk beter voor de verzameling zorgen dan ik dat deed', zegt Van Buul. Hij behoort niet tot de verzamelaars die hun collectie naderen met een zuurstofkapje voor de mond en een pincet in de hand. Als hij zeldzame ex-librissen uit de vroege 16de eeuw tevoorschijn haalt, mag de koffie gewoon op tafel blijven staan. Wat als iemand een kopje omstoot terwijl er prachtig werk van Albrecht Dürer op tafel ligt? 'Je moet altijd denken: het is uiteindelijk maar drukwerk op papier.'

Aan de oorsprong van Van Buuls verzameling lag een fascinatie voor de term ex-libris, dat letterlijk 'uit een boek' betekent. Het ex-libris is nauwelijks minder oud dan de boekdrukkunst. Albrecht Dürer, Hans Holbein en Lucas Cranach de Oude voorzagen aan het eind van de Middeleeuwen al boeken van edelmannen en geestelijken van persoonlijke emblemen. In de beginjaren domineerden vaak familiewapens en, bij geestelijken, sierkwasten. Hoe hoger in de kerkelijke hiërarchie, hoe meer kwasten in het ex-libris.

Het achterhalen van de precieze identiteit van de eigenaren van die oude boekencollecties was vaak een monnikenwerk. Avondenlang speurde Van Buul in de naslagwerken uit zijn omvangrijke, merendeels Duitstalige ex-librisbibliotheek. 'Ik kon vroeger echt gefrustreerd raken als ik na een paar weken de identiteit van een bisschop uit de vroege 16de eeuw nog niet met zekerheid had kunnen achterhalen.'

Bij ex-librissen na 1880 is alles makkelijker: de maker is bekend en je ziet meteen wiens boeken ze sierden. R.M. Rilke, I. Stravinsky, A. Huxley, B. Shaw - hun namen prijken duidelijk op hun ex-librissen. Van A. Hitler bezit Van Buul ook een ex-libris, met, jazeker, een hakenkruis.

Er bestaan ex-librissen die groter zijn dan de boeken waarin ze eigenlijk thuishoren, je hebt surrealistische ex-librissen, socialistisch-realistische en erotische. Zijn hoogtijdagen beleefde het ex-libris in Duitsland aan het begin van de twintigste eeuw, in de periode van de jugendstil die zich, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Franse impressionisme, perfect voor het ex-libris leende. In Nederland zit de piek nog wat later, in de periode 1930-1955. 'De tijd vóórdat het boek echt een massaproduct werd', zegt Van Buul.

Van Dürer tot Escher en van Cranach tot Lebeau - voor bijna alle grootmeesters gold dat ze het ex-libris als 'bijkunst' beoefenden. Het ex-libris zit hoger in de hiërarchie dan de postzegel, maar lager dan het schilderij. Van Buul: 'Kunstenaars vervaardigden ze vaak in de avonduren, gewoon voor de lol of ter ontspanning.' Maar de hand van een meester is altijd zichtbaar. In een fraai ingelijst ex-libris van Chris Lebeau, gemaakt voor een psychiater, houdt een man zichzelf een spiegel voor en ziet zijn eigen zwarte kant. Lebeau was een grafisch alleskunner. In de Tweede Oorlog bekwaamde hij zich in het vervalsen van persoonsbewijzen voor Joodse Nederlanders. Hij stierf in 1945 in het concentratiekamp Dachau.

Eén map met ex-librissen van Lebeau mag niet in de dozen die naar Peking gaan. Van Buul biecht op dat zijn verzamelaarsbloed weer kruipt waar het eigenlijk niet meer mag gaan. 'Ik denk erover straks toch weer op kleine schaal ex-librissen te gaan verzamelen, maar dan echt alleen heel bijzondere exemplaren.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden