Uit het archief: Afscheid van gisteren

Het begon met een studentenstaking, en liep bijna uit op een revolutie: Parijs, mei 1968. Deze week is het precies 50 jaar geleden dat studenten aan hun staking begonnen. Volkskrant-columnist Cees Nooteboom deed vanuit de Franse hoofdstad verslag en schreef begin juni 1968 dit prachtige verhaal over de erfenis van de ‘revolutie’.

Volkskrant-columnist Cees Nooteboom aan het werk in Parijs, mei 1968. Beeld Eddy Posthuma de Boer

Gisterochtend, toen ik de straat op kwam, een waanzinnig gezicht: een autobus! Het grote groene ding ploegde door het verkeer alsof het nooit was weggeweest. Maar vanochtend werd er nog gevochten tussen studenten en arbeiders van de Renaultfabrieken aan de ene en oproerpolitie aan de andere kant. De studenten gingen voor de auto's met werkwilligen liggen en hebben hen vervolgens overtuigd om niet te gaan werken. Frankrijk blijft een kruitvat en lucifers zijn er genoeg.

Dit is mijn laatste dag hier. Foto's van een dode Kennedy, van huilende moeders, de hele Griekse tragedie. Foto's van demonstranten en verbeten stakers. Ik ben moe, iedereen is moe — niet zozeer van het hollen, draven, leven en luisteren, van alle nieuwe indrukken en het weggooien van oude, maar van de vreemde, langzame salto mortale die we allemaal gemaakt hebben. Een euforie, een revolte, een Parijs van barricades, een geestelijke oefening, een meesterzet van de Redder des Vaderlands, die zijn afscheid heeft uitgesteld maar nooit meer de aankomst van nieuwe lichtingen kan tegenhouden, een bijna-burgeroorlog, een splitsing en binding der geesten, geluk, agressie en vertwijfeling. Het is er allemaal geweest en het is er nog. Alleen de vreemdeling kan zich permitteren te vertrekken om elders te gaan mediteren over wat hij gezien heeft. En wat heb ik dan gezien? Niet alleen maar massademonstraties, niet alleen maar eindeloze dialogen in theaters zoals om maar iets te noemen tussen een gaullistische chirurg (die naar mate hij enthousiaster werd iedereen met kameraad begon aan te spreken) en een Portugese gastarbeider, tussen een Tunesische leraar en een bouwvakker — nee, ik heb de opening gezien, de eerste sporen van een totale dialoog. (Terwijl ik dit schrijf trekt beneden op straat een grote optocht voorbij, twee meisjes, een met een rode, een met een zwarte vlag voorop. Zij roepen iets, zingen de Internationale met dat onnavolgbare geluid van grote menigten, zwaaien met hun vlaggen en lachen.) De dialoog, waar ik het over heb, vervangt twee andere soorten van spreken: de alleenspraak van de regering en de onderhandelingen van vakbonden. Mijn dialoog staat daar buiten. Zij vindt niet plaats met de regering en niet met de vakbonden, want voor de jeugd maken vakbonden en regering samen deel uit van één ondeelbaar en verwerpelijk geheel, zij die meespelen in het grote spel van de hoe dan ook uitbuitende en autoritaire maatschappij. De oudere arbeiders doen voor een groot deel niet mee en het is ook moeilijk te zien, waarop ze het scepticisme, waarmee ze weer een loonsverhoging geaccepteerd hebben, af zouden leggen voor een protest waarvan ze de portee misschien wel begrijpen maar waarvoor ze het elan niet meer opbrengen. En wie mag ze dan kwalijk nemen als zelfs Time Magazine schrijft, dat de Franse arbeider tweehonderd jaar na de Franse revolutie nog steeds onderop ligt in een verstard sociaal systeem; dat maar vijf percent van wat in Frankrijk als prominent geldt uit de arbeidersklasse komt, en daar zijn dan nog de popzangers bij inbegrepen, en dat van de tien percent studenten uit arbeidersmilieus de meesten het niet halen tot aan de gouden poorten van het establishment.

Studenten protesteren voor een gebouw van de Sorbonne Universiteit in Parijs, mei 1968 Beeld AFP

Maar dat zijn allemaal verouderde noties. Daarom zijn de studenten deze omwenteling niet begonnen, waarin ze voor het eerst in de geschiedenis gevolgd worden door arbeiders van hun eigen leeftijd. Want het was niet alleen maar een hang naar universitaire hervormingen, hoe nodig die ook waren. Het is een aanklacht tegen de universiteit als werktuig van een zichzelf verterende maatschappij, en door de universiteit heen tegen die hele gecompromitteerde samenleving, die in een steeds gecompliceerder en steeds strakker aangehaald net alles en iedereen verstrikt en medeplichtig maakt aan de uitbuiting van de rest van de wereld, zonder dat men veel meer, en dan alleen nog maar in het nee tegen een of andere willekeurige nee tegen een of andere willekeurige heer, die zich om welke reden dan ook in zijn jeugd tot het besturen van zijn medemensen voelde aangetrokken.

Het gebeurt hier, het gebeurt in New York, in Berlijn, in Belgrado. Het is niet iets om weg te wuiven of gemakzuchtig te ontkennen. Het is ook niet iets wat wel los zal lopen, maar evenmin iets waarvoor men bang moet zijn. Er zijn Fransen, die denken dat de Gaulle slim is en de studenten in de Sorbonne en het Odéon en in het land voorlopig laat rotten, zoals zij dat noemen. Maar het is geen rotten, het is gisten. Met geen mogelijkheid is de uitkomst te schatten, maar het kan nooit meer worden zoals het was. De contacten tussen de landen, en nu voor het eerst hier in Frankrijk, tussen de klassen zijn legio. Het feit dat de Gaulle de situatie in de hand heeft, betekent niets meer. Het is al even weinig waard als de harde hand in Polen of de stilte in Rusland. Men is 'zich ervan bewust dat het, al met al, een minderheid is die aan het werk is. Maar dat is altijd zo geweest. Alleen, die minderheid is effectief, gearticuleerd, het zijn ijveraars en de ideeën, die zij aan de meerderheid doorgeven, zijn niet van lucht en worden gehoord. Als daar iets in Parijs bewezen is, is het dat wel.

En veel mensen zijn door veel manden gevallen, niet in de laatste plaats de communistische partij, die definitief gekozen heeft voor het systeem, waarin zij eenzelfde soort macht zou kunnen uitoefenen als een gaullisme, om het eerste maar op te noemen. „Denk aan Kronstadt" stond ergens op een muur en dat is een hardhandige waarschuwing. Niet alleen hebben veel communisten niét willen erkennen, dat ze het elan van de studenten gebruikt hebben om het bij het eerste stormteken te ontkennen en het op een akkoord te gooien, waar ze zonder de studentenactie niet eens over hadden mogen praten en dat door hun eigen leden smadelijk geweigerd werd, maar ze hebben zich ook niet gerealiseerd dat ze dat op een groot en open toneel gedaan hebben, waarop ze voor iedereen, ook hun vroegere volgelingen, zichtbaar waren en de maskers op hadden van het systeem, waar nu juist alles tegen begonnen was.

25 mei 1968: een student gooit stenen tijdens een demonstratie in het Parijse Quartier Latin. Beeld Hollandse Hoogte / Rue des Archives SAS

Het failliet van een gaullisme is niet tragisch, het is logisch. De klok slaat, de zandloper valt om, gisteren is voorbij. Zoiets gebeurt morgen of volgend jaar zelfs in Nederland. Maar dat de Gaulles tegenstanders niet beseffen, dat ze alleen maar profiteurs geweest zijn van een door anderen vervaardigde stormvlaag, juist dat zal ze morgen en op precies dezelfde manier tegenover die „anderen" stellen en tegen die tijd zijn het er meer. Goed, ik trek eruit, terug naar de parkachtige rust van de Lage Landen, waar een mens door dijken beschermd tot aan zijn 91ste van de eeuwige rust mag genieten, waar nog studenten zijn die in jacquet lopen en „beste kerel" tegen elkaar zeggen.

Maar dat de Provo's begonnen zijn, is niemand hier vergeten en gisteren kreeg ik een verslag, op groen papier gestencild, van wat de Franse studenten met de Nederlandse SVB overeengekomen zijn. Dus er gebeurt iets. Dus wie weet. Als een onzinnige pelgrim loop ik nog een keer over het forum van de Sorbonne, kijk naar de mensen, de vlaggen, de pamfletten en, leve de wereld!, een aantal kisten zojuist van het platteland aangekomen radijzen, weet dat deze menigte over vijftig jaar op een foto er nog steeds als een gepassioneerde menigte uit zal zien, een mooie generatie die er niet voor niets geweest zal zijn. Ik ga weg, een half jaloerse, begerige dilettant die in twee weken een opvoeding gehad heeft, en wend mijn steven naar het land, waarvan de minister van Buitenlandse Zaken zojuist door Salazar is benoemd in de Militaire Orde van Christus.

Wat is er in Frankrijk over van de verzetsgeest van mei '68?

De Parijse protesten tegen Macrons hervormingen van herinneren aan mei '68. Maar waar revolutionairen van toen vochten voor een betere wereld, klampen Fransen nu vast aan verworven rechten. Is er vijftig jaar later iets over van de verzetsgeest? Peter Giesen polst bij demonstranten van toen en studenten van nu. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden